De Klassieker – Mick O’Connells: Voetbal, bier en chicken wings

De Klassieker – Mick O’Connells: Voetbal, bier en chicken wings
Een van de langste bars in Utrecht vind je in Mick O’Connells. Hij is ruim tien meter. Daarachter staat Stephanie O’Reilly (30), vanuit Ierland vertrokken met het idee om er één jaar te blijven, maar inmiddels zijn dat er zeven geworden en runt ze de enige Ierse pub in het centrum.

Een van de langste bars in Utrecht vind je in Mick O’Connells. Hij is ruim tien meter. Daarachter staat Stephanie O’Reilly (30), vanuit Ierland vertrokken met het idee om er één jaar te blijven, maar inmiddels zijn dat er zeven geworden en runt ze de enige Ierse pub in het centrum.

Die lange bar is volgens Stephanie wel nodig met veertien speciaalbieren op de tap en een stuk of vijftig op de fles. Veel gasten lopen de Jansdam op voor een pint Guinness, een van de populairste bieren van Mick O’Connells. Jupiler en Brouwerij ’t IJ gaan trouwens ook als warme broodjes over de toonbank. Zelf drinkt Stephanie, in tegenstelling tot bijna iedereen binnen, geen bier. “Ik lust het niet!”, schatert ze. “Zelf drink ik liever een wijntje.”

Stephanies vader, Vincent O’Reilly, begon Mick O’Connells in 1996. Voor die tijd was hij in de Ierse stad Cork eigenaar van een pub en een winkel. Met een vrouw en vier kinderen erbij zou je denken dat hij genoeg omhanden had, maar het begon te kriebelen. Hij zocht een nieuwe uitdaging. Een Ierse pub in Europa, dat moest het worden. Na wat bezoekjes aan Frankrijk, Duitsland en Nederland viel de keuze op Utrecht. Een studentenstad met de kans een groot pand van 240 vierkante meter vlakbij de Dom te kopen. De Irish Pub Company voorzag de zaak van een passende inrichting: houten lambrisering, grote tafels en een nog grotere bar. Na een jaar verhuisde ook de rest van het gezin O’Reilly naar Nederland, Stephanie was toen acht. Na drie maanden in Bilthoven was ze gewend: “Als je zo klein bent, gaat dat snel. Ik sprak Nederlands en had nieuwe vrienden gemaakt.”

De dertigjarige Stephanie O’Reilly voor Mick O’Connells

Tijdens haar middelbare schooltijd op het St-Gregorius College kwam ze op woensdag- en vrijdagmiddagen vaak iets drinken bij haar ouders in de pub. Of wat eten, een hongerige puber wil natuurlijk ook wat. Zo leerde Stephanie veel gasten kennen die nu nog steeds wekelijks aan de bar zitten. Stephanies moeder kon in tegenstelling tot haar dochter niet zo snel aarden. Ze miste Ierland en haar familie en vrienden. Daarom verhuisde Stephanie op vijftienjarige leeftijd terug naar Ierland met haar moeder en haar broertjes en zusje.

Toen ze 23 was, kon ze na haar studie economische bedrijfskunde geen passende baan vinden. Daarom zou ze ‘effe’ een jaar bij haar vader in Utrecht achter de bar gaan werken. “Maar ik vond het leuker dan ik had verwacht”, vertelt ze glunderend. Inmiddels heeft Stephanie de dagelijkse running van haar vader overgenomen en leidt zij Mick O’Connells.

Pitchers

Het café heeft een hoog internationaal karakter. Onder het barpersoneel wordt Spaans, Kiwi, Grieks, Iers, Engels en Nederlands gesproken. Gasten komen niet alleen voor het bier, maar ook voor de vele sportwedstrijden die er worden uitgezonden op verschillende tv-schermen. “Op zondag is het altijd lekker voetbal kijken en chicken wings eten, relaxed toch?” Bij de finale van de Champions League is het chaos. “Dan schreeuwt iedereen zó hard naar de tv.” Hetzelfde verhaal bij rugbywedstrijden van 6 Nations – het tappen ging niet snel genoeg. “Onze bar is zo groot dat je sowieso al veel loopt. Tijdens die wedstrijden waren er vaak groepen jongens die na tien minuten alwéér bier wilden.” De pitchers bieden daarvoor een handige uitkomst; een kan gevuld met bier die gasten zelf in hun glazen kunnen schenken. “Handig, vooral voor de mannen.” Echt gekkenhuis is het tijdens de nationale feestdag van Ierland: St. Patrick’s Day. Iedereen dan totaal in het groen verkleed.

Vroeger waren het vooral mannen die de toon voerden in de pub. Tegenwoordig is dat anders. Veel vrouwelijke studenten die hier eerst altijd op de dinsdag- en woensdagavond te vinden waren, blijven na hun afstuderen langskomen, maar dan op de vrijdag- en zaterdagavond. De grootte van de tafels in Mick O’Connells nodigt uit om bij onbekenden aan te schuiven. “Ook voor zakenmensen is dat fijn; die komen hier vaak alleen en zoeken gezelschap.” De Irish pub, vertelt Stephanie, is trouwens ook een vaste uitvalsbasis voor veel journalisten en hoogleraren van de universiteit.

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).