Utrechtse Affiches: Een ‘Stijl-breuk’ aan de Nobelstraat

Utrechtse Affiches: Een ‘Stijl-breuk’ aan de Nobelstraat
Affiche Voor de Kunst, Bart van der Leck, 1918 (Gemeentemuseum Den Haag)
Affiches uit het verleden vertellen meerdere verhalen. In de eerste plaats over het bedrijf, product of evenement waar reclame voor werd gemaakt. Maar ook over de ontwerper, of het nu een bekende kunstenaar was of een anonieme graficus. Daarnaast laten affiches zien welke stijlen in de mode waren. Deze keer een kunsthistorisch interessant affiche van Bart van der Leck.

Affiches uit het verleden vertellen meerdere verhalen. In de eerste plaats over het bedrijf, product of evenement waar reclame voor werd gemaakt. Maar ook over de ontwerper, of het nu een bekende kunstenaar was of een anonieme graficus. Daarnaast laten affiches zien welke stijlen in de mode waren. Deze keer een kunsthistorisch interessant affiche van Bart van der Leck.

2017 staat in het teken van 100 jaar De Stijl. In Utrecht denken we dan direct aan Gerrit Rietveld, maar ook een andere Utrechter droeg bij aan het ontstaan van De Stijl: de schilder Bart van der Leck. Momenteel is zijn werk samen met dat van Piet Mondriaan te zien in het Haags Gemeentemuseum. Daar hangt ook een affiche dat hij in 1919 maakte voor zijn eigen tentoonstelling in Utrecht.

Tekst loopt door onder affiche.

Affiche Voor de Kunst, Bart van der Leck, 1918 (Gemeentemuseum Den Haag)



Glazenier
Bart van der Leck (1876-1958) was de zoon van een Utrechtse huisschilder. Op z’n vijftiende ging hij in de leer bij een glasatelier in Jutphaas en werkte daarna als glazenier bij Geuer aan de Herenstraat. Samen met de jonge architect Piet Klaarhamer zat hij op een tekenclub van Genootschap Kunstliefde. In 1898 nam Van der Leck les aan de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool en de Rijksacademie. Rond 1905 keerde hij terug naar Utrecht en deelde met Klaarhamer een atelier aan de Hopakker.

Van der Leck verhuisde in 1916 – via Soesterberg en Den Haag – naar Laren, waar ook Piet Mondriaan woonde, die grote invloed op zijn werk had. Hij leefde van toelagen en aankopen van kunstkenner Henk Bremmer en de rijke Helene Kröller-Müller (bekend van het latere museum). Zij gaf hem ook opdrachten voor kleurdecoraties in haar huizen en voor het familiebedrijf Müller & Co, zoals een affiche voor de Batavierlijn en een glas-in-loodraam. Dat laatste liet Van der Leck bij Geuer in Utrecht uitvoeren.

Totale abstractie
Begin 1919 was Van der Leck opnieuw in zijn geboortestad voor zijn eerste overzichtstentoonstelling. Aan de Nobelstraat exposeerde hij zeventig werken uit de periode 1902-1918. Ze toonden zijn ontwikkeling van figuratief naar abstract schilder. De vroege werken deden denken aan de mysterieuze schilderijen van Jan Toorop. Daarna had hij impressionistische straatbeelden geschilderd. Rond 1912 begon Van der Lecks zoektocht naar vereenvoudiging van vorm en kleur. Hij beeldde zijn onderwerpen af tegen een witte achtergrond in primaire kleuren met hoekige vormen: voorbodes van De Stijl.

Expositieruimte Voor de Kunst aan de Voorstraat, ca. 1910 (Het Utrechts Archief)

De abstracte ‘Mathematische Beelden’ uit 1918, ook tentoongesteld in Utrecht, bestonden uit rode, gele en blauwe vlakjes. Deze totale abstractie was echter niet Van der Lecks eindpunt. Wat volgde waren abstraheringen van de realiteit, die wel weer als voorstelling herkenbaar waren. Zo hingen er het portret ‘Noortje’ en het doek ‘Man te paard’. Op het laatste werk was ook het affiche gebaseerd, gecombineerd met een typisch Van der Leck-lettertype. De kleurblokjes vormden een gele ruiter op een zwart paard, met een blauwe lucht erboven, en een rode ondergrond – de sokkel van een ruiterstandbeeld?

Op het eerste gezicht lijkt het affiche typisch voor De Stijl, en voor veel Utrechters was de tentoonstelling de eerste kennismaking met deze beweging. In werkelijkheid markeerde het Van der Lecks breuk met de Stijl-beweging. Diagonale vormen en referenties aan de realiteit waren namelijk niet conform het in 1917 verschenen manifest van De Stijl. Van der Leck botste hierover met voorman Theo van Doesburg en ook Mondriaan wilde niet meer met hem exposeren. De laatste wilde nog wel in Utrecht komen kijken, maar door ‘ongesteldheid’ kwam daar niet van.

Voor de Kunst
Van der Lecks expositie werd gehouden bij Vereniging ‘Voor de Kunst’, in 1895 ontstaan als reactie op het behoudende Genootschap Kunstliefde. Rond 1900 stelde oprichtster Etha Fles de tentoonstellingsruimte aan de Nobelstraat 12 beschikbaar. Het werk van Van der Leck was zelfs voor Voor de Kunst buitengewoon modern. De reacties waren vooral negatief; recensent Just Havelaar sprak van ‘verstarring’ en ‘verdwazing’. Penningmeester Scherjon was de drijvende kracht achter de gedurfde keuze en nodigde de schilder eind 1919 zelfs opnieuw uit. Voor voorzitter Van Noorle Jansen was deze moderne koers reden om op te stappen.
In de jaren dertig zou Voor de Kunst in de financiële problemen raken en steun vragen van Kunstliefde. Uiteindelijk fuseerden de twee kunstclubs. Nog altijd is het pand aan de Nobelstraat, waar Bart van der Leck kunstgeschiedenis schreef, de expositieruimte van Kunstliefde.

Fotoverslag

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer houdt van geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC krant over verdwenen gebouwen.

Profiel

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).