Verdwenen musea: het Muntmuseum aan de Leidseweg | De Utrechtse Internet Courant Verdwenen musea: het Muntmuseum aan de Leidseweg | De Utrechtse Internet Courant

Verdwenen musea: het Muntmuseum aan de Leidseweg

Verdwenen musea: het Muntmuseum aan de Leidseweg
Munt- en Penningkabinet in 1976 (Het Utrechts Archief)
Het museum met de muntencollectie van de Rijksmunt veranderde in een eeuw tijd verschillende keren van naam. In 2012 bleek dat ook een geldmuseum in geldnood kan komen en sindsdien is Utrecht een museum armer.

Het museum met de muntencollectie van de Rijksmunt veranderde in een eeuw tijd verschillende keren van naam. In 2012 bleek dat ook een geldmuseum in geldnood kan komen en sindsdien is Utrecht een museum armer.

Begin negentiende eeuw werden de tot dan toe gebruikelijke provinciale muntstukken vervangen door nieuwe nationale munten. De Munt van Utrecht, gevestigd tussen de Oudegracht en de Neude, was het best geschikt voor de productie daarvan en groeide uit tot de Rijksmunt. In 1845 kreeg men koninklijke goedkeuring om een verzameling van oude munten aan te leggen, het begin van een munt- en penningkabinet.

De Rijksmunt verhuisde in 1911 naar een groot nieuw gebouw aan de Leidseweg 90, goed bereikbaar aan het Merwedekanaal en de Leidse Rijn. Het was ontworpen door rijksbouwmeester C.H. Peters in een neoclassicistische stijl met neorenaissance-elementen. De gevels en het interieur waren voorzien van symbolische voorstellingen en decoraties rond het thema geld.

Munt- en Penningkabinet

Pas in het gebouw aan de Leidseweg kunnen we van een muntmuseum spreken. Het Utrechtsch Nieuwsblad schreef: ‘De verzameling van het penningkabinet aan ‘s Rijks Munt zal in het nieuwe gebouw in een afzonderlijke kamer tentoongesteld worden’. Deze ruimte werd ingericht met speciaal vervaardigde vitrines, kasten en lades die pasten bij de eikenhouten lambriseringen en deurlijsten.

Het Munt- en Penningkabinet gaf een historisch overzicht van Nederlandse muntsoorten, met de nadruk op in Utrecht geslagen exemplaren. Daarmee onderscheidde het zich van het Koninklijk Munten- en Penningenkabinet in Den Haag. Zo waren er zilveren munten van de Utrechtse bisschoppen, die al vóór het jaar 1000 het muntrecht hadden gekregen van de Duitse keizer. Van de veertiende tot de zestiende eeuw beschikte ook de stad Utrecht over het recht om eigen munten te slaan. De collectie werd in de loop der jaren uitgebreid met muntstukken van andere provinciale munthuizen en met koloniale en buitenlandse munten. Er werden ook medailles, erepenningen en gas- en elektriciteitsmuntjes bewaard.

Behalve de geldstukken zelf waren er ook attributen voor de productie, zoals muntgewichten, penningstempels en stempelgereedschap. Veel grote werktuigen werden na buitengebruikstelling vernietigd om misbruik te voorkomen; zodoende bleven er maar weinig muntpersen bewaard. Eén negentiende-eeuwse schroefpers uit Batavia kwam in de hal van de Rijksmunt te staan. Daarnaast werden er vier Duitse Uhlhorn-persen van rond 1850 in het magazijn opgeslagen bij gebrek aan expositieruimte.

Lange tijd leidde het Munt- en Penningkabinet aan de Leidseweg een sluimerend bestaan; er kwamen alleen onderzoekers en verzamelaars. In 1954 werd het kabinet wel meegeteld bij een opsomming van de achttien Utrechtse musea, maar nog in 1972 stond er in een folder: ‘Bezichtiging uitsluitend na voorafgaande schriftelijke of telefonische aanvrage’. De toegang was gratis.

In 1983 koos de Rijksmunt voor een meer extern gerichte koers, waarvoor zelfs een hoofd Commerciële Zaken werd aangesteld. Eén van diens taken was de uitbouw van het Munt- en Penningkabinet tot het Museum van ‘s Rijks Munt. In dezelfde periode kwam Albert Scheffers als conservator in dienst, afkomstig van het Koninklijk Penningkabinet. Eind 1985 opende het vernieuwde museum met een permanente tentoonstelling over muntproductie. Bezoekers konden zelf op een echte muntpers een penning slaan ter herinnering aan hun bezoek.

Het Muntgebouw (Dohduhdah, Wikimedia Commons)

Geldmuseum

In 1994 werd de Rijksmunt verzelfstandigd tot De Nederlandse Munt NV, met de staat als enige aandeelhouder. Het bedrijf werd veel commerciëler op het gebied van muntproductie en -handel. Als voortzetting van de verzameling werd toen Het Nederlands Muntmuseum (HNM) opgericht. Conservator Scheffers werd nu ook directeur. Op de bezoekersmuntjes kwam het nieuwe muntteken annex museumlogo te staan: de schaduw van een munt met de vleugels en staf van de handelsgod Mercurius.

In 2004 fuseerden de drie grote Nederlandse muntencollecties: Het Nederlands Muntmuseum, Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet en de numismatische verzameling van De Nederlandsche Bank. Deze fusie vormde de aanleiding voor een nieuw museum in de Rijksmunt: het Geldmuseum. Na een verbouwing van 11 miljoen euro werd het in mei 2007 geopend door Prins Willem Alexander en minister Wouter Bos. Het Geldmuseum richtte zich op een groot publiek en moest bijdragen aan de financiële opvoeding van de jeugd. Veelbesproken attractie was de tien meter lange ‘gulden middenweg’, geplaveid met guldens, rijksdaalders en kwartjes die door de euro achterhaald waren.

Zo ambitieus als het Geldmuseum begon, zo snel kwam het aan z’n einde. In 2012 besloot het ministerie van OCW de geldkraan dicht te draaien en een jaar later verwierp de Tweede Kamer een motie om het museum te redden. Het grootste deel van collectie ging naar De Nederlandsche Bank in Amsterdam. De Nederlandse Munt zelf werd in 2016 verkocht aan een Belgisch bedrijf en het monumentale gebouw aan de Leidseweg krijgt een nieuwe functie, volgens de gemeente een ‘mix van werken, ontmoeten en verblijven’.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over verdwenen musea in Utrecht.

Profiel

2 Reacties

Reageren
  1. Erwin

    Wederom een interessant stuk van Arjan den Boer!

    Misschien wel typerend voor het geldmuseum is dat we het ooit wilden bezoeken, maar na 5 minuten weer weg moesten omdat er een stroomstoring was. Daarna nooit meer geweest.

  2. Katja

    Als je leest hoeveel moois er al is verdwenen, zou je er triest om worden….

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).