De woonwagencultuur als immaterieel erfgoed: “Onze kinderen moeten toch ergens heen”

Afbeelding

Familie staat op nummer één, de schoenen gaan uit bij de voordeur: zomaar wat gewoontes uit de woonwagencultuur. Die cultuur staat sinds augustus 2014 op de Unesco-lijst voor immaterieel cultureel erfgoed Nederland. Op de lijst staan allerlei Nederlandse tradities die beschermd moeten worden, zoals het Sinterklaasfeest en het Brabantse worstenbroodje. De woonwagen is een essentieel onderdeel van de woonwagencultuur. Toch staan gemeenten niet te trappelen om standplaatsen voor woonwagens in te richten. Ook in Utrecht niet. Daar wordt de wachtlijst voor een woonwagenstandplaats al maar groter, waardoor het voor de woonwagenbewoners steeds lastiger wordt om hun cultuur in stand te houden.

Bij aankomst blaffen de honden je tegemoet. Geen kleine hondjes, maar grote pitbulls. De omliggende rijtjeshuizen hebben hun gordijnen dicht. Bij de woonwagenbewoners kun je gemakkelijk naar binnenkijken. Aan de eettafel van Henk is het gezellig vol, een afspraak met hem alleen wordt het dus niet. Wanneer ik bij de deur sta roept er iemand: "Kom maar binnen hoor!". De deur staat op een kier, in het halletje staan de schoenen netjes op de grond. Ik roep of ik ook mijn schoenen uit moet doen. "Ja, nee hoeft niet hoor!", roept Henk. "Lekker duidelijk Henkie, is het nou ja of nee?", roept een vrouwenstem. Ik besluit m’n schoenen toch maar beleefd bij de andere te zetten.

Op de deur prijkt een sticker met ‘niet roken’. Iedereen aan tafel heeft een sigaret in z’n handen. Als ik ga zitten wordt er gelijk een kopje neergezet op het plastic tafelkleed. Het servies is niet standaard HEMA wat je vaak ziet, maar rijkelijk versierd met goud en bloemen. Op het grote televisiescherm dat midden in de kamer hangt staat Hart van Nederland aan. Verder domineert vooral de zwarte kleur van het leer en het marmer de woonkamer. Na een voorstelrondje blijkt dat het gesprek niet alleen met Henk (51) zal plaatsvinden, maar ook met zijn nichtje Johanna (38), zijn zwager Wout (52) en diens schoonzoon Mo (33).

Iedereen op het kamp is familie

In 2003 ontwikkelde Unesco het Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed, als aanvulling op het verdrag over materieel erfgoed uit 1972. Eind 2009 maakte Ronald Plasterk, toen minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bekend dat ook Nederland van plan was om het verdrag ter behoud van immaterieel erfgoed in Nederland in te voeren. Hij schreef toen aan de Tweede Kamer: "De doelstellingen van het Unesco-verdrag zijn het beschermen of liever gezegd het waarborgen (safeguarding) van het voortbestaan van deze dynamische vorm van erfgoed". Inmiddels in het Unesco-verdrag sinds 2012 ook in Nederland van kracht.

Tradities


Het erfgoed van de woonwagenbewoners is hun cultuur. Kenmerkend voor die cultuur is hun sterke familieband: er wordt in de woonwagenwereld altijd op elkaar gelet. "De sociale banden zijn veel sterker dan bij burgermensen", vertelt Johanna. Met burgermensen bedoelt ze mensen die in een stenen huis wonen. "Vroeger noemden we ze nog boeren, dus ze zijn er al op vooruit gegaan", lacht Henk. De sociale banden blijven sterk omdat families dicht bij elkaar wonen. Iedereen op het kamp is familie van Henk, al moet er wel even gediscussieerd worden over wie welke relatie met elkaar heeft. Mo is van Marokkaanse afkomst en getrouwd met de dochter van Wout. Hij ziet veel gelijkenissen tussen zijn cultuur en die van de kampers. "De familiebanden zijn net zo sterk als in Marokko. Als je hier rond half zes bij burgermensen aanklopt, kan je er echt niet van uitgaan dat je kan mee-eten. In onze cultuur is dat heel normaal, net zoals bij de kampers." Henk: "Ja, wij wonen hier met vier man, maar koken iedere dag voor minimaal zes mensen. Zo kan er altijd iemand mee-eten. Dat is gewoon normaal hier. Net zoals dat je deur altijd openstaat." Op de vraag of dat áltijd zo is luidt het antwoord: "Vroeger wel. Tegenwoordig gaat de deur ‘s nachts dicht vanwege de criminaliteit." Vandaar de grote honden: om zich te beschermen. "In het nieuws komt vaak dat er door de politie weer een inval is gedaan op een kamp waarbij veel cashgeld is gevonden. Daarom denkt iedereen dat er bij ons veel te halen valt. Jammer genoeg hebben we dat al eens gemerkt."

Henk is al een tijd met de gemeente Utrecht in gesprek om meer standplaatsen te realiseren. Het belangrijkste onderdeel van hun cultuur noemt hij namelijk het vrije leven. "Houten woningen zijn veel lekkerder om in te wonen. Het klinkt misschien stom, maar ik zou niet kunnen leven in een betonnen woning. En wij hebben veel uitzicht." De meeste woonwagens hebben inmiddels geen wielen meer. Hij vertelt dat het niet gaat om de wielen, maar dat de wagens snel af te breken moeten zijn. Zo bestaat de zelfgebouwde wagen van hem uit twee delen, die zo uit elkaar te halen zijn. "Als ik weg wil, ben ik zo weg", zegt hij. Hoe dan? "Met een hijskraan."

Er kan altijd iemand mee-eten

Erkenning en ontkenning


[caption id="attachment_209704" align="alignnone" width="1024"]Het interieur van een woonwagen aan de Ina Boudier Bakkerlaan Het interieur van een woonwagen aan de Ina Boudier Bakkerlaan. Foto: Renzo Gerritsen[/caption]

Die belangrijkste pijler van de woonwagencultuur lijkt nu onder druk te staan, doordat er een groot tekort is aan standplaatsen voor woonwagens. Leonie Huijbers, promovenda bij de Universiteit Utrecht, onderzocht het woonwagenbeleid van gemeenten. Ze is coördinator van het woonwagenbeleiddossier van het Public Interest Litigation Project (PILP). De belangrijkste conclusie is dat de woonwagen een wezenlijk onderdeel is van de woonwagencultuur. Daarbij verwijst zij naar artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). "Artikel 8 houdt in dat iedereen recht heeft op respect voor zijn privéleven, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie." Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft over artikel 8 geoordeeld dat een maatregel in het woonwagenbeleid niet alleen het recht op respect voor de woning raakt, maar ook het privé- en gezinsleven, omdat de woonwagen onderdeel is van de cultuur en zo deel uitmaakt van de identiteit van woonwagenbewoners. "Een beleid dat zorgt voor te weinig standplaatsen vormt een inbreuk op het privé- en gezinsleven en raakt de bewoners in het hart."

Paulus Jansen, wethouder Wonen en Ruimtelijke Ordening van de gemeente Utrecht, ziet de noodzaak van een woonwagen wat minder: "Ik denk dat de woonwagencultuur niet zo erg afhangt van zo’n wagen. Je kunt met je familie ook bij elkaar in woningen gaan wonen." Hij vindt het bijzonder dat de woonwagenbewoners een cultuur hebben, maar die zit volgens hem niet alleen in de woning. "Zo’n wagen lijkt als twee druppels water op een woning. Hij rijdt tegenwoordig niet meer, maar staat vast op een plek. In essentie is het dus een vrije woning in de sociale huursector. En die hebben we bijna niet in Utrecht."

Positie woonwagenbewoners


[kanttekening titel="Woonwagenbewoners"]De woonwagenbewoners zijn een groep Nederlanders van overwegend autochtone herkomst die zich van andere Nederlanders onderscheiden door hun specifieke woonvorm. Met de term woonwagenbewoners worden dus geen Roma (zigeuners) bedoeld.[/kanttekening] In Nederland gold er zo’n tachtig jaar een speciale wetgeving voor woonwagenbewoners. In 1999 werd die afgeschaft. In Den Haag besloten ze dat een aparte wetgeving discriminatie in de hand hielp. Sindsdien vallen woonwagenbewoners onder de verantwoordelijkheid van gemeenten en worden ze door overheidsinstanties niet meer gezien als een minderheidsgroep. Dat is volgens Huijbers onjuist. "In mijn ogen, maar ook binnen de Raad van Europa en de VN, moet deze groep wel als een minderheid worden gezien die extra aandacht nodig heeft." Ook het College voor de Rechten van de Mens benadert de woonwagenbewoners als een minderheidsgroepering, iets wat de gemeente Utrecht niet doet. Zij ziet de woonwagenbewoners als ‘gewone burgers met een bijzondere woonwens’. Wethouder Jansen laat weten dat het oordeel van een minderheidsgroepering juridisch niet bleek te kloppen. "Wij bieden daarnaast wel degelijk mogelijkheden voor de woonwagenbewoners, zo voorzien wij als gemeente met 137 plekken relatief de meeste standplaatsen in Nederland."

Toch zien ook de woonwagenbewoners zichzelf anders. "Ik werk nu al tien of twaalf jaar bij burgermensen en ik merk dat wij toch echt verschillend zijn", vertelt Henk over zijn werk als aannemer. "Wij zijn veel directer, denken wat rechtlijniger. Ik zie mij echt wel anders dan de gemiddelde burger." Het feit dat ze nu op de Unesco-lijst staan als immaterieel erfgoed geeft erkenning. "Wij krijgen nu meer aandacht. Zo zijn we een keer op het journaal geweest, maar staan we nu bijvoorbeeld ook in de belangstelling van de advocatuur." Voor de wethouder verandert die status niets: "Het feit dat de woonwagencultuur op de lijst staat heeft mijn visie of het woonwagenbeleid dat wij hanteren niet veranderd. Het blijft gewoon een groep mensen met een bijzondere woonwens."

"Mijn wc is nog groter dan haar slaapkamer"

Tekort aan standplaatsen


De woonwagenbewoners willen graag meer standplaatsen. In de jaren 1984 tot 1990 werd het regionale kamp aan de Huppeldijk ontruimd, sindsdien zijn er volgens hen geen standplaatsen meer vrijgekomen. "De plekken zijn alleen verplaatst", zegt Wout. Doordat het zo lastig is om aan een standplaats te komen, gaan kinderen in schuurtjes of caravans op de plek van hun ouders wonen. "Maar dat wordt steeds moeilijker, die schuurtjes mogen niet meer", verklaart Henk. Daarom woont de dochter van Wout nog thuis, ze is 26 jaar. Henk: "Normaal gesproken had ze al drie kinderen gehad en was je opa." Een schaterlach volgt. Ook zijn 23-jarige dochter woont nog thuis. Aangezien hij aannemer is, kon hij een verdieping op hun wagen bouwen. "Zo heeft ze nu in ieder geval een eigen slaapkamer." Mo woont samen met de dochter van Wout in een flatje op één hoog in Overvecht. "Mijn dochter wordt gillend gek daar, daarom zit ze elke dag bij ons", vertelt Wout ietwat lachend. "Nee, echt hoor. Mijn wc is nog groter dan haar slaapkamer." Vroeger ging dat wel anders vertellen de mannen. "Vroeger liep je een nacht weg met je meissie, dan wist iedereen dat het aan was. Daarna kocht je een woonwagen en zette je hem op de hoek bij je ouders. Nu kan je wel leuk weglopen en een woonwagen kopen, maar die hoek is er niet meer."

[caption id="attachment_209705" align="aligncenter" width="1024"]Woonwagenbewoners vorig jaar in actie bij het stadskantoor Woonwagenbewoners vorig jaar in actie bij het stadskantoor. Foto: Robert Oosterbroek[/caption]

Geen ruimte om te groeien


In 2006 gaf het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) een brochure uit als leidraad voor gemeenten voor het handhaven van woonwagenlocaties. Twee beleidsvarianten die hierin worden gegeven, zorgen voor ophef. Zo wordt het ‘nuloptiebeleid’ uit de brochure door verschillende instanties benoemd als het uitsterfbeleid. Dat beleid houdt in dat woonwagenstandplaatsen die vrijkomen niet opnieuw worden verhuurd maar verdwijnen. De gemeente laat weten geen uitsterfbeleid te voeren: ‘Niet bijbouwen is juridisch iets anders dan uitsterven’. Huijbers noemt het woonwagenbeleid van de gemeente Utrecht een soort verkapt afbouwbeleid. In de VROM-brochure is te lezen dat het afbouwbeleid als doel een geleidelijke overgang naar reguliere woonvormen heeft. "Ze bouwen niet direct af, maar het komt er in feite op neer dat het ook niet mogelijk is om als bevolkingsgroep te groeien. Dat is discriminerend, omdat dit bij andere bevolkingsgroepen niet aan de orde is."

Wethouder Jansen vertelt dat zij geen afbouwbeleid hanteren, hoewel er in de algemene stemming van de raad in 2013 is besloten geen verdere uitbreiding van woonwagenstandplaatsen te doen. "Dat we geen extra standplaatsen meer realiseren, komt in essentie doordat de vraag naar woningen in Utrecht zo groot is dat we efficiënt met onze ruimte moeten omgaan. Ook moeten we zuinig omgaan met ons belastinggeld. Qua grondoppervlakte kunnen we op één standplaats twee woningen realiseren, qua kosten zelfs vier woningen. Ook levert het bouwen van een woonwagenstandplaats altijd discussie op, en dat kost tijd. En tijd kost weer geld."

Woonwagenbewoners hebben geopperd om kleinere standplaatsen te realiseren, omdat zij nu een tweede verdieping op hun wagen kunnen bouwen. De wethouder ziet dat niet zitten: "Wanneer we dat toestaan komen we in situaties die we vroeger hadden: kampen die tot de nok zijn volgebouwd. Ga eens kijken op de kampies die er nu zijn, ze behoren tot de modernste van Nederland. Gemiddeld is een standplaats 220 vierkante meter groot. Wanneer we die vakken kleiner gaan maken, komen we ook in het geding met de brandveiligheid. Je kan die wagens niet rug tegen rug zetten."

[caption id="attachment_209727" align="aligncenter" width="1024"]kaart woonwagelocaties.indd Een overzicht van de woonwagenkampen in Utrecht[/caption]

Concluderend zegt Henk: "Wij zijn een vergeten groep die het in de media slecht doet. We worden van het kastje naar de muur gestuurd." Volgens Huijbers is het voor zowel de gemeente als voor de woonwagenbewoners lastig om een constructief gesprek met elkaar aan te gaan. "Wanneer er als woonwagenbewoner niemand naar je luistert, ga je nog harder schreeuwen. Zo kan het vooroordeel van de gemeente weer bevestigd worden. Het wantrouwen houdt elkaar zo in stand: een vicieuze cirkel." Ook in de samenleving heerst er volgens haar een stereotypering over de woonwagenbewoners. "Er heerst nog steeds een bepaalde angst of onbegrip, maar dat is lastig om aan te tonen. Het is heel ingewikkeld."

Er heerst een bepaalde angst

De woonwagenbewoners herkennen dit maar al te goed. Daarom willen ze ook liever niet op de foto. Het zoontje van Johanna zit in Leidsche Rijn op school, bij hem mag niemand komen spelen. "Gelukkig heeft hij z’n neefjes nog", zegt ze. "Dat is dan weer het voordeel van op het kamp wonen." Ook Henk heeft dagelijks te maken met de vooroordelen. "Eigenlijk moeten we met trots kunnen zeggen dat we woonwagenbewoners zijn, maar we moeten ook onze rekeningen kunnen betalen. Ik loop nu al vier weken met de sleutel op zak van een burgermens. Zodra hij weet dat ik van het kamp kom, krijg ik die sleutel van me leven lang niet meer."

Vorige zomer hebben de woonwagenbewoners uit protest tegen het tekort aan standplaatsen een stuk grond bij het Máximapark bezet. Mo stond er ook met de dochter van Wout. De gemeente gaf aan in gesprek te willen gaan. "Op de raadsavond hebben wij mogelijkheden aangedragen", vertelt Henk. "We kunnen een hele hoop zelf, we hoeven alleen maar een stukje grond aangewezen te krijgen." Tot nu toe heeft de gemeente nog niet gereageerd op de mogelijkheden. Mo zegt dat wanneer de gemeente voor de zomer nog niets heeft laten horen, ze andere acties ondernemen. "Onze kinderen moeten toch ergens heen kunnen."

DUIC brengt naast elke dag online het laatste nieuws ook achtergronden in de papieren krant. Hierboven kan je een van de verhalen lezen die de afgelopen week in de krant is verschenen. Wil je de hele krant nog eens in zijn geheel nalezen? Kijk dan hier: