Utrechtse musea nog dicht, maar DUIC zet mooiste museumstukken in digitale etalage Utrechtse musea nog dicht, maar DUIC zet mooiste museumstukken in digitale etalage

Utrechtse musea nog dicht, maar DUIC zet mooiste museumstukken in digitale etalage

Utrechtse musea nog dicht, maar DUIC zet mooiste museumstukken in digitale etalage
De Utrechtse musea staan vol met prachtige stukken. Objecten die bedoeld zijn om te bekijken en bewaard moeten blijven voor de komende generaties. Maar de musea hebben de deuren – vanwege de bekende reden – al maanden gesloten voor het publiek. Omdat de stukken wel een publiek verdienen vroegen wij enkele musea iets uit het museum, naar DUIC te halen.

De Utrechtse musea staan vol met prachtige stukken. Objecten die bedoeld zijn om te bekijken en bewaard moeten blijven voor de komende generaties. Maar de musea hebben de deuren – vanwege de bekende reden – al maanden gesloten voor het publiek. Omdat de stukken wel een publiek verdienen vroegen wij enkele musea iets uit het museum, naar DUIC te halen.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Foto door Marco Sweering

Museum Catharijneconvent

“Versierd met flonkerende edelstenen en schitterend goud ben ik [de codex] een geschenk van bisschop Ansfried aan Martinus.” Zo luidt in vertaling het Latijnse opschrift op de boekband. De Utrechtse bisschop Ansfridus (995-1010) schenkt dit prachthandschrift aan de Martinus- of Domkerk.

Eeuwenlang behoort de kostbare codex tot de kerkschat. Het bleef de grote omsmelting van alle kerkschatten uit Utrecht in 1578 bespaard en hierdoor behoort het nu tot één van de topstukken in de Schatkamer van Museum Catharijneconvent. En wat een pronkstuk is het, gemaakt van perkament, eikenhout, zilver, goud, kwarts, amethist, glas, kornalijn, bergkristal, nicolo, jaspis, agaat, en fluweel. De folio –pagina- start met de woorden ‘Maria Magdalena’, de vrouw waar het museum vanaf 25 juni een grote tentoonstelling aan wijdt. Om alvast naar uit te kijken.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Foto: Adriaan van Dam

Centraal Museum

Het Poppenhuis van Petronella de la Court is het meest waardevolle object uit de collectie van het Centraal Museum.  Kunstverzamelaar Petronella de la Court (Leiden 1624 – Amsterdam 1707) was de echtgenote van een Amsterdamse bierbrouwer. Het gezin met zes kinderen woonde aan de Singel in Amsterdam. Toen haar man overleed nam zij het bedrijf over en leidde ze de brouwerij tot aan haar dood.

Petronella bezat 150 schilderijen en veel porselein en rariteiten. Het meest bijzondere stuk in haar verzameling was dit poppenhuis. Aan beroemde kunstenaars werd gevraagd werken voor het huis te maken. In een paar jaar tijd groeide het huis zo uit tot het meest gedetailleerde en kostbare poppenhuis ter wereld. Het huis geeft een uniek beeld van het welvarende huishouden van een koopmansfamilie in de zeventiende eeuw. In totaal zitten er meer dan 1600 objecten in het poppenhuis. De kleding van de poppen zouden in de Netflixseroe Bridgerton niet misstaan, zo luxueus zijn de stoffen waarmee sommige figuurtjes zijn aangekleed.

Het Centraal Museum is dit jaar precies honderd jaar gevestigd aan de Agnietenstraat en het poppenhuis was er al die tijd bij. Gedurende deze lange periode is het slechts zes keer verhuisd, Vanaf april kunnen bezoekers getuige zijn van het onderzoek en het voorzichtig uit elkaar halen en inpakken van alle objecten, zodat de poppen hun biezen kunnen pakken voor de zevende verhuizing.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Het Spoorwegmuseum

Het Spoorwegmuseum bereidt zich voor op de tentoonstelling ‘Spoor van verbeelding’ over 150 jaar Nederlandse spoorwegaffiches. Centraal staat de vraag hoe reizigers met beeld werden verleid om de trein te nemen. De veelal fraaie en kleurrijke affiches laten niet alleen de geschiedenis van het reizen per spoor zien, naar ook de ontwikkeling van ontwerpstijlen. In de tentoonstelling is een aantal affiches te zien van Utrechtse ontwerpers, zoals tekenaar en schilder Jan Rodrigo.

De Utrechter Jan Rodrigo was opgeleid aan de Koninklijke Academie in Den Haag en bij de Vrije Academie van Beeldende Kunsten in zijn thuisstad. Hij was tekenaar en schilder van stadsgezichten, landschappen, reisimpressies en portretten. Hij exposeerde regelmatig en was in Utrecht actief bij het Genootschap Kunstliefde, Stichting Artibus, de Utrechtse Kunstmarkt en in de Culturele Raad.

Om in zijn onderhoud te voorzien werkte Rodrigo tussen 1954 en 1967 als reclametekenaar bij de afdeling Propaganda van de NS. Daar maakte hij in 1957 het eerste affiche voor de Trans Europ Express (TEE), dat in verschillende talen op stations door heel West-Europa hing. De TEE was een gezamenlijk initiatief van acht Europese spoorwegmaatschappijen om de concurrentie met het opkomende vliegverkeer aan te gaan. Snelle dieseltreinstellen met uitsluitend eersteklas zitplaatsen (met toeslag) verbonden 70 Europese steden binnen een dagreis. Niet alleen technisch was de TEE vernieuwend, maar ook wat betreft design. Het herkenbare logo en de futuristische treinstellen deden het goed op affiches zoals op dit affiche van Rodrigo te zien.

1 Reactie

Reageren
  1. Kees Truijens

    Heb me nooit gerealiseerd dat dat poppenhuis het kostbaarste stuk uit het CM is. Leuk om te weten, maar geef mij maar hun verzameling Caravaggisten en de werken van Pyke Koch!

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).