Verdwenen gebouwen: Het sculpturale seinhuis bij de Leidseveertunnel

Verdwenen gebouwen: Het sculpturale seinhuis bij de Leidseveertunnel
Seinhuis, ca. 1940 (Het Utrechts Archief).
De Leidseveertunnel krijgt momenteel een opknapbeurt. Behalve de ronde openingen herinnert weinig meer aan het oorspronkelijke ontwerp van spoorwegarchitect Sybold van Ravesteyn. Het bijbehorende seinhuis, een van de elegantste betonnen bouwsels ooit, is al decennia geleden gesloopt.

De Leidseveertunnel krijgt momenteel een opknapbeurt. Behalve de ronde openingen herinnert weinig meer aan het oorspronkelijke ontwerp van spoorwegarchitect Sybold van Ravesteyn. Het bijbehorende seinhuis, een van de elegantste betonnen bouwsels ooit, is al decennia geleden gesloopt.

In de jaren 1937-1940, toen Van Ravesteyn het centraal station vernieuwde en de Leidseveertunnel bouwde, verrees ook het seinhuis direct naast de tunnel. Het stond links aan de kant van de Kanaalstraat, nu Westplein. Als ook zijn ontwerp voor een Spoorwegmuseum aan de centrumzijde was doorgegaan, zou Van Ravesteyns stempel op het stationsgebied nog groter zijn geweest.

Surrealistisch sculptuur

Het seinhuis markeerde de overgang tussen twee stijlen in het oeuvre van de architect. Oorspronkelijk was hij een functionalist die versieringen afwees. Later ontwikkelde hij een neobarokke stijl met krullen en ornamenten. Het Utrechtse seinhuis voldeed nog aan de eisen van het functionalisme, maar paste door de gebogen lijnen toch bij de tunnel en het stationsgebouw, die wel van sculpturen voorzien waren.

Op een betonnen voet stond een vijf meter hoge holle schacht waarin leidingen waren verwerkt. Daarop rustte een verdieping voor de zware elektrische seininstallatie, met daarboven de bedieningsruimte met zicht aan drie zijden. Van beneden leek het met z’n gesloten noordgevel wel een surrealistisch sculptuur, een vloeiende vorm waarin draagconstructie en bovenhuis naadloos in elkaar overgingen. De luifel met een halfronde inkeping vormde een sierlijke bekroning.

Van Ravesteyn was een fan van beton, juist vanwege de plastische mogelijkheden. Hij schreef: “Er is een richting, die onderscheid wil maken tusschen ‘edele’, natuurlijke materialen en ‘onedele’ kunstmatig bereide materialen en die gewapend beton karakterloos noemt… Wij kunnen deze stellingen niet ernstig nemen en slechts als een overdreven zucht naar ‘edelheden’ beschouwen.” Dat laatste werd hem later juist zelf verweten vanwege het gebruik van ornamenten.

Noodwoning

Het seinhuis, bijgenaamd de duiventil, is door oorlogsomstandigheden en bijgestelde plannen nooit in gebruik genomen. Kort na de oorlog was er veel woningnood en jonge stellen moesten inwonen bij hun (schoon)ouders. De pasgetrouwde politie-inspecteur Ravenhorst zag het seinhuis leeg staan en kreeg na veel aandringen toestemming van de NS om het als woning te betrekken.

Journalist Jan Vrijman bezocht de familie Ravenhorst in 1947 en beschreef hun noodwoning als zeer comfortabel: “Het is een geheel vrijstaand huis. Het heeft twee verdiepingen, waarin een ruime kamer, een ruime slaapkamer en een keuken. Drie van de vier wanden van de zitkamer zijn bijna uitsluitend venster en, daar het huis zich op een hoogte van een meter of acht bevindt, en zij niet in een straat wonen, bieden deze vensters het ruimste uitzicht dat ge u maar kunt wensen.”

Een praktisch probleem was wel de steile en lange trap, niet alleen voor de bewoners zelf, maar ook voor bezorgers en postbodes. De bewoners losten dit op door een boodschappenliftje te laten maken, en beneden een losse brievenbus te plaatsen. Er was nog een nadeel, al was dat tegelijkertijd een attractie, zo beschrijft Vrijman: “Buiten, op het emplacement, nadert een stoomtrein. Hij rijdt vlak langs het huis: het schudt en trilt, als werd het opgenomen en enkele momenten lang is het bijna donker in de kamer van de rook, uit de pijp der locomotief, die het gehele seinhuis omhult. ‘U ziet’, zegt de gastheer schertsend, ‘zo nu en dan zijn we nog in de wolken ook…'”

Sloop

Tien jaar later schreef de Revue over Bertje, de enige baby van Nederland die zijn wieg in een seinhuis had staan. Zijn ouders, NS-conducteur Sietzo Steen en diens vrouw, waren de laatste bewoners. Het seinhuis werd in 1958 namelijk afgebroken vanwege de aanleg van extra sporen. De Leidseveertunnel werd toen verbreed. Een ander seinhuis van Van Ravesteyn met hetzelfde ontwerp, maar dan met een rechte luifel, lag een kilometer zuidelijker en fungeerde nog als opzichtersverblijf totdat het in 1980 werd gesloopt. Wie Van Ravesteyns sculpturale seinhuis nog driedimensionaal wil zien kan tegenwoordig terecht in Den Haag: in Madurodam!

Seinhuis, ca. 1940 (Het Utrechts Archief).
Seinhuis, ca. 1940 (Het Utrechts Archief).
Leidseveertunnel, 2016 (Arjan den Boer).
Leidseveertunnel, 2016 (Arjan den Boer).

 

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer houdt van geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC krant over verdwenen gebouwen.

Profiel

3 Reacties

Reageren
  1. Dries

    Er is veel moois verdwenen in Utrecht. Wat goed dat hier zo mooi over geschreven wordt: niets blijft, behalve herinnering!

  2. Cor

    Herbouwen dat ding, prachtig ontwerp van een miskend architect

  3. Kees Truijens

    Er is nog een seinhuis van Van Ravesteyn in Utrecht. Bij de spoorbomen op de Eykmanlaan/Darwindreef.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).