De veranderende stad tussen 1950-1975: Jazz in de ongehoorzame jaren

De veranderende stad tussen 1950-1975: Jazz in de ongehoorzame jaren
Het eerste optreden bij jazzclub Persepolis was van de beste en bekendste jazz- zangeres van die tijd: Rita Reys met het Pim Jacobs Trio. Archiefbeeld: Jaap van de Klomp
Na de oorlog was ook Utrecht in wederopbouw. Op de brave jaren vijftig volgden de wilde jaren zestig en zeventig. Keurige stropdassen maakten plaats voor ongetemde hippiebaarden. Men ging anders denken en het culturele leven bloeide op. Fotograaf Jaap van de Klomp maakte het allemaal mee: hij was vanaf eind jaren vijftig betrokken bij de beroemde jazzclub Persepolis.

Na de oorlog was ook Utrecht in wederopbouw. Op de brave jaren vijftig volgden de wilde jaren zestig en zeventig. Keurige stropdassen maakten plaats voor ongetemde hippiebaarden. Men ging anders denken en het culturele leven bloeide op. Fotograaf Jaap van de Klomp maakte het allemaal mee: hij was vanaf eind jaren vijftig betrokken bij de beroemde jazzclub Persepolis.

Een jochie van zestien was hij, toen hij in september 1957 voor het eerst voet zette in modern jazzclub Persepolis. Hij was al jong geïnteresseerd in jazzmuziek en hoorde over de schuur aan de Grasstraat in Wittevrouwen. “Een groep jongens uit Tuindorp, ook allemaal nog tieners, waren daar in juni van dat jaar een jazzclub begonnen. Ik kwam er na die zomer bij en werd vrij snel gevraagd of ik in het bestuur wilde komen”, vertelt Jaap van de Klomp. De schuur was van de ouders van de voorzitter, Karel Nooyen. “Jazz was een schaars goed. Er waren maar twee radiozenders. Bij de wat progressievere en linksere VARA had je op zaterdagmiddag een uitzending van een half uurtje waar de Dutch Swing College Band jazz liet horen. Dat was wat er was. Als je het echt wilde horen, was de beste optie om zelf iets te organiseren.”

Jaap van de Klomp was vanaf eind jaren vijftig betrokken bij de beroemde jazzclub Persepolis en zag de stad veranderen.

Of het een wilde boel was? Welnee, helemaal niet. Persepolis begon als een vereniging waar je lid van moest worden. Die ging onder de paraplu van een jeugdwerkorganisatie. Er werd naar platen geluisterd, muziek gemaakt, gedanst en cola gedronken. Het was in die zin sober. Maar het was toch heel leuk om er te zijn, vond Van de Klomp. “Je kon nergens anders die muziek live horen. Het eerste optreden was van Rita Reys met het Pim Jacobs Trio. De beste en bekendste jazz-zangeres van die tijd. Het is nu moeilijk voor te stellen dat een artiest van internationale allure in een schuur bij een groep tieners komt spelen, maar het gebeurde. Op zaterdagavonden en zondagmiddagen speelden er artiesten als Toon van Vliet en Ado Broodboom, naast lokaal talent als de Utrechtse saxofonist Gijs Hendriks.”

Saaie bende

“Die zondagmiddagen in die schuur waren een uitkomst voor heel veel jonge mensen. Om onder elkaar te zijn. Het waren voornamelijk scholieren en misschien wat jonge, werkende mensen. Studenten hadden hun eigen clubs, die waren in die zin misschien wat vrijer. Voor ons waren er wel dansscholen, of iets anders flauwekullerigs, maar jongeren die zich zonder toezicht samen in een ruimte ophielden – dat bestond toen bijna niet”, zegt Van de Klomp. De ouders lieten het oogluikend toe.

‘In café De Trechter kwam ‘de scene’: mensen die zich druk maakten om politiek en natuurlijk muziek’

“Soms als je beelden ziet uit die tijd, bijvoorbeeld van sportwedstrijden, dan zie je dat al die mannen met nette jassen aan en hoeden op rustig in het stadion naar voetbal staan te kijken. Mensen hielden zich aan wat ze gezegd werd. Er hoefde geen ME bij te komen om de orde te bewaken. Als de norm was: tot hier en niet verder, dan ging niemand verder. Burgerlijke ongehoorzaamheid kwam pas in de jaren zestig.” Het was dan ook ontzettend saai, herinnert hij zich. Er waren veel taboes. Dingen konden niet, mochten niet, zouden niet moeten kunnen. “Nederland was heel puriteins, eigenlijk. Er was geen vrijheid. De jaren vijftig waren een dramatische tijd. Op zondag kon je in Utrecht een kanon afschieten zonder iemand te raken. Het was een saaie bende.”

De opkomst van de pop

Het duurde twee jaar bij de schuur in Wittevrouwen. Karel Nooyen stopte ermee en er moest een andere ruimte gevonden worden. Een van de medeoprichters, Guus Von Biela, vond de kelder aan de Oudegracht, onder nummer 205. Daar heropenden in 1959 de deuren van Persepolis. Er was in de werfkelder in eerste instantie helemaal niets. Geen vloer, geen licht, geen water. Met man en macht probeerde de vaste groep mensen rond de club er iets van te maken. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig hadden zij een verzamelpunt in de espressobar onder hotel Smits, het karakteristieke ronde gebouw aan het Vredenburgplein waarin nu het Apollo Hotel zit. Dat stond er net en je kon er voor 36 cent een espresso drinken. Van de Klomp lacht: “Dat was een hangout voor jongeren, want voor twee kwartjes kon je daar dus urenlang rondhangen. Het was een centrale plek waar je vrienden en bekenden tegenkwam. Van daaruit ging je dan naar de jazzkelder. Als er geen club was, gingen we naar de Camera/Studio-bioscoop. Daar werden veel goede films gedraaid.”

Van de Klomp: “Ik was in die tijd een soort manager geworden. Het was begin jaren zestig en ik liet Amerikaanse jazzmuzikanten als Johnny Griffin en Dexter Gordon overkomen naar Utrecht. Dat waren de absolute hoogtepunten, de kelder was tot de nok toe gevuld. Het waren spectaculaire concerten, machtige evenementen om mee te maken. Mensen amuseren en optredens regelen werd mijn doel. Dat heb ik een tijdje gedaan.”

‘Ik liet Amerikaanse jazzmuzikanten als Johnny Griffin en Dexter Gordon overkomen, dan was de kelder tot de nok toe gevuld’

Vanaf ongeveer 1964 kwam er een ommekeer in de muziekwereld. De meer toegankelijke Engelse beatmuziek en de pop kwamen op. Vanaf 1967 liep het jazzpubliek steeds verder terug. Begrijpelijk, vindt Van de Klomp. “In dezelfde tijd werd de jazz steeds experimenteler. Het was ook niet meer melodisch. Je kon er niet op dansen, het was muziek die je moest ondergaan. Als je moest kiezen tussen de Rolling Stones of avant-garde jazz, dan lag het bijna voor de hand dat je koos voor het eerste.”

Niet alleen het straatbeeld veranderde sterk in de periode na de oorlog, maar ook de
manier waarop er werd gedacht. Het culturele leven in Utrecht bloeide op.

In 1968 sloot Persepolis uiteindelijk de deuren. Van de Klomp zag wel in wat de aantrekkingskracht was van de pop en rock. “Er zat enorm veel verandering en progressie in. Het werd steeds mooier en interessanter. Toen kreeg je Jimi Hendrix. Het was geen jazz, maar had wel sterke blues- en zwarte invloeden. Dat lag in het verlengde van wat jazz misschien ooit geweest was. Het was aantrekkelijk om daarin te duiken.” Van de Klomp was in die tijd veel te vinden in café De Trechter aan de Oudegracht. “Daar kwam wat je ‘de scene’ zou kunnen noemen: mensen die zich druk maakten om politiek en natuurlijk muziek. Het café had er een goede jukebox. Daar kon je goed een paar uur doorbrengen.”

Alles zou anders worden

Rond die tijd werd Van de Klomp manager van de Utrechtse rhythm-and-bluesgroep Fullhouse. “Later werd het meer een op Jimi Hendrix en Cream geïnspireerd kwartet. Dus gitaar, basgitaar, drums en zang. Het vond zijn hoogtepunt in een optreden in het Wilhelminapark. Het was de hippietijd; het was een soort free park concert. Dat was echt fantastisch”, vertelt hij. De snelste veranderingen van de afgelopen decennia zag hij tussen 1960 en 1967 gebeuren. Er was een totale ommekeer in beleving en waarden. Zeker bij jongeren. De invloed van de popmuziek was gigantisch. Van de Klomp: “Je kreeg ook langzaam maar zeker de invloeden van middelen als marihuana en hasjiesj. Die werkten een soort bevrijding in de hand. Je liet je haar groeien, je kon breken met alle tradities. Er ontstond een soort nieuwe orde. Er waren love-ins. Op alle vlakken veranderden er dingen, zeker voor jongeren. De rest van de maatschappij volgde. Dingen die ondenkbaar waren, werden normaal. Zo is het nu niet meer ongewoon dat jongens en meisjes bij elkaar slapen in het huis van hun ouders. Dat was begin jaren zestig echt onmogelijk – vijf jaar later niet meer. Dat is nogal een ommekeer.”

Van de Klomp glimlacht. “Die hippietijd was heel optimistisch. Je had het gevoel dat er iets ging gebeuren. Alles zou veranderen.” Hij geeft als voorbeeld de beroemde beelden van het legendarische Amerikaanse festival Woodstock. “We geloofden er echt in dat mensen liever en aardiger zouden worden. Daar is jammer genoeg niets van terechtgekomen.”

‘In de jaren vijftig in Utrecht kon je op zondag een kanon afschieten zonder iemand te raken’

Na die roerige jaren zestig moest Van de Klomp vooral een nieuw begin zien te vinden. Hij bleef in de muziek, werd eind jaren zeventig manager van de Utrechtse band Braak en stortte zich uiteindelijk op zijn tweede liefde: fotografie.

Tijdens de aanstaande Culturele Zondag (23 april) wordt met optredens, lezingen, theater, foto’s en persoonlijke verhalen teruggeblikt op de bijzondere jaren tussen 1950 en 1975. Ook wordt er een ode gebracht aan die beroemde jazzclub die ooit Utrecht internationaal op de kaart zette. Van de Klomp is hier eregast. Hij sputtert wat bij die term, maar heeft er wel zin in. “De beste band van Nederland is in mijn opinie het ICP Octet. Die speelt zondagmiddag. De groep is voortgekomen uit een idee van jazzcomponist Mischa Mengelberg. Voor hem en zijn kwartet heb ik in 1966 nog een reis georganiseerd naar het Newport Jazz Festival in Amerika.” Misschien duiken er die zondagmiddag nog wel wat mensen op van vroeger, die ook in Persepolis kwamen – dat kan leuk zijn. Of de fotograaf die tijd wel eens mist? Ben je gek. “Ik heb prachtige herinneringen aan muzikanten die bij mij te gast zijn geweest, waarmee ik heb getourd of gesproken. Het jazzleven heeft me veel gebracht, ik was erbij. Wat wil je nog meer? Het is dus ook niet erg als er daarna iets anders komt.”

3 Reacties

Reageren
  1. marc

    De ‘Tregter’ is het……

  2. mikkie

    gefeliciteerd Jaap! Leuk om je zo weer een terug te zien en te lezen!

  3. Jan scherjon

    En Jaap het geweldige nachtconcert wat je organiseerde naar Amsterdam met de bus naar het Concertgebouw en speelde John Coltrane in 61 of 1962 fantastisch !
    Ik was een jochie van 19 jaar en wat daar gebeurde , jazz muziek die ik daar hoorde onvoorstelbaar is mijn hele leven bij mij gebleven en heb nog foto’s gemaakt van dat concert ,zijn later in een jazz blaadje gepubliceerd ………..

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).