Ter plekke van de noordwesthoek van het Gildenkwartier van Hoog Catharijne stond 125 jaar lang een hotel-restaurant. Onder de naam Terminus heeft het haast even legendarische vormen aangenomen als het nabijgelegen gebouw De Utrecht. Was dat laatste vooral architectonisch interessant, bij Terminus ging het om de ontmoetingsfunctie.
Verdwenen horeca: Hotel Terminus aan het Stationsplein

Kort nadat Utrecht in 1843 z’n eerste station kreeg, verrees schuin daartegenover het Stationskoffiehuis. Het was een rechthoekig pand met twee verdiepingen en schilddak in neoklassieke stijl, net als het toenmalige station. Volgens een krantenbericht uit 1860 verlevendigde het etablissement de nog kale omgeving: ‘Het Stations-koffijhuis, tevens Hotel, van den Heer Limbeek draagt, door zijn fraai uiterlijk, tot opluistering van het omliggend breed terrein niet weinig bij.’ Voor reuring zorgde ‘het bont gewoel der tallooze vreemdelingen, van en naar de gedurige spoortreinen stroomende’.
Uitbater Limbeek werd in 1860 opgevolgd door Joseph Wolters, die de naam Hotel La Station introduceerde. Hij liet aan de voorzijde een veranda maken ter voorkoming van ‘het onaangename, dat zijn geachte bezoekers van de plotseling regenbuien zoo menigmaal hebben ondervonden’. Enkele jaren later werd het Stationsplein met de Leidscheweg verbonden, waardoor La Station op een drukke hoek kwam te liggen. De weduwe van Wolters verkocht het hotel in 1888 aan Hendrik Jan Samuel de Jong, die de veranda dicht liet maken als een soort serre.
Haagse hoteliers
In 1920 werd het hotel overgenomen door de familie Van Stigt van het Haagse hotel Terminus bij station Hollands Spoor. Dezelfde naam, die eindpunt betekent, kreeg ook het Utrechtse hotel. Bij een ingrijpende verbouwing maakte de veranda plaats voor een stenen voorbouw met verdieping. De bouwvergunning leidde nog tot discussie in de gemeenteraad omdat er nauwelijks ruimte overbleef voor het trottoir. Het ontwerp van voorbouw en interieur in art deco-stijl kwam van de nieuwe directeur zelf: Thijs Nicolaas van Stigt, de jongste zoon van de Haagse hotelier. Hij kreeg bouwkundige assistentie van aannemer-architect Gerardus van Dijk, die ook lid was van de Utrechtse gemeenteraad.
Het Utrechtsch Nieuwsblad schreef bij de heropening als hotel Terminus: ‘Wie den vroegeren toestand gekend heeft, zal bij het binnentreden in de nieuwe inrichting onmiddellijk getroffen worden door de zeer veel verbeterde, keurige installatie. Links is de mooie restauratiezaal gevestigd, met daarachter de ruime keuken, aan de rechterzijde de cafézaal in prettig aandoenden stijl. In het midden is als vanouds de uitgestrekte vestibule met de daarop uitkomende trappen, die naar de hotel-étages leiden.’
[caption id=”attachment_362485” align=”alignnone” width=”1024”]Een beeld van de klassieke hiërarchie onder het bedienend personeel geven de personeelsadvertenties. In 1921 werd ‘per direct gevraagd commis-de-rang (leeftijd 17 à 18 jaar)’, oftewel een ranghelper die de chef-de-rang assisteerde met bestek en garnituren. Directeur Van Stigt had een voorkeur voor kwiek personeel, blijkt uit advertenties voor ‘flinke kamermeisjes’, een ‘flinke Werkvrouw’ en een ‘Koks-leerling, net flink jongmensch’.
In 1923 kocht de NV Hotel Exploitatie Maatschappij Terminus ook het Hotel des Pays Bas aan het Janskerkhof. Thijs Nicolaas van Stigt werd daar directeur, terwijl voor de directie van Terminus zijn zus Cornelia en zwager Cornelis Larrewijn uit Den Haag naar Utrecht kwamen. Rond 1930 liet Larrewijn de gevels verhogen, zodat het schilddak aan het oog werd onttrokken. Het gebouw kreeg zo een modern uiterlijk. Bij een latere verbouwing zou deze opbouw weer verdwijnen, toen de zolderverdieping dakkapellen kreeg voor extra hotelkamers.
[caption id=”attachment_362484” align=”alignnone” width=”1024”]Slaapkamerconferentie
Centraal gelegen bij een groot station was Terminus een handige ontmoetingsplek. ‘Je merkt hier wel, dat je vlakbij het spoor zit’, vertelde chef-kok Gerard van der Heijden in 1958. ‘Alles gaat hier à la minute overdag. Even gauw dit en even gauw dat.’ Er waren ook veel vergaderingen, zoals van voetbalbond KNVB. In juni 1954 had Terminus geen zaaltje meer vrij en moest men in een hotelkamer overleggen. Tijdens deze ‘slaapkamerconferentie’ nam de KNVB het historische besluit om betaald voetbal toe te staan. In 1966 diende in Terminus ‘De zaak Cruijff’, waarin deze werd beschuldigd van het slaan van een scheidsrechter.
In de plannen voor Hoog Catharijne was geen plaats voor het oude Terminus. Het bedrijf reageerde hier in 1966 op met een plan voor een groot nieuw hotel dat ook het nabijgelegen Domhotel moest vervangen. Larrewijn junior — inmiddels directeur — vond Terminus zelf ‘een oude troep die wat mij betreft morgen tegen de vlakte mag’. De nieuwe hotelflat zou maar liefst 300 in plaats van 50 bedden krijgen. Het plan ging om onduidelijke redenen niet door. Wel kreeg Terminus nog een opknapbeurt voor de laatste jaren. Een advertentie luidde: ‘In het verjongde Terminus voelt U zich happy! Gastronomisch centrum van Utrecht. Waar u luncht of dineert met uw zakenrelaties. Waar u in het weekend gezellig eet met uw gezin.’ In 1973 trof de sloopkogel het hotel.



