Verdwenen musea: Natuurhistorisch Museum in het Julianapark | De Utrechtse Internet Courant Verdwenen musea: Natuurhistorisch Museum in het Julianapark | De Utrechtse Internet Courant

Verdwenen musea: Natuurhistorisch Museum in het Julianapark

Verdwenen musea: Natuurhistorisch Museum in het Julianapark
Ansichtkaart Julianapaviljoen; (Het Utrechts Archief)
Het witte paviljoen in het Julianapark — tegenwoordig een Oriëntaals restaurant — huisvestte oorspronkelijk een theehuis, maar ook een natuurhistorisch museum vol opgezette vogels. De door de gemeente in dienst genomen oprichter viel door de mand als een maniak die vogelkolonies uitmoordde.

Het witte paviljoen in het Julianapark — tegenwoordig een Oriëntaals restaurant — huisvestte oorspronkelijk een theehuis, maar ook een natuurhistorisch museum vol opgezette vogels. De door de gemeente in dienst genomen oprichter viel door de mand als een maniak die vogelkolonies uitmoordde.

Het Julianapaviljoen, ontworpen door gemeente-architect Gosse van der Gaast, werd in 1937 door ‘jeugdige werklozen’ gebouwd. Het Julianapark was in 1903 begonnen als ‘Tuin van Kol’, het landschapspark van de rijke bankier Jan Kol. Zijn erfgenamen verkochten het park aan de gemeente Utrecht, die het in 1935 als werkverschaffingsproject liet uitbreiden.

Het natuurhistorisch museum was een initiatief van de preparateur John Roeleveld uit Mijdrecht. ‘Deze heeft van zijn jeugd af vogels opgezet en daardoor tallooze relaties gekregen. Van alle kanten krijgt hij vogels voor zijn verzameling toegezonden’, schreef een krant. Behalve opgezette vogels had hij een collectie van maar liefst 9.000 eieren, en ook nog een verzameling vlinders.

Natuurmuseum

Toen in 1932 het poortgebouw van de Hof van Chartreuse — een restant van het kartuizerklooster Nieuwlicht — werd gerestaureerd, mocht Roeleveld daar van de gemeente Utrecht zijn collectie onderbrengen. In smeedijzeren letters kwam er Nat. Hist. Museum Naturae op de muur te staan. Omdat de vogelverzameling bleef groeien reserveerde wethouder A.H. Smulders plaats voor een echt museum in zijn plannen voor het Julianapaviljoen. Het paste goed bij de opzet van het park, waar ook veel levende dieren te zien waren (‘Prachtige herten, kraanvogels, flamingo’s, pauwen, faisanten, parelhoenders… Chineesche biggetjes en zelfs een waschbeertje’). Roeleveld schonk zijn collectie aan de gemeente in ruil voor een aanstelling als conservator en beheerder van het nieuwe museum.

John Roeleveld; museumzaal in 1938 (Museum van Zuilen)

Tijdens de bouw schreef het Utrechtsch Nieuwsblad: ‘Aan de noordzijde van het paviljoen bevindt zich de Museumzaal, een hooge zaal met aan eene zijde een platform. De zaal ontvangt licht van boven, waardoor het mogelijk is alle wanden geheel als expositieruimte te benutten.’ Met het genoemde platform werd een soort balkon bedoeld dat uitzicht bood over de gehele collectie. Het museum was in het ovale bouwdeel dat aan de achterkant van het gebouw het park in steekt. Het had oorspronkelijk een gesloten gevel met alleen enkele smalle vensters aan de afgeronde zijde. Er was een eigen ingang vanaf de Amsterdamse Straatweg. Over de inrichting schreef een andere krant: ‘Reeds zijn groote vitrines geplaatst, langs de wanden en op tafels zal nog een groot deel der opgezette vogels worden tentoongesteld. En er zijn nog groote plannen, o.a. voor een diorama’.

De opening van het natuurhistorisch museum in december 1937 trok veel hoogwaardigheidsbekleders, zoals de wethouders van Utrecht en burgemeester Norbruis van Zuilen (toen nog een zelfstandige gemeente, terwijl het park van Utrecht was). Er waren ook vertegenwoordigers van Staatsbosbeheer, de Utrechtsche Biologenvereeniging en het Zoölogisch Laboratorium van de universiteit, wat aangeeft dat men het natuurhistorisch museum serieus nam. Burgemeester Norbruis sprak enigszins cryptisch de hoop uit ‘dat het nieuwe museum zal bijdragen tot de ontwikkeling der menschen voor de natuur’. Het museum ging op woensdagmiddag en in het weekeinde open; in de zomerperiode en schoolvakanties zelfs dagelijks.

Maniak en wederopstanding

Al snel kantelde het beeld van conservator John Roeleveld. ‘Een zonderlinge historie. Natuurhistorisch museum door politie overhoop gehaald’, kopte het Utrechtsch Volksblad in juli 1938. Er werden dode vogels in beslag genomen omdat Roeleveld geen ontheffing had in het kader van de Vogelwet. Hij werd ervan verdacht dieren speciaal te hebben laten doden, maar de zaak liep met een sisser af. In 1943 besloot de Stichting Julianapark het museum te vervangen door een vivarium met aquarium, omdat dit ‘leerzamer voor het publiek en een grootere attractie voor het park’ zou zijn. Misschien speelden de verdenkingen tegen Roeleveld een rol. Hij kreeg bij z’n ontslag twee jaarvergoedingen mee; de collectie zou voor onderwijsdoeleinden worden ingezet.

‘Utrechtse maniak moordde hele vogelkolonies uit’ schreef De Waarheid in 1953 toen in Apeldoorn duizenden dode vogels en eieren in beslag werden genomen, die John Roeleveld in de jaren daarvoor had verzameld ‘tot onherstelbare schade voor de Nederlandse vogelstand’. Nu Roeleveld uit de gratie was vond de krant dat zijn verzameling ‘geen enkele wetenschappelijke waarde’ had.

De man die ooit door de gemeente Utrecht als conservator was binnengehaald, gleed nog verder af. Het laatste krantenbericht dateert uit 1982. In bouwvallige schuurtjes en schimmelige keldergewelven in Brummen vond de politie toen meer dan 250.000 opgezette dieren, duizenden vogeleieren en een grote insectenverzameling. ‘Het vormde het levenswerk van de 72-jarige ‘ome’ John Roeleveld, evangelist-preparateur, en naar zijn zeggen trouwe dienstknecht van de Heer, die hem opdracht heeft gegeven met zijn ‘Ark van Noach’ te wachten op de Dag des Oordeels, om dan met enkele trouwe volgelingen de wederopstanding van de duizenden opgezette beesten mee te maken.’

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over verdwenen musea in Utrecht.

Profiel

4 Reacties

Reageren
  1. Bertje 030

    Mooi verhaal, bij velen (waaronder ikzelf) onbekend.

  2. jos stelling

    Ontzettend geestig. Leermomentje. kijk uit met preparateurs-evangelisten-conservators-verzamelaars. ik ruik een nieuwe natuurfilm.

  3. sic

    Het was na de museale functie nog lang een zeer chique restaurant, vergelijkbaar met wat Karel V nu is.

    Nu zit er een gedateerde afhaalchinees in.

  4. R

    Heb daar vele jaren om de hoek gewoond en vond dat pand altijd al veel te veel uitstraling hebben voor de rol van zeer ondermaatse Chinese restaurant. Leuk om te lezen hoe het echt zat! Zou mooi zijn als een serieuze ondernemer het pand overneemt (de kinderen van de Chinese uitbater nemen de toko waarschijnlijk toch niet over net als elders in ons land) en het weer opknapt tot goed restaurant. Voor een sauna / luxe badhuis is het pand denk ik ook wel geschikt. Fatsoenlijke spa voorzieningen ontbreken in onze stad nog steeds.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).