Waar moet dit gigantische kunstwerk naartoe? Gemeente Utrecht wikt en weegt maar niet alle bewoners zitten erop te wachten

Een gedeelte van het kunstwerk Zeelandschap
Een gedeelte van het kunstwerk Zeelandschap

Het is groot, zwaar en het is kunst. De gemeente Utrecht is naarstig op zoek naar een nieuwe plek voor het Zeelandschap. Het kunstwerk dat uit verschillende onderdelen bestaat, waarvan het zwaarste ruim 35.000 kilo is, moet weg uit het Smakkelaarspark in het centrum omdat er gebouwd gaat worden. Eerst werd een verhuizing naar Overvecht gepland, maar die plek kwam ter discussie te staan. Nu ligt er een plan voor herplaatsing in het Beatrixpark in Lunetten en barst de discussie weer los.

In 1983 schreef de gemeente een opdracht uit voor kunst in het park op het Smakkelaarsveld. Er werd gekozen voor het voorstel van David van de Kop (1937-1994). De kunstenaar wilde, zo lezen we op de website Kunst in de openbare ruimte Utrecht, met het kunstwerk een plek in de stad creëren waar men zich terug kan trekken en realiseren dat er meer bestaat dan de economische ruimte van de binnenstad.

“Het kunstwerk kreeg als titel De Elementen maar werd in de volksmond al snel beter bekend als het Zeelandschap. Na de jaren ’80 rolde de economische ruimte als een nieuwe werkelijkheid over de elementen heen. Het kunstwerk stond verloren op het Smakkelaarsveld tussen een fietsenstalling, beton, hekken en bouwwerkzaamheden.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_246205” align=”aligncenter” width=”1600”] Het Smakkelaarsveld in 2017 met het kunstwerk te midden van fietsen. Robert Oosterbroek[/caption]

Nu liggen er weer grootschalige bouwplannen. Op het Smakkelaarsveld komen twee gebouwen met circa 150 huur- en koopwoningen en er komt een kantoorgebouw met op het dak een voor iedereen toegankelijk houten horecapaviljoen. Ook loopt er al een bus- en trambaan doorheen. Daarmee is er straks definitief geen plek meer voor het Zeelandschap, dat uit vier abstracte, gemetselde en geglazuurde keramische objecten bestaat en waarvan de hoogste bijna zes meter is. In 2021 begon de gemeente met het zoeken naar een alternatieve locatie. In datzelfde jaar besloot het college van B&W dat het kunstwerk verplaatst zou worden naar het park bij de watertoren in Overvecht.

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_412703” align=”aligncenter” width=”2896”] Een gedeelte van het kunstwerk in 2008. Het Utrechts Archief[/caption]

Overvecht

Daar ontstonden echter problemen. Zo bleek het lastig om alle vier de onderdelen van het kunstwerk te verplaatsen naar het park in Overvecht. Dat niet alleen, ook de beheergroep van het park stelde de plaatsing ter discussie. Het zou te kolossaal zijn. De gemeente ging overstag en besloot op zoek te gaan naar alternatieve locaties. Die denkt de gemeente gevonden te hebben in het Beatrixpark in Lunetten. Alleen, daar komen omwonenden ook in verzet.

Een groep wijkbewoners heeft gezamenlijk een uitgebreide reactie opgeschreven. Het zijn kunstenaars, een historicus, ecoloog, landschapsarchitect en mensen die betrokken zijn bij het onderhoud van het groen. Allemaal zijn ze graag in het park. Volgens deze groep past het kunstwerk niet in het Beatrixpark en daar hebben ze meerdere argumenten voor.

‘Het is geen kunstwerk dat is gemaakt voor in een groen landschap’

Zo wijzen de critici erop dat het kunstwerk specifiek is gemaakt voor het Smakkelaarsveld: “De kunstenaar David van de Kop wilde met dit kunstwerk een plek in de binnenstad creëren waar men zich terug kon trekken om te reflecteren op de gedachte dat er meer bestaat dan de economische ruimte van de binnenstad. Het is geen kunstwerk dat is gemaakt voor in een groen landschap, maar bedoeld als symbool in de stedelijke omgeving van het Smakkelaarsveld.”

Ook meent de groep omwonenden dat het landschap van het park te veel aangetast wordt door de komst van het kunstwerk. “Het landschap van het Beatrixpark kenmerkt zich door kleinschaligheid […] Het landschap is ontworpen als groene zone rondom de woonkern, voortbouwend op de aanwezige historische landschapskwaliteiten. Dit beeld wordt abrupt doorbroken door de komst van de kunstwerken, wat ten koste gaat van de herkenbaarheid, leesbaarheid en identiteit van het Beatrixpark. Ook correspondeert de beleving van het landschap niet met de kleurstelling van het kunstwerk. De felle, kunstmatige kleuren steken fel af tegen het rustige, natuurlijke landschap.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

‘Maat en schaal’

Paul Broekman, een andere wijkbewoner, kan zich goed vinden in de argumenten. Zelf kroop hij ook in de pen om zijn ongenoegen te uiten. Hij gaat daarmee – Broekman is zelf ook kunstenaar – vooral in op het argument dat het kunstwerk thuishoort in een meer stedelijke omgeving, omdat kunstenaar David van de Kop dit begin jaren ‘80 ook zo bedacht had. “Een toegepast kunstwerk wordt ontworpen in relatie tot de plek waar het komt te staan en haar omgeving”, aldus Broekman.

‘Het kunstwerk weghalen uit een stedelijke omgeving houdt in dat het werk zijn betekenis verliest’

“Het kunstwerk weghalen uit een stedelijke omgeving houdt in dat het werk zijn betekenis verliest. Het kunstwerk wordt zo ontdaan van zijn interactie met zijn plek en omgeving. Door de opgeroepen tegenstelling van het werk, de referentie aan de natuur versus de (in dit geval) economische ruimte van de binnenstad, te verbreken wordt het kunstwerk niet meer dan loze vormen zonder bedoeling.”

Volgens Broekman kan kunstenaar Van de Kop dit nooit zo bedoeld hebben: “Door het te plaatsen in de natuur van het Beatrixpark wordt in wezen de tegenstelling van het werk (natuur/stad) tenietgedaan. Sterker, het komt in de natuur te staan, en dat is eigenlijk de kwalificatie van het beeld zelf. Zo krijgt het werk zelfs een tegenovergesteld effect doordat het door zijn grootte en materiaal het natuurlijke element van het park gaat verstoren.” Ook meent Broekman dat het kunstwerk gewoonweg te groot is voor het park. “Maat en schaal moeten een dusdanige verhouding hebben met elkaar dat deze geen verstorende werking hebben op elkaar.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_412708” align=”aligncenter” width=”1028”] Het kunstwerk in 2006. Bron: brbbl / Wikimedia CC[/caption]

Verder verloop

De gemeente Utrecht heeft eerder al een bewonersavond georganiseerd. Er is ondertussen ook enige haast geboden. Het kunstwerk moet later dit jaar verwijderd worden van de huidige plek op het Smakkelaarsveld.

Het college van B&W denkt dat het Beatrixpark juist groot genoeg is voor het kunstwerk. In een reactie laat de gemeente weten: “We zijn al langer op zoek naar een geschikte locatie voor het kunstwerk. We zochten een groene plek met voldoende ruimte om de vier onderdelen van het monumentale kunstwerk bij elkaar te plaatsen. Daarnaast het liefst grenzend aan een stedelijke infrastructuur met verkeersbewegingen, zoals dat ook op het Smakkelaarsveld het geval was. De rand van het Beatrixpark grenst aan verschillende spoorlijnen en de Waterlinieweg en biedt voldoende ruimte. We denken dat het kunstwerk hier weer volop tot zijn recht kan komen. De beelden kunnen zowel door wandelaars in het park als fietsers langs het spoor en vanuit de trein gezien worden.”

‘We denken dat het kunstwerk hier weer volop tot zijn recht kan komen’

Formeel is er nog geen besluit genomen over het kunstwerk, de bewonersavond was bedoeld om te kijken hoe omwonenden erover denken. Wel begint binnenkort de vergunningsprocedure. Omdat het even duurt voordat zo’n vergunning helemaal rond is, en het kunstwerk in het najaar weg moet, start deze procedure wel alvast voordat het college van B&W besluit of het kunstwerk echt naar het Beatrixpark gaat. Als de vergunningsaanvraag wordt goedgekeurd én het college positief besluit, kan het kunstwerk verplaatst worden. De bewoners worden nog geïnformeerd wanneer de bezwaarperiode start voor de vergunning.