Verdwenen horeca: Vegetarisch hotel Pomona (Domhotel) aan de Westerstraat | De Utrechtse Internet Courant Verdwenen horeca: Vegetarisch hotel Pomona (Domhotel) aan de Westerstraat | De Utrechtse Internet Courant

Verdwenen horeca: Vegetarisch hotel Pomona (Domhotel) aan de Westerstraat

Verdwenen horeca: Vegetarisch hotel Pomona (Domhotel) aan de Westerstraat
Domhotel aan de Westerstraat, 1972
Tegenwoordig heeft Utrecht zelfs veganistische snackbars, maar een groot deel van de vorige eeuw kende de stad slechts één vegetarische eetgelegenheid. Hotel-restaurant Pomona stond op de hoek van de Catharijnesingel en de Westerstraat in de oude Stationswijk. Het Domhotel — zoals het later heette — werd getroffen door een bom maar bleef aanvankelijk gespaard bij de bouw van Hoog Catharijne.

Tegenwoordig heeft Utrecht zelfs veganistische snackbars, maar een groot deel van de vorige eeuw kende de stad slechts één vegetarische eetgelegenheid. Hotel-restaurant Pomona stond op de hoek van de Catharijnesingel en de Westerstraat in de oude Stationswijk. Het Domhotel — zoals het later heette — werd getroffen door een bom maar bleef aanvankelijk gespaard bij de bouw van Hoog Catharijne.

Het Haagse restaurant Pomona, genoemd naar de Romeinse godin van de boomvruchten, was in 1899 het eerste vegetarische restaurant van Nederland. De jaren daarop volgden ook in andere steden zulke restaurants, soms met dezelfde naam. Toen eind 1908 het hotel-restaurant Pomona in Utrecht werd geopend, verzekerde een krantenbericht dat het geen filiaal was van het Haagse of Amsterdamse restaurant maar ‘voor eigen rekening’ werd gedreven door W.H. Verhoeff.

In 1910 werd in Pomona de afdeling Utrecht opgericht van de Nederlandsche Vegetariërsbond, met eigenaar Verhoeff als mede-oprichter. “Zij beoogt propaganda te maken voor de vegatarische gedachte.” In Pomona vergaderde ook de Nationale Christen Geheelonthoudersvereniging, want net als vlees werd er ook geen alcohol geserveerd. Ondanks deze beperkingen kwamen er ook wel andere organisaties bijeen in Pomona, toevallig of niet vooral veel vrouwenverenigingen.

Grootste hotel

In 1923 maakte het oude pand, dat slechts 12 kamers telde met 19 ‘reformbedden’, plaats voor een nieuw hotel, smal en hoog met maar liefst vijf verdiepingen. Het kon onderdak bieden aan zo’n honderd logés en was daarmee het grootste hotel van Utrecht, vooral druk tijdens de Jaarbeurzen. Het nieuwe Pomona had een enigszins Duits of Zwitsers aanzien. De architect was E.J. Wind, die enkele jaren in Nederlands-Indië had gewerkt en over wie verder niets bekend is. Het interieur had de stijl van de Amsterdamse School.

Interieur Hotel Pomona, 1923 (Het Utrechts Archief)

Pomona, op twee minuten van het station gelegen, adverteerde in de jaren twintig veel met de lunchroom, destijds een modeverschijnsel. Op het lunchmenu stonden pannenkoeken, ragoutbroodjes en ‘croqetten’, waarvan we moeten aannemen dat die vegetarisch waren, al stond dat niet vermeld. Wel sloot de advertentie nors af met ‘Geen fooien – Geen alcohol – Zondags gesloten’. In een reclame uit de jaren dertig was sprake van ‘een gezellig restaurant waar U goede en goedkope maaltijden kunt gebruiken, bereid volgens moderne voedingsinzichten’, en van ‘prettige, vroolijke logeerkamers’. Ook had Pomona appartementen voor langere verblijven. “Deze woonafdeeling is met ‘n bijzondere huiselijkheid gestoffeerd.”

In 1935 kwam er een attractie bij. Een krant schreef: “De directie van hotel Pomona heeft het plan opgevat een daktuin te laten maken op het 38 m. hoog gebouw. Het dak wordt voorzien van een gewapend betonnen vloer en muur, en op dezen muur komt glas, gevat in ijzer. Deze wand heeft een hoogte van ongeveer 2 meter, zoodat een bezoek aan Pomona’s daktuin absoluut zonder gevaar is en de hoogtevrees door de veiligheid verdwijnt. In den tuin wordt een buffet aangebracht, zoodat men met een smakelijke thee complet kan genieten van de pracht-vergezichten boven het onrustige stadsgewoel. Een lift brengt den bezoeker naar het dak.”

Tekst loopt door onder afbeelding.

Domhotel in 1953 (Het Utrechts Archief)

Uitgesteld einde

In 1942 kwam er een einde aan Pomona als vegetarisch restaurant. Het werd toen overgenomen door B.H van Wierst, die zowel vlees en alcohol introduceerde als een nieuwe naam: Domhotel. Sterke drank bleef taboe, er stonden nog wel enkele vegetarische gerechten op het menu en ‘het familiekarakter van het hotel zal zoveel mogelijk worden gehandhaafd’. De bezettingsjaren brachten meer ingrijpende veranderingen. In oktober 1944 beschadigde een Engelse bomaanval op het stationsgebied het hotel zodanig dat het gesloten moest worden. Na de bevrijding legden de Binnenlandse Strijdkrachten er beslag op als tijdelijke gevangenis voor collaborateurs en later als Afwikkelingsbureau. “Een en ander was oorzaak dat het pand in ‘no time’ was uitgewoond.” Eind 1947 begonnen de restauratiewerkzaamheden en een half jaar later kon het hotel-restaurant eindelijk worden heropend.

Exploitant Van Wierst ging in 1953 echter failliet en het Domhotel werd geveild. De gemeente was bang dat het hotel zou verdwijnen, maar het werd gekocht door de horecafamilie Van Stigt-Larrewijn, die ook de hotels des Pays Bas en Terminus exploiteerde. Hun NV Terminus maakte, toen Hoog Catharijne zich aandiende, een vergeefs plan voor een nieuwe hotelflat ter vervanging van Terminus en Domhotel.

In 1967 werd het restaurant van het Domhotel nog heropend onder de naam Sint-Maarten, opgeluisterd met een Domtoren gemaakt van 9.675 suikerklontjes. Het hotel werd in 1972 echter opgeheven. Het gebouw bleef wel staan bij de sloop van de Stationswijk voor Hoog Catharijne, maar kreeg een kantoorfunctie. In 1986 is het alsnog gesloopt en vervangen door een kantoorpand dat naadloos aansluit bij Hoog Catharijne.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant dit jaar over verdwenen horeca in Utrecht.

Profiel

24 Reacties

Reageren
  1. Massegast

    Jammer dat het gesloopt is. Het had nu een mooi grand-café met enige allure kunnen zijn. Neem ‘Loos’ in Rotterdam als voorbeeld. Iets wat in het huidige Stationsgebied/Hoog Catharijne node gemist wordt. Ik mis het in ieder geval 😢 (Voor de goede orde: er is horeca zat, maar het mist allure)

  2. Gas

    Mooi artikel weer, in plaats van dat gedrocht van Moxy, hadden ze op Rotsoord dit moeten (her)bouwen.

  3. Kadoendra

    Bij een bomaanval lukte het niet maar bij de sloopkogel lukte het uiteindelijk wel.

  4. Uuutje

    @ Kadoendra

    Zoals zo veel erfgoed niet door een bom geraakt is, maar door het gemeentebestuur in Utrecht in de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren

  5. Ton

    @ Uutje
    En helaas niet alleen in Utrecht.

  6. Erwin

    @Ton: ik ken geen andere steden in NL waar zo gesloopt is als in Utrecht, maar dat kan aan mij liggen. Hele stationswijk plat voor een winkelcentrum, grote delen van wijk C ook plat.

  7. Massegast

    Ik wil Arjan bedanken voor het artikel en de mooie foto’s van het Dom Hotel. Heb ik het hotel tenminste nog als screensaver…..

  8. E Conijn

    Een mooi artikel weer, inderdaad. Over alweer een interessant en helaas verdwenen gebouw.
    Mooi taktisch verwoord ook, dat het nieuwe gebouw naadloos aansluit bij Hoog Catharijne. 🙂

  9. Bayerwald

    Heerlijk zoals Arjan’s artikelen (pareltjes in mijn ogen) herinneringen oproepen zodat het Utrecht van mijn jeugd herleeft. Wederom dank, Arjan.

  10. Jeroen Lugtigheid

    @Erwin als je de kaart van Utrecht bekijkt dan zie je dat er vanaf wijk C tot aan de Damstraat en van de Daalsetunnel tot Moreelsepark niets meer overeind staat.

  11. paul

    Bedankt, wat een mooie artikel !
    Jammer is inderdaad hoeveel juist grotere oudere gebouwen rondom Centraal zijn gesloopt. Welicht krijgen huidige Utrechtse inwoners daarmee de indruk dat vroeger hier alles provinciaals was! Ook de oude schouwburg bijvoorbeeld op Vredeburg was indrukwekkend.

  12. Massegast

    @Jeroen Lugtigheid en @Erwin — Er is veel gesloopt tbv een groter Utrecht (verdubbeling van de bevolking), nieuwe werkgelegenheid en meer winkels. Het Stationsgebied van begin jaren 60 had nu niet meer gefunctioneerd. Het is alleen jammer dat bepaalde pareltjes niet in de nieuwe situatie zijn ingepast: Singel (kon nog voor veel geld terugkomen), De Utrecht, het Domhotel en ook het station van van Ravesteyn. Aan de westkant: de Hojelkazerne. Stedebouwkundigen en architecten zijn er later anders over gaan denken. Bij de bouw van Overvecht werd er een zandvlakte gecreeërd. Alle boerderijen weg. De watertoren is blijven staan, omdat die, ha, ha, nog functioneerde. Later, in Leidsche Rijn is dat anders gegaan. Maar als je dan toch sloopt, maak er daarna wat van. Kijk naar het Knipstraatgebied. Het is een eiland van verlaten lelijkheid geworden. Met inmiddels lege, overbodige kantoren. Prachtig gebied trouwens voor nieuwe en – vooral mooie – stedelijke ontwikkeling. En voor nu: kijk eens naar de Leideseveertunnel. Ook zo’n beauty van van Ravesteyn, dreigt verwaarloosd en ‘weggepest’ te worden.

  13. Angelique

    Stel je toch eens voor, dat Moxy dit had laten neerzetten op Rotsoord

  14. Uuutje

    @ Massegast.

    Leg mij dan eens uit waarom dat stationsgebied niet meer gefunctioneerd had?

    De rest vh middeleeuwse centrum en Utrecht Oost functioneert toch ook nog steeds?

    Ok, een station dat groter moest, dat nieuwe station, incl desnoods een winkelcentrum, had ook of iets breder over het spoor of meer richting nieuwe jaarbeurkant gebouwd kunnen worden. Oude bestaande gebouwen hadden er ook in geïntegreerd kunnen worden.

  15. Jeroen

    @Massegast, de kantoren en het winkelcentrum hadden veel beter aan de Jaarbeurskant gesitueerd kunnen worden waar naast wat kazernes en fabrieken weinig bebouwing was. De sloopwoede tot en met de jaren negentig was echt buiten proportie en slecht doordacht.

  16. Rob H.

    Eens met zowel Massegast als Jeroen. Ja, en had wat minder gesloopt kunnen worden en ja, er had meer aan de Jaarbeurskant van het station gebouwd kunnen worden. maar gezien de reizigersstromen op het drukste station van Nederland, was het stationsgebouw van van Ravesteyn veel en veel te klein geweest en ik zie niet hou dat verbeterd had kunnen worden met behoud van het toenmalige station. Waarschijnlijk had de halve stationswijk sowieso gesloopt moeten worden om plaats te maken voor de reizigersstroom (inclusief bussen).

  17. Massegast

    @Jeroen en @Uutje — Een paar puntjes: 1. Ook het middeleeuwse centrum is veranderd. Toen gevuld met autoverkeer en nu grotendeels voetgangersgebied. Overigens zijn er in de binnenstad (deels voor onze tijd) de nodige doorbraken voor het verkeer uitgevoerd. 2. De crux van HC is dat het tussen station en binnenstad ligt, wat veel passanten ‘vangt’. Met de Jaarbeurskant heb je dat niet. 3. In de jaren 60 waren de Stationsstraat, Westerstraat etc. gevuld met de regionale bussen van de NBM. Het reguliere busstation was veel te klein geworden om al die bussen te faciliteren. 4. Kazernes zijn al gauw slooprijp, maar het hoofdgebouw van de Hojel was wel prachtig hoor, met veel statige bomen er omheen. (Ik mocht er een deel van m’n diensttijd doorbrengen). Nu staat daar het Volksbankgebouw. Nadere duiding lijkt me overbodig.
    Het zou leuk zijn er eens een middagje over door te bomen….. Als corona op vakantie gaat en DUIC trait-d’union wil zijn.

  18. Jeroen

    @Massegast, dat het Hojel hoofdgebouw in 1990(!) nog volledig gesloopt is. Daar kan ik met m’n pet ook niet bij. Maar goed, je hebt ook wel deels gelijk hoor. In de jaren twintig is de volledige as van Vredenburg tot aan Janskerkhof met de grond gelijk gemaakt en vervangen door o.a. Galleries Modernes, het Hoofdpostkantoor, Jaarbeursgebouwen op het Vredenburg en de rest van de panden langs de Lange Viestraat en Potterstraat. Dingen gebeuren en steden veranderen. De omvang en rucksichtlosheid waarmee echter het stationsgebied is platgewalst is voor mij wel van een andere orde. Het is door de moed van de krakersbeweging, Marga Klompé en enkele architecten te danken dat het niet nog veel verder is gegaan. De Inktpot stond bijvoorbeeld ook al op de slooplijst als sombere duistere SS-bunker die niemand zou missen.

  19. Massegast

    @Jeroen — En vergeet de inbreng van dichter/schrijver Jan Engelman niet om de sloopmoloch te stoppen. Men had inderdaad veel ‘chirurgischer’ te werk moeten gaan in het Stationsgebied. Er zijn ook prachtige herenhuizen tegen de vlakte gegaan. Maar ja, de ‘Zeitgeist’, aangedragen door die diabolische verkeersdeskundige: Feuchtinger. Onlangs bleek dat ie n.b. volbloed nazi was. En Jan Engelman wacht intussen nog steeds op zijn straat of laan in Utrecht.

  20. Johannes

    @ Jeroen

    Die heiligverklaring van Marga Klompé als redster van de singels is een mythisch misverstand.

    De Rijksoverheid greep al veel eerder in op de Utrechtse dempingsplannen. In 1959 gooide staatssecretaris Scholten van OKW al een bom op de plannen Feuchtinger. In 1964 plaatste minister Scholten van CRM de singels op de Monumentenlijst waarmee ze beschermd waren; in 1965 onthield deze minister daarom de dempingsvergunning aan het Utrechtse bestuur.
    Daarna is er nog ruim twee jaar gesoebat totdat Klompé (als opvolger van Scholten) toestemming gaf om Weerd- en Catharijnesingel deels wél te dempen. In 1970 besloten ministers Schut en Vrolijk gezamenlijk om voor demping van de rest van Weerd- en Catharinesingel geen vergunning te geven. Het gemeentebestuur had zélf al in 1966 besloten af te zien van demping van Malie- en Tolsteegsingel.

    Ergo, de rol van Klompé is veel kleiner dan altijd voorgesteld.
    Maar ze heeft wel mooi een brug.

  21. Ton

    Het is ze in Amsterdam, met de nodige moeite, ook steeds gelukt om hun station aan te passen een de steeds toenemende aantallen reizigers.
    Waar een wil is, …

  22. Jeroen

    @Johannes kijk weer wat geleerd.

  23. Johannes

    Het was al laat, Johannes was niet meer zo scherp. Correctie dus.

    In 1964 was het minister Vrolijk (dus niet Scholten) van CRM die de singels op de monumentenlijst plaatste.
    Klompé was in 1968 Vrolijk opgevolgd, niet Scholten.
    En in 1970 besloten Schut (van Ruimtelijke Ordening) en Klompé (dus niet Vrolijk), geen verdere toestemming te verlenen.

  24. Arjan den Boer

    Nog als leuke toevoeging:

    “Vestdijk verbleef aan de Catharijnesingel in Hotel Pomona waar hij ‘allemaal vegetarische juffrouwen met sluik haar en ondervoede blik’ aantrof.”

    https://www.oud-utrecht.nl/nieuws/847-het-utrecht-van-simon-vestdijk

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).