De Klassieker: Café Weerdzicht waait met alle winden mee

De Klassieker: Café Weerdzicht waait met alle winden mee
John en Hans (r) lopen van kinds af aan in Weerdzicht. Foto's Bas van Setten
In de jaren vijftig liepen Wijk C’ers op de bonnefooi Café Weerdzicht binnen, maar tijden veranderen. Nu moeten Hans en John Wierkx inventief zijn om mensen de voordeur door te krijgen. Maar wie eenmaal in Weerdzicht is geweest, komt terug.

In de jaren vijftig liepen Wijk C’ers op de bonnefooi Café Weerdzicht binnen, maar tijden veranderen. Nu moeten Hans en John Wierkx inventief zijn om mensen de voordeur door te krijgen. Maar wie eenmaal in Weerdzicht is geweest, komt terug.

Hans en John Wierkx, oom en neef, werken al jaar en dag in Café Weerdzicht. Hans wandelde er op zijn derde al rond. In de jaren vijftig, toen het nog van zijn ouders was en de Bunkerbar heette. Hans zwelt een beetje op als hij grapt: “Niets meegemaakt! Helemaal niets!”
Café Weerdzicht heeft huisnummer 1 en trapt daarmee de Oudegracht af. Vaak, vertellen de heren, blijven mensen verrukt stilstaan bij het terras, om vervolgens neer te ploffen. Vaak zijn dit winkelaars die ‘te ver’ zijn doorgelopen vanuit het winkelcentrum. Daar worden ze voor beloond: het terras ligt in de zon en biedt uitzicht op de sluis en de bootjes.

Het gebeurt echter nooit dat iemand toevallig de geopende voordeur van het pand ziet en ‘zomaar’ even binnenloopt. Een uitgestorven tafereel, volgens Hans. Zijn ouders kochten het café, dat in 1823 al een café was, in 1953. “Op 11 december, om precies te zijn”, zegt hij. “Ze hadden al een viszaak die beroemd was hier in Wijk C. Viszaak Bals, waar ze trouwens ook varkenspoten en -staarten verkochten.” Vader Wierkx was dol op biljarten. Het café was in het begin dan ook een plek om te biljarten. “Met een glaasje melk erbij.” Hans herinnert ons eraan dat het nog niet de tijd was van internet, social media en keuzestress. “Je had Hilversum 1, 2 en 3. Als je daar ’s avonds klaar mee was, ging je een blokje om. Als je langs het café liep en het koud had, ging je gezellig naar binnen. Aan de bar zitten, met wie daar ook was. Niks geen afspraken maken.”

Nu moeten de Wierkx-mannen hun best doen om mensen te trekken. Hans: “Je hebt nu wel twintig tv-zenders. Gelukkig heeft mijn neef een gevoel voor trends. John weet wat mensen leuk vinden.” Het jaarlijkse darttoernooi in september is een van Johns initiatieven. Ook kwam hij met het idee om sportwedstrijden uit te zenden op groot scherm. Voetbal, of een andere sport waar vraag naar is. John: “We zenden wel eens waterpolo uit. En naar Formule 1 is veel vraag ‘sinds Max’.” Wat als er vraag is naar schoonspringen? Hans: “Simpel, dan zenden we schoonspringen uit. We waaien met alle winden mee.”

John is wat dat betreft een kind van zijn vader Jan, die in 2002 overleed. Ook aan Jan heeft Weerdzicht een paar traditionele activiteiten te danken. Zoals de jaarlijkse roeiwedstrijd op Eerste Pinksterdag, die begon als een grapje maar nu al 37 jaar wordt gehouden; teams leggen zo snel mogelijk honderd meter af om de Jan Wierkx Bokaal te winnen. Elk jaar wordt het feest (want dat is het eigenlijk) populairder en John wil het verder uitbouwen. Lange tijd was de puzzelrit met Pasen traditie, ook een idee van Johns vader. “Een groep vaste reed in auto’s een route rond de stad. Onderweg moeten ze opdrachten doen en stempels halen bij tussenposten op boerderijen. Ik stond altijd bij een tussenpost. Toen er ziektes uitbraken op de boerderijen was het voorbij. Daarna deden we een tijdje karaoke met Pasen en sinds een jaar of drie hebben we een stukje live muziek.”

Jan Wierkx wordt gemist. Veel mooie herinneringen aan hem hangen ingelijst aan een fotowand in het café, naast de biljarttafel. Bij alle foto’s – overigens ook van andere ‘Wierkxen’ en cafégasten – hoort een verhaal. Op eentje staat Jan, breed lachend en van top tot teen onder de witte slagroom.

“Dat was op Koninginnedag”, zegt zoon John. “M’n vader kwam met het idee om oranje tompoucen te verkopen. Wij waren er niet enthousiast over, maar hij zei: ‘Als we niet alles verkopen, mogen jullie me bekogelen met wat er overblijft’. Dus toen heb ik stiekem één doos achtergehouden.”

Alles mag

John: “Weerdzicht is mijn tweede thuis, misschien wel mijn eerste. Op mijn vijftiende werkte ik hier al; na school ging ik op het terras huiswerk zitten maken. En als er mensen kwamen, stond ik op om ze te bedienen.” Vanaf zijn achttiende ging hij ‘echt’ werken. Om zes uur ’s avonds de keuken in, die boven het café zit. “Ging ik tv kijken tot het belletje klonk, dan moest ik iets klaarmaken. Als er iets leuks op tv was, had ik er geen zin in.” De keuken wordt de laatste jaren niet gebruikt, omdat hij niet rendabel genoeg is om iemand te kunnen inhuren. Daar moet weer verandering in komen. Maar nu is het de tijd van bitterballen en tosti’s.

“Mensen mogen een pizza laten bezorgen als ze honger hebben”, zegt Hans. “Hier mag alles. ‘s Avonds mag je altijd muziek aanvragen, vaak zeg ik ook: ‘zet het zelf maar op achter de bar’. Ik wil dat mensen het gezellig hebben. Eén ding mag trouwens niet: de lampen heen en weer slingeren.” Hij wijst naar de plafondlampen. “Laatst was de maandelijkse karaoke-avond. Studenten waren hard aan het blèren – dat mag – en zelfs in de vensterbank geklommen – ook dat mag –, maar toen iemand aan de lamp zat en die op de grond viel, heb ik daar wat van gezegd. Nee serieus, verder mag alles.”

Het publiek bestaat uit darters, verenigingsleden, mensen van de kaartclub en vele anderen. “Jong en oud vinden het hier fijn omdat ze stoom kunnen afblazen”, zegt Hans. Niet alleen door mee te blèren met smartlappen of de zelfgekozen muziek, pijltjes te gooien of veel bier te drinken. “Ze komen aan de bar zitten en kunnen hun verhaal aan me doen. Even ontspannen met een drankje. Dat vinden niet alleen de oudere stamgasten, maar ook studenten heerlijk.” Voor dat luisterend oor krijgen de Wierkxen veel terug. Op drukke avonden schieten cafégangers te hulp door gebruikte bierglazen te verzamelen en af te wassen.

“Goeiesmiddags, Hans, Sjon.” Een meneer met een buikje komt het bruine café in. “Mag ik een tosti, alsjeblieft?” Hans springt direct op. John: “Eén van onze stamgasten. Ik weet niet precies hoe lang hij al in Weerdzicht komt, maar lang. Volgens mij komt de oudste stamgast die we hier hebben al zestig jaar. Die heet ook Hans, hij is rond de tachtig. Vroeger kwam hij vier á vijf keer per week. Nu woont hij verder weg, in een aanleunwoning, maar komt hij nog elke zondag zijn kaartje leggen.” Hans heeft de tosti geserveerd, gaat zitten en zegt een beetje weemoedig: “Met het klimmen van de jaren zien we de stamgasten komen en gaan.”

Hans Wierkx houdt binnenkort op met werken, hij zit al rond de pensioengerechtigde leeftijd. In zijn initiatiefrijke neef heeft hij alle vertrouwen. Die heeft bijvoorbeeld een nieuw plan om mensen warm te maken voor Weerdzicht: “We hebben een historische bunker beneden die we momenteel gebruiken als opslagplaats. Het lijkt me leuk die leeg te halen zodat mensen hem kunnen bezichtigen onder leiding van een gids.”

De stamgast heeft zijn tosti op en wil er nog één. Hans gaat aan het werk. John vraagt de stamgast waarom hij hier zo graag z’n tostietje eet. Een verbaasde blik. “Omdat het hier zo gezellig is, natuurlijk. Er is nooit ruzie, de sfeer is goed, iedereen heeft respect voor elkaar. Dat komt door hen”, hij knikt naar Hans en John. “Hoe lang ik hier over de vloer kom? Al 67 jaar.” Hans roept vanachter de bar: “Maar niets meegemaakt, toch jongen?”
“Zo is dat! Helemaal niets!”

 

2 Reacties

Reageren
  1. JdV

    Prima kroeg. Hopelijk blijven ze nog lang doen wat ze doen en waar ze goed in zijn.

  2. blm

    Leuk, ik zal er eens naar binnen gaan voor een drankje!

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).