De werkplek van buffetchef Nanno Vaartjes in de artiestenfoyer van de stadsschouwburg

De werkplek van buffetchef Nanno Vaartjes in de artiestenfoyer van de stadsschouwburg
Nanno Vaartjes achter de bar in de artiestenfoyer. Foto's: Marlot van den Berg
In de artiestenfoyer van de Stadsschouwburg Utrecht doet Nanno Vaartjes (63) al 36 jaar zijn best om de artiesten zich er thuis te laten voelen. “Ik ben met veel artiesten opgegroeid, die gaan er ook stiekem vanuit dat ik hier altijd ben. Maar ik kom pas net kijken hoor; ik heb drie collega’s die hier al veertig jaar werken!”

In de artiestenfoyer van de Stadsschouwburg Utrecht doet Nanno Vaartjes (63) al 36 jaar zijn best om de artiesten zich er thuis te laten voelen. “Ik ben met veel artiesten opgegroeid, die gaan er ook stiekem vanuit dat ik hier altijd ben. Maar ik kom pas net kijken hoor; ik heb drie collega’s die hier al veertig jaar werken!”

De foyer is nagenoeg leeg, ziet er spik en span uit en ligt te wachten op de bezoekers van de voorstelling Ciske de Rat. Nanno opent de deur waar groot ‘stage’ op staat. Achter de deur is de rust verdwenen; er lopen twee meiden met pruiken op pashoofden voorbij, er staan rekken vol met kleding en mannen van de techniek lopen met kabels te sjouwen. Een trap naar beneden leidt weer tot stilte. Daar is het rijk van Nanno: de artiestenfoyer. De tafels en stoelen staan netjes gerangschikt, de bar glanst van het poetsmiddel en de magnetrons staan klaar om het eten van de artiesten te verwarmen. “Veel artiesten nemen hun eigen eten mee, dat is altijd zo geweest”, vertelt Nanno. “Dertig jaar geleden was dat een pakje brood, tegenwoordig is gezond eten de trend dus komen er allerlei ingewikkelde salades voorbij. Ook hoef ik de reclame van de Albert Heijn niet te zien om te weten wat er in de bonus is.”

Op de bar staat een zwarte tovenaarshoed van plastic. “Ik kan er geen afstand van doen”, zegt Nanno. “Het was een ijskoeler. Nu tover ik de rietjes uit de hoge hoed.” Vanachter de bar heeft hij een goed overzicht over de artiestenfoyer, die overigens totaal vernieuwd is (“Echt fantastisch”). Vijf dagen per week ontvangt hij daar de gasten, die hij zo goed mogelijk probeert te helpen. Soms zijn doet hij dat wel acht dagen achter elkaar, want hij doet graag hele producties. “Wel zo makkelijk, voor iedereen.” Zo werkt hij nu zes dagen bij Ciske de Rat, maar doet hij de ‘series van Youp’ ook altijd zelf. Nanno schenkt dan drankjes vanuit de bar, helpt met het bereiden van het eten (of zorgt dat er gekookt wordt in Zindering, het restaurant van de schouwburg) en ruimt alles weer netjes op. “Als alles gelijk lekker schoon is, zie je direct resultaat van je werk.”

Nanno werkte eerder in de detailhandel, zo stond hij in een boekhandel en kookwinkel. Via een vriend hoorde hij van de vacature buffetchef in de artiestenfoyer. De baan leek hem bijzonder. Hij vindt het leuk om de rol van gastheer te vervullen en mensen zich thuis te laten voelen. Toch is het volgens hem belangrijk om enige afstand tussen de artiesten en zichzelf te bewaren. “Een acteur zit niet te wachten op mijn oordeel – daar ben ik altijd heel terughoudend mee.” Hij zal dan ook nooit duidelijk laten blijken wat hij van een voorstelling vond. “Een acteur weet zelf precies hoe het ging en hoe de zaal het ontving. Als een voorstelling slecht ging, blijf ik gereserveerd. Ik ga niet liegen, natuurlijk, maar ik praat er dan een beetje omheen.”

‘Wat ik heb geleerd? Probeer nooit leuker te zijn dan een cabaretier’

In veel artiestenfoyers zijn de muren volgeplakt met foto’s van beroemde acteurs of actrices. Daar moet Nanno niks van hebben. “Het gaat om de avond zelf, niet om de voorstellingen die zijn geweest.” Hij is er altijd scherp op dat het affiche van de avond zelf in de artiestenfoyer hangt. Als de poster nog niet is geleverd, loopt Nanno direct zelf naar de receptie om er een op te halen. “De focus moet op de avond zelf liggen.” Hij is zelf dan ook altijd voorbereid op de spelers van de avond. Vroeger ging hij vaak langs de tweedehands boekwinkel De Slegte aan de Oudegracht om een biografie te scoren. Tegenwoordig zoekt hij naar recensies op internet. “Dan heb je gelijk een ingang om een babbeltje te maken. En het is ook m’n hobby, hoor”, verklaart Nanno.

Spanning
Nanno heeft veel Nederlandse artiesten zien opkomen en doorbreken. “Huub Stapel speelde hier begin jaren tachtig zijn eerste grote rol op het toneel”, vertelt hij. “Toen was hij nog echt een jongetje. Hij speelde samen met Mary Dresselhuys, toentertijd een gevierde actrice. Daar zei je ‘mevrouw’ tegen; het was een grande dame.” Ook Gijs Scholten van Aschat (‘Gijs’) komt al jarenlang over de vloer bij Nanno.

Zenuwachtig ziet de buffetchef de acteurs nooit. “Natuurlijk is er altijd een gezonde spanning, maar als ze echt zenuwachtig zijn, zitten ze in hun kleedkamer.” Met sommige gasten is Nanno ‘on kissing terms’, zoals hij het zelf noemt. Die komen er al zo lang, dat ze het handen schudden voorbij zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval met Tineke Schouten. “Zij is hier altijd meer gespannen dan ergens anders, omdat hier haar publiek zit.” Een ding over cabaretiers heeft Nanno in de loop der jaren wel geleerd: “Probeer nooit leuker te zijn dan een cabaretier, dan word je genadeloos afgestraft.”

Iedereen heeft zijn eigen voorbereidingen; André van Duin zit het liefst rustig in een hoekje, Freek de Jonge moet ‘op tempo’ blijven en wat Jochem Myjer doet, valt wel te raden. Brigitte Kaandorp bleef vroeger na een voorstelling altijd lang hangen. Haar broer, technicus bij de voorstellingen, bracht haar pas laat naar huis. “Brigitte maakte liedjes voor de nachtportier, dat vond ik altijd zo leuk.” Tegenwoordig wordt iedereen een dagje ouder, dus wordt de ‘nazit’ korter. Nanno kan daar wel genoegen mee nemen. Het leeftijdsverschil tussen hem en de studenten die in de foyer werken, wordt steeds groter. “Maar zolang ze me nog bellen om te vragen of ik meega naar TREK Festival in het Griftpark, vind ik het goed!”

‘Het ergste wat je kan overkomen, is dat je het toneel op moet’

De buffetchef heeft goede herinneringen aan het kerstcircus Cascade. “Op kerstavond aten we altijd met iedereen, ik zorgde voor de kerstboom en het kaarsje.” In de beginperiode stonden de leeuwen van het kerstcircus nog in de garage van de schouwburg. “Dat was wel spannend; ik ging altijd even kijken, maar kwam natuurlijk nooit te dichtbij.”

Nanno doet er alles aan om de avond op het podium goed te laten verlopen, maar ook om er zelf nóóit op te hoeven. “Dat is het ergste wat je kan overkomen: dat je het toneel op moet. Bij mijn sollicitatie heb ik gezegd dat ik best de wc’s wil schoonmaken, als ik maar geen bloemen op het podium hoef te brengen.” Zo erg is het toch niet? “Jawel, want je geeft óf de bloemen aan de verkeerde persoon, óf je wilt zo graag netjes lopen dat je struikelt!”

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).