Verdwenen horeca: Hotel Terminus aan het Stationsplein Verdwenen horeca: Hotel Terminus aan het Stationsplein

Verdwenen horeca: Hotel Terminus aan het Stationsplein

Verdwenen horeca: Hotel Terminus aan het Stationsplein
Hotel Terminus rond 1970
Ter plekke van de noordwesthoek van het Gildenkwartier van Hoog Catharijne stond 125 jaar lang een hotel-restaurant. Onder de naam Terminus heeft het haast even legendarische vormen aangenomen als het nabijgelegen gebouw De Utrecht. Was dat laatste vooral architectonisch interessant, bij Terminus ging het om de ontmoetingsfunctie.

Ter plekke van de noordwesthoek van het Gildenkwartier van Hoog Catharijne stond 125 jaar lang een hotel-restaurant. Onder de naam Terminus heeft het haast even legendarische vormen aangenomen als het nabijgelegen gebouw De Utrecht. Was dat laatste vooral architectonisch interessant, bij Terminus ging het om de ontmoetingsfunctie.

Kort nadat Utrecht in 1843 z’n eerste station kreeg, verrees schuin daartegenover het Stationskoffiehuis. Het was een rechthoekig pand met twee verdiepingen en schilddak in neoklassieke stijl, net als het toenmalige station. Volgens een krantenbericht uit 1860 verlevendigde het etablissement de nog kale omgeving: ‘Het Stations-koffijhuis, tevens Hotel, van den Heer Limbeek draagt, door zijn fraai uiterlijk, tot opluistering van het omliggend breed terrein niet weinig bij.’ Voor reuring zorgde ‘het bont gewoel der tallooze vreemdelingen, van en naar de gedurige spoortreinen stroomende’.

Uitbater Limbeek werd in 1860 opgevolgd door Joseph Wolters, die de naam Hotel La Station introduceerde. Hij liet aan de voorzijde een veranda maken ter voorkoming van ‘het onaangename, dat zijn geachte bezoekers van de plotseling regenbuien zoo menigmaal hebben ondervonden’. Enkele jaren later werd het Stationsplein met de Leidscheweg verbonden, waardoor La Station op een drukke hoek kwam te liggen. De weduwe van Wolters verkocht het hotel in 1888 aan Hendrik Jan Samuel de Jong, die de veranda dicht liet maken als een soort serre.

Haagse hoteliers

In 1920 werd het hotel overgenomen door de familie Van Stigt van het Haagse hotel Terminus bij station Hollands Spoor. Dezelfde naam, die eindpunt betekent, kreeg ook het Utrechtse hotel. Bij een ingrijpende verbouwing maakte de veranda plaats voor een stenen voorbouw met verdieping. De bouwvergunning leidde nog tot discussie in de gemeenteraad omdat er nauwelijks ruimte overbleef voor het trottoir. Het ontwerp van voorbouw en interieur in art deco-stijl kwam van de nieuwe directeur zelf: Thijs Nicolaas van Stigt, de jongste zoon van de Haagse hotelier. Hij kreeg bouwkundige assistentie van aannemer-architect Gerardus van Dijk, die ook lid was van de Utrechtse gemeenteraad.

Het Utrechtsch Nieuwsblad schreef bij de heropening als hotel Terminus: ‘Wie den vroegeren toestand gekend heeft, zal bij het binnentreden in de nieuwe inrichting onmiddellijk getroffen worden door de zeer veel verbeterde, keurige installatie. Links is de mooie restauratiezaal gevestigd, met daarachter de ruime keuken, aan de rechterzijde de cafézaal in prettig aandoenden stijl. In het midden is als vanouds de uitgestrekte vestibule met de daarop uitkomende trappen, die naar de hotel-étages leiden.’

Interieur in 1920 (Fotocollectie Het Leven)

Een beeld van de klassieke hiërarchie onder het bedienend personeel geven de personeelsadvertenties. In 1921 werd ‘per direct gevraagd commis-de-rang (leeftijd 17 à 18 jaar)’, oftewel een ranghelper die de chef-de-rang assisteerde met bestek en garnituren. Directeur Van Stigt had een voorkeur voor kwiek personeel, blijkt uit advertenties voor ‘flinke kamermeisjes’, een ‘flinke Werkvrouw’ en een ‘Koks-leerling, net flink jongmensch’.

In 1923 kocht de NV Hotel Exploitatie Maatschappij Terminus ook het Hotel des Pays Bas aan het Janskerkhof. Thijs Nicolaas van Stigt werd daar directeur, terwijl voor de directie van Terminus zijn zus Cornelia en zwager Cornelis Larrewijn uit Den Haag naar Utrecht kwamen. Rond 1930 liet Larrewijn de gevels verhogen, zodat het schilddak aan het oog werd onttrokken. Het gebouw kreeg zo een modern uiterlijk. Bij een latere verbouwing zou deze opbouw weer verdwijnen, toen de zolderverdieping dakkapellen kreeg voor extra hotelkamers.

Hotel Terminus in de jaren 30 (Het Utrechts Archief)

Slaapkamerconferentie

Centraal gelegen bij een groot station was Terminus een handige ontmoetingsplek. ‘Je merkt hier wel, dat je vlakbij het spoor zit’, vertelde chef-kok Gerard van der Heijden in 1958. ‘Alles gaat hier à la minute overdag. Even gauw dit en even gauw dat.’ Er waren ook veel vergaderingen, zoals van voetbalbond KNVB. In juni 1954 had Terminus geen zaaltje meer vrij en moest men in een hotelkamer overleggen. Tijdens deze ‘slaapkamerconferentie‘ nam de KNVB het historische besluit om betaald voetbal toe te staan. In 1966 diende in Terminus ‘De zaak Cruijff’, waarin deze werd beschuldigd van het slaan van een scheidsrechter.

In de plannen voor Hoog Catharijne was geen plaats voor het oude Terminus. Het bedrijf reageerde hier in 1966 op met een plan voor een groot nieuw hotel dat ook het nabijgelegen Domhotel moest vervangen. Larrewijn junior — inmiddels directeur — vond Terminus zelf ‘een oude troep die wat mij betreft morgen tegen de vlakte mag’. De nieuwe hotelflat zou maar liefst 300 in plaats van 50 bedden krijgen. Het plan ging om onduidelijke redenen niet door. Wel kreeg Terminus nog een opknapbeurt voor de laatste jaren. Een advertentie luidde: ‘In het verjongde Terminus voelt U zich happy! Gastronomisch centrum van Utrecht. Waar u luncht of dineert met uw zakenrelaties. Waar u in het weekend gezellig eet met uw gezin.’ In 1973 trof de sloopkogel het hotel.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant dit jaar over verdwenen horeca in Utrecht.

Profiel

16 Reacties

Reageren
  1. Jeroen

    “een oude troep die wat mij betreft morgen tegen de vlakte mag” ja, dat was het jaren zestig sentiment dat heeft geleid tot Hoog Catharijne en omgeving. Overigens hoor je dezelfde sentimenten weer als het gaat om na-oorlogse gebouwen in de binnenstad zoals bijvoorbeeld het Beatrixgebouw..

  2. jos stelling

    Arjan, niets over Sylvia Kristel?

  3. Massegast

    In 1957 is in Hotel Terminus de PSP opgericht. De Pacifistisch Socialistische Partij, met oa Bram van der Lek en Fred van der Spek. Deze partij is rond 1990 opgeheven en verder gegaan als component van GroenLinks. En hoewel Massegast niet van die familie is, vindt hij het toch het memoreren waard.

  4. Koel Hoofd

    @Jeroen
    Dan is er nog hoop dat HC ooit ook nog tegen de vlakte gaat!

  5. A Mussert

    Heerlijk die oude plaatjes van de goede tijden van weleer, lekker op de maliebaan houzee roepen en in vol tenue met glimmende laarzen het partijblad verkopen,ja dat waren nog eens tijden zeg.

  6. Import Utrechter

    Hatsekidee, flikker maar tegen de vlakte…!
    Die Utrechters gingen helemaal los in die tijd. Zou nu gelukkig niet meer kunnen.
    Goed stuk overigens Arjan!

  7. Arjan den Boer

    @ Jos Stelling: de ouders van Sylvia Kristel runden Hotel du Commerce elders op het Stationsplein.

  8. Herman

    Geweldig verhaal, dank! Hilarische foto uit de jaren dertig met de paarden.

    Wat zou een plattegrondje van het gebied met daarop de toenmalige en huidige bebouwing veel verduidelijken, er is zoveel veranderd, nauwelijks meer te plaatsen.

  9. Jozias

    Zoals gebruikelijk snappen de Koel Hoofden (valt in de praktijd tegen) van deze wereld de strekking van Jeroen’s betoog niet helemaal.

    De jaren zestig mens vond in meerderheid zo’n beetje het hele historische centrum troep, want verloederd en “uit de tijd”. Men wilde strak, minimalistisch,, licht en ruimte; zelfs jaren dertig huizen waren min of meer voor losers, want deze moesten gemoderniseerd worden (alle details eruit). Overvecht was het walhalla van wat stedenbouw moest worden. Niet voor niets schaften veel gezinnetjes daar hoopvol een nieuw huis of een nieuwe flat aan. Men was helemaal bij de tijd!

    De jaren tweeduizend mens vind jaren zestig/ zeventig en tachtig gebouwen troep, want slecht onderhouden vaak en verloederd.

    Een nogal benauwende visie op wat te behouden zou moeten blijven aan erfgoed.

    Het zijn dezelfde mensen die decennia later piepen dat iets van waarde afgebroken is, terwijl ze daar waarschijnlijk zelf ooit voor gepleit hebben, alleen kunnen ze zich dat vaak niet meer voorstellen.

    Keer op keer vind weer ditzelfde gesprek plaats op DUIC. Komt doordat de (niet zo) koele hoofden op deze wereld een plaat voor hun harsens hebben voor hier tot Tokio. Ik ben ook een beetje klaar met genuanceerd tegen en over dit soort reaguurders te praten. Ze maken het er zelf naar.

  10. jos stelling

    Atjan,
    wat goed. Sorry . Jij weet alles.

  11. Engel van dienst

    in Terminus zat in de 60-er jaren dagelijks een jezuieten-pater. hij was beschikbaar voor gesprekken met iedereen, en had ook een vaste kring van bezoekers.

  12. UTRECHTSE JANTJE

    Wat ik maar wil zeggen is ! Dat ik weer heerlijk genoten heb van dit geweldige Verhaal met hele leuke plaatjes weer voor uitbreiding van mijn verzameling en kennis van het verleden … dus weer eens bedankt Arjan den Boer …. en iedereen ‘n fijn weekend toegewenst !

  13. Massegast

    Ben ik bijna vergeten te noemen: In de oorlog is er nog een bom naast Hotel Terminus terechtgekomen. Een Engelse afzwaaier die voor het spoorwegemplacement bedoeld was. Ben benieuwd of Arjan de andere hotels van het Stationsgebied ook nog gaat behandelen: Hotel Du Commerce en het Domhotel. Het slopen van De Utrecht is een eeuwige schande, maar de sloop van het Domhotel (hoek Westerstraat – Catharijnesingel) in 1985, niet minder.

  14. Vincent

    Ik heb in mijn Facebookgroep “Utrecht van vóór onze tijd” in mei vorig jaar ook al eens uitgebreid aandacht geschonken aan “Hotel La Station”. Gezien de naam van mijn groep lag daarbij de nadruk op de periode vóórdat het “Hotel Terminus” werd. Ik begrijp dat Arjan juist de nadruk op de “Terminus”-periode heeft gelegd. Toch even een opmerking over de beginperiode, zoals ik dat indertijd heb uitgezocht. Toen de aannemer A. van Limbeek het gebouw af had, werd hij niet eerst zelf de uitbater. Hij vond daar iemand voor in de persoon van de heer F.W. Neussell. In de openingsadvertentie die deze heer Neussell liet plaatsen op 11 mei 1845 noemde hij zijn etablissement al “De la Station”. Toen de heer Neussell er in 1853 mee ophield, zette de heer A. van Limbeek zijn zoon er als uitbater in. In 1861 kwam van Limbeek sr. te overlijden en vlak daarna stopte zijn zoon ermee. Hij deed de boel toen over aan de heer J. Wolters, die zich tot dan toe met Park Tivoli bezig had gehouden. Maar de naam “La Station” bestond toen dus al 16 jaar.

  15. Arjan den Boer

    @ Vincent: dank voor deze aanvulling en correctie!
    Is er een link naar dat Facebookbericht?

  16. Vincent

    @ Arjan: als je lid wordt van mijn groep “Utrecht van vóór onze tijd”, zou deze link moeten werken: https://www.facebook.com/groups/2336899479696077/permalink/2999058923480126

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).