Verdwenen musea: Museum Kunstliefde aan de Oudegracht - De Utrechtse Internet Courant Verdwenen musea: Museum Kunstliefde aan de Oudegracht - De Utrechtse Internet Courant

Verdwenen musea: Museum Kunstliefde aan de Oudegracht

Verdwenen musea: Museum Kunstliefde aan de Oudegracht
Bovenzaal in 1906 met schilderijen van o.a. Van Scorel en Bloemaert (HUA/CM)
Tussen 1873 tot 1918 had Utrecht een particulier kunstmuseum met een deels gemeentelijke collectie. De daar getoonde schilderijen van Utrechtse meesters zouden later de basis vormen voor het Centraal Museum.

Tussen 1873 tot 1918 had Utrecht een particulier kunstmuseum met een deels gemeentelijke collectie. De daar getoonde schilderijen van Utrechtse meesters zouden later de basis vormen voor het Centraal Museum.

Rond 1860 ontstond bij het Genootschap Kunstliefde — als kunstenaarsvereniging opgericht in 1807 — het idee voor een museum voor Utrechtse meesters uit de Gouden Eeuw. De eerste aankoop was de De aanbidding der drie koningen van Abraham Bloemaert. Met giften van leden groeide de collectie tot ruim 50 schilderijen en zo’n 60 tekeningen.

In 1870 stelde Kunstliefde het gemeentebestuur voor om een museum te openen waarin de collectie van het genootschap gecombineerd werd met de belangrijkste schilderijen uit het Stedelijk Museum van Oudheden in het Stadhuis. De gemeente stemde in, want het stedelijk museum van archivaris Samuel Muller richtte zich op stadsgeschiedenis en niet zozeer op kunst. De 56 gemeentelijke schilderijen waren van kunstenaars als Hendrik Bloemaert, Gerard van Honthorst en Jan van Scorel, waaronder langwerpige portretschilderingen van Jeruzalemvaarders.

De gemeente stelde ruimte beschikbaar in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen aan de Mariaplaats, waar Kunstliefde al andere activiteiten hield. Het museum werd in februari 1873 officieel geopend en was elke maandag-, woensdag- en vrijdagmiddag toegankelijk à 25 cent. Op zondagmiddagen was de toegang gratis.

Grachtenpand

In 1885 verscheen een catalogus, onderverdeeld in ‘Nederlandsche Middeleeuwsche School’, ‘Oud-Hollandsche School’ en ‘Moderne Schilderijen’. De collectie bleef groeien door giften, aankopen en bruiklenen. De bezoekersaantallen vielen echter tegen: slechts enkele tientallen per maand. In 1905 beschreef het Utrechtsch Provinciaals en Stedelijk Dagblad de oorzaak: ‘Een museum als dit wil niet gehuisvest zijn in een toevallig gevonden vergeten hoekje met weinig ruimte, jammerlijke belichting, en slechte bediening.’

Museum Kunstliefde verhuisde in 1905 van de Mariaplaats naar de Oudegracht. Daar was het beter herkenbaar en ruimer behuisd; bovendien wilde de gemeente de K&W-zalen voor iets anders gebruiken. De patriciërswoning aan de Oudegracht 35 was een nalatenschap van Kunstliefde-erelid Margaretha Boellaard, met als doel een fonds te stichten ter ondersteuning van oudere kunstenaars. Kunstliefde moest dan ook huur betalen aan het Boellaardfonds. Het 17e-eeuwse grachtenpand werd door architect J.A. van Lunteren verbouwd tot museum, waarbij de eerste verdieping ingrijpend veranderde. Door de ramen dicht te metselen (!) en een daklicht te maken over de hele breedte ontstond een ruime, lichte museumzaal.

Museum Kunstliefde aan de Oudegracht 35 in 1906 (Het Utrechts Archief)

In de grote bovenzaal hingen de schilderijen uit de stadscollectie, want alleen daar kon de brandveiligheid gegarandeerd worden die de gemeente eiste. Kunstliefdes eigen schilderijen hingen daarom in de drie kleine benedenzalen. In de vestibule was overigens een bijzonder houtgesneden binnenportaal met dubbele boog uit de 17e eeuw in tact gelaten.

Bestuurslid P.T.A. Swillens blikte later terug op de bovenzaal: ‘Het was inderdaad een zeer grote ruimte, waarvan de wanden van boven tot beneden propvol met kunstwerken hingen, zodat er nauwelijks nog een stukje muur te zien was… Op stijl, chronologische orde, overzichtelijkheid, rust enz. werd in die dagen niet gelet… Het geheel maakte de indruk van een schilderijen-pakhuis.’

Uitverkoop

Ook het nieuwe museum trok maar weinig bezoekers, terwijl Kunstliefde in geldproblemen raakte door de hoge huur aan het Boellaard-fonds. De gemeente Utrecht weigerde mee te betalen, ondanks het feit dat de stadscollectie de grote zaal in beslag nam. In 1911 werden de 90 gemeentelijke schilderijen dan ook uit het museum weggehaald. Naast het financiële conflict speelde mee dat de gemeente ondertussen werkte aan een nieuw ‘centraal’ museum.

In de bovenzaal werden nog tekenlessen en tijdelijke exposities gehouden; de eigen collectie bleef te zien op de begane grond. Het museum was op sterven na dood en Kunstliefde zat diep in de schulden. In 1918 werden daarom de 63 belangrijkste schilderijen voor 36.000 gulden aan de gemeente verkocht voor het nieuwe Centraal Museum. Een koopje, gezien de werken van Utrechtse meesters als Bloemaert, Moreelse, Saftleven, Savery en Wttewael. De resterende werken werden in 1920 geveild bij het Notarishuis Achter Sint Pieter.

Ook na het ‘afstoten’ van de museumfunctie hield Kunstliefde geldproblemen. In 1929 dreigde opheffing, maar een bestuurswisseling bracht nieuw elan. Kunstliefde verhuisde naar het huidige pand Nobelstraat 12A en nam daarbij het 17e-eeuwse boogportaal mee van de Oudegracht. Het oude museumgebouw kwam later bij het klooster Meisjesstad van de zusters Augustinessen, en kreeg weer ramen op de eerste verdieping.

De ingewikkelde financiële verhouding tussen Kunstliefde en het ‘eigen’ Boellaardfonds blijft opspelen. Recent dwong het fonds bij de rechter een grote ‘marktconforme’ huurverhoging af voor het pand aan de Nobelstraat, waardoor Kunstliefde opnieuw in financiële problemen dreigt te raken. Ondertussen floreert het Centraal Museum mede dankzij de collectie die het genootschap in de 19e eeuw heeft veiliggesteld.

17e-eeuws boogportaal bij Kunstliefde, Nobelstraat (bron: Kunstliefde)

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over verdwenen musea in Utrecht.

Profiel

3 Reacties

Reageren
  1. Harry Schuring

    Ooit is er op,het Domplein een fantastische Van Gogh expositie georganiseerd, met veel succes !

  2. K.

    Weer zo’n boeiend artikel, dank!

  3. George Knight

    Mooi stuk. Je zou dus kunnen zeggen dat de gemeente Utrecht indirect via het Centraal Museum (Gemeente Utrecht is eigenaar van gebouwen én collectie) een verplichting heeft aan Genootschap Kunstliefde. Hopelijk zijn de huidige bestuurders van de gemeente zich terdege bewust van deze rol en proberen ze actief te bemiddelen tussen Kunstliefde en Boellaardfonds om een oplossing voor beide partijen dichterbij te brengen..

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).