Het meest betreurde gebouw van de stad is ongetwijfeld ‘De Utrecht’, één van de mooiste Jugendstil-panden van het land. Ondanks protesten moest het rijk gedecoreerde gebouw uit 1902 wijken voor het Gildenkwartier van Hoog Catharijne.
Verdwenen gebouwen: Het legendarische verzekeringskantoor ‘De Utrecht

Het gebouw De Utrecht stond aan wat toen de Leidseweg was en nu Smakkelaarsveld is, ongeveer ter hoogte van de Mediamarkt. Na de sloop heeft het gebouw mythische proporties gekregen. Het werd het symbool voor alles wat verloren is gegaan in de jaren zestig en zeventig. Velen denken hier met pijn in het hart aan terug. Toch is nostalgie misplaatst; steden veranderen altijd en het oude stationsgebied zou de huidige bezoekersstromen nooit aankunnen. Dat neemt niet weg dat een zo bijzonder gebouw als De Utrecht gespaard had moeten blijven.
Opzienbarend
Levensverzekeringsmaatschappij Utrecht was al sinds 1883 aan de Leidseweg gevestigd. Nadat het internationaal succesvolle bedrijf opvallende panden had geopend in Parijs, Brussel en Kopenhagen, moest het nieuwe hoofdkantoor in Utrecht ook opzienbarend worden. De Rotterdamse architect Jan Verheul koos voor de modieuze stijl Art Nouveau, of Jugendstil – voor Nederland en Utrecht vrij nieuw. De haast symmetrische zandstenen gevel werd rijkelijk voorzien van beeldhouw- en siersmeedwerk.
Verheul schakelde verschillende kunstenaars en ontwerpers in. De Haagse beeldhouwer Jan Diekman maakte adelaars, draken en ook leeuwen met het stads- en provinciewapen bij de bordestrap. Het beeld op de linkerhoek – het hoogste punt, goed zichtbaar komende vanaf het Vredenburg – was de verzekeringsengel met fakkel door Henri Scholtz. Deze wat loensende dame werd al snel de ‘schele maagd’ genoemd. Ernaast was een pelikaan zichtbaar, symbool voor ouderliefde en daarmee zorg voor verzekerden.
Behalve het imposante trappenhuis met marmer, smeedijzer en een groot daklicht kende het interieur nog een hoogtepunt: de bibliotheek. In hoge eikenhouten kasten was de bijzondere boekencollectie ondergebracht die de directeur van een voorloper van het bedrijf in 1870 was begonnen. De soms eeuwenoude boeken gingen over verzekeren, rekenen, economie en typografie. In bibliotheek hing een sierlijk gekrulde kroonluchter, de arts-and-crafts-leestafels en -stoelen stonden op een tapijt met Jugendstil-motieven.
Afzichtelijk
In de jaren zestig ontstonden rigoureuze plannen voor de modernisering van het stationsgebied. In het betonnen Hoog Catharijne was geen plaats voor De Utrecht. Een architect noemde het ‘afzichtelijke gebouw’ zelfs een ‘architectonisch monster’. Velen dachten daar anders over en protesteerden. Een alternatief plan voor behoud van De Utrecht werd onder druk van ontwikkelaar Bredero afgewezen. Ook bleek herbouw op een andere locatie te duur. In november 1974 volgde de sloopkogel.
De Utrecht is wel het best bewaarde gesloopte gebouw van Utrecht. Het is niet alleen vastgelegd op vele foto’s, ook zijn tientallen bouwfragmenten en interieuronderdelen bewaard. Deels in nabijheid; op het oude gedeelte van TivoliVredenburg staat het beeld van de verzekeringsengel, terwijl bij de artiesteningang de oude brievenbus en in de foyer twee gietijzeren draaihekken bewaard zijn – net als fragmenten van het naastgelegen archiefgebouw van De Utrecht.
In het museumcafé van het Centraal Museum zijn sinds kort gietijzeren kroonluchters en lantaarns uit De Utrecht te zien in een interessante horizontale positie. In de museumdepots worden verder de gebeeldhouwde draken, adelaars, leeuwen en pelikaan bewaard, net als het Jugendstil-tapijt. Ook zijn er nog onderdelen in depot bij de gemeente en meubels in het ASR-hoofdkantoor aan de Archimedeslaan.
Hereniging?
Het grootste bewaarde element is de tien meter lange kastwand van de bibliotheek met balustrade en boekenladders. Het is terechtgekomen in het Pompstation Soestduinen (Vitens) en moet daar binnenkort weg. Het Centraal Museum zoekt nu een geschikte plek in de stad. Overigens is de boekencollectie zelf bij het Instituut voor Internationale Sociale Geschiedenis in Amsterdam.
De terugkeer van de bibliotheek zou een mooie gelegenheid zijn om alle onderdelen – tijdelijk of blijvend – te herenigen. Zo’n tentoonstelling doet De Utrecht weer herleven en dient ook als waarschuwing; misschien slopen we nu ook wel ‘monsterlijke’ gebouwen en krijgen we daar later spijt van.
Dit is de laatste aflevering over verdwenen gebouwen. Arjan den Boer blijft op duic.nl schrijven over vergeten (bestaande) gebouwen. Vanaf januari volgt in de krant zijn nieuwe serie over Utrechtse affiches. Bovenstaande verhaal was eerder te lezen in de DUIC-krant.
https://issuu.com/duic/docs/duic_krant_025_december_2016



