Nieuw horecaplan Utrecht: ‘Wat willen we met de stad?’

Archieffoto DUIC
Archieffoto DUIC

De regels voor de horeca in Utrecht worden soepeler, tenminste als het aan de gemeente Utrecht ligt. Wethouder Jeroen Kreijkamp van Economie en Financiën presenteerde het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2017 waarin meer ruimte voor horeca en verschillende concepten wordt gemaakt. Bewoners zijn bang voor een centrum dat alleen nog maar uit horeca zal bestaan en ondernemers voor oneerlijke concurrentie.

Egbert Wesselink schuift een aantal dozen aan de kant in de etnografische winkel van zijn vrouw - een overvol pand aan Achter Sint-Pieter. Hij neemt plaats op de bank. Aan de muur een grote verzameling Afrikaanse maskers. Hij vertelt enthousiast over de exotische verzameling en is duidelijk trots op de winkel. “Dit zijn de winkels die Utrecht zo mooi en interessant maken: kwalitatief en hoogwaardig. Dit is een grotere verrijking voor de stad dan weer een lunchroom”, verzucht hij. Hij is bezorgd over de weg die de gemeente inslaat met de nieuwe plannen. “Kijk eens om je heen, dit is een van de mooiste stukjes Utrecht. Aan het eind van de straat heb je de Pausdam. Daar kijken de eeuwen op je neer! Met dit beleid kunnen daar gemakkelijk drie cafés komen. Dat begint op hoererij te lijken.”

Volgens een groep binnenstadbewoners, die zich hebben verenigd in de actiegroep ‘Behoud leefbaarheid binnenstad Utrecht’, krijgt de horeca in de binnenstad ruim baan en komt daardoor de leefbaarheid in de knel. Wesselink heeft zich aangesloten bij de actiegroep nadat er een online petitie werd geopend. Hij woont sinds 1975 in de binnenstad en is bezorgd om de toekomst van het historische centrum. Hij haalt het voorbeeld van Amsterdam aan, waar de groeiende stroom aan toerisme zwaar op het centrum drukt. Daar is men bang voor ‘Venetiaanse’ taferelen waar de lokale bevolking al een tijd terug plaats maakte voor toeristen. “Het gaat om een kernvraag. Wat willen we met de stad? Voor mij zit de leefbaarheid in diversiteit en niet het stimuleren van alleen maar horeca – zoals in dit kader naar voren komt. Je moet niet alleen een broodje kaas kunnen halen in de binnenstad, maar ook een brood en een stuk kaas. Het is in Amsterdam doorgedrongen dat het weefsel van de stad ziek is geworden door zoveel ruimte te geven aan uitgaan en toerisme en er geen enkele winkel meer voor de bewoner te vinden is. Ik vind dat een verarming.”

Veranderende vraag

Een belangrijk punt uit het Ontwikkelingskader is de mogelijkheid voor mengvormen bij de detailhandel. In Utrecht maken steeds meer traditionele winkels plaats voor nieuwe winkelconcepten. Een belangrijk onderdeel van die nieuwe concepten is vaak ondersteunende horeca. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om een boekenwinkel waar ook koffie wordt geschonken. Volgens Wesselink wordt er teveel vanuit een economisch beleid en de consument gedacht. “Ik vind het oppervlakkig: omdat er vraag naar horeca is, moeten we er maar meer van hebben. De binnenstad wordt ook gemaakt door de stille plekjes. De afgelopen zes jaar is er elke week minimaal één horecavergunning verleend in Utrecht. Daarmee willen ze doorgaan. En er worden geen kwalitatieve of kwantitatieve normen aan gesteld.”

‘Je moet niet zeuren want je woont in de binnenstad’

In het kader staat te lezen dat het winkellandschap ingrijpende veranderingen en vernieuwingen ondergaat. Traditionele winkels hebben onvoldoende antwoord op de groei van internetaankopen of veranderende consumentenwensen. “Het Ontwikkelingskader draagt bij aan een gezonde groei van de stad en speelt in op deze trends en ontwikkelingen. Daarbij staat de balans tussen levendigheid en leefbaarheid centraal”, zei wethouder Jeroen Kreijkamp bij de presentatie van het plan. De actiegroep denkt echter dat die leefbaarheid – die volgens hen toch al onder druk staat – verder in de knel zal komen. “Door het afschaffen van verschillende categorieën horeca (café, restaurant, bar/dancing) en de horeca in winkels op elk moment wordt ’s middags en ’s nachts alles mogelijk”, schrijven de bewoners in de petitie.

De actiegroep wil geen ruimere openingstijden, niet nog meer overlast en geen oneerlijke concurrentie voor bestaande restauranthouders door toevoeging van terrassen en horeca in winkels.

Koffie in een spijkerbroekenwinkel

Erik Derksen, vicevoorzitter van Koninklijke Horeca Nederland Utrecht en horecaondernemer, ziet ook een veranderende stad met een groeiend aantal inwoners en bezoekers, maar geeft ook toe dat er al veel horeca is in de stad. “In de binnenstad vind ik het aanbod groot. Zeker als je ziet wat er allemaal bijkomt in het nieuwe Hoog Catharijne. Wat mij betreft is dat allemaal prima, maar het is wel veel.” De eigenaar van Buurten en Buurten in de Fabriek zegt dat een levendige stad als Utrecht om een divers horeca-aanbod vraagt, maar zet wel vraagtekens bij de mogelijkheid/uitbreiding voor ondersteunde horeca in retail. “Er wordt veel naar retail geschreven in dit plan. Als ik een spijkerbroekenwinkel heb en ik wil koffie verkopen, dan kan ik die kop koffie makkelijk voor een euro aanbieden. Maar dat kunnen de horecaondernemers niet want dat is ons verdienmodel. Aan de andere kant mag ik geen fles wijn of een boek verkopen in mijn restaurant Buurten. Wij willen als horeca gelijke monniken gelijke kappen. Het blijft een stukje oneerlijke concurrentie.”

Wat overlast betreft is Derksen wel een andere mening toegedaan dan de actiegroep. Hij vindt vooral de vele regels in het beleid onnodig. “Er wordt veel tegemoet gekomen aan omwonenden. Ik vind dat je als horecabedrijf zelf zorg moet dragen dat de buurt er geen last heeft van de horeca, maar er juist blij mee is. Dat handhavingsbeleid moet niet te rigide worden dichtgetimmerd. De gemeente stimuleert met name daghoreca. Dat heeft met angst voor overlast te maken, waar gewoon beter op gehandhaafd zou moeten worden. Een groeiende stad, tevens studentenstad vraagt om een divers aanbod, dus faciliteer dan ook die mogelijkheid.”

Horeca in de wijken

Ook in de woonwijken zal ondernemen in de horeca gemakkelijker worden gemaakt door meer vergunningen te verstrekken. “Het biedt een belangrijke sociale functie en zorgt voor een prettige buurtbeleving en gevoel van saamhorigheid. In een stad waar een groot aantal bewoners een gevoel van eenzaamheid kennen zou horeca in de directe omgeving mogelijk dit gevoel kunnen wegnemen. Aan ondernemers om hier de handschoen op te pakken en sfeer in de buurt of wijk te verder te verbeteren”, is te lezen in de horecaplannen. Het gaat dan om lichtere vormen van horeca zoals een lunchroom die ook in de avonduren geopend is. Dit zou de buurtfunctie versterken en een belangrijke rol moeten spelen in de sociale cohesie.

Derksen vindt het een positieve ontwikkeling, maar had nog wel wat extra mogelijkheden willen zien. “Wat mij betreft hadden de openingstijden (tot 23.00 uur) nog wel wat opgerekt kunnen worden.” De druk op de binnenstad zou beter kunnen worden verdeeld over de stad. Met de doorontwikkeling van het centrum over de singels heen, de opleveringen in en rond het stationsgebied en de bouw en invulling van Leidsche Rijn Centrum is die ontwikkeling al ingezet.

De klagende burger

In de plannen worden voor bestaande restaurants ‘beperkte activiteiten’ mogelijk door vier dagen per jaar een vrijstelling aan te vragen voor ‘vermaak-activiteiten’ zoals een DJ of band. Alleen ondernemers die actief rekening houden met hun omgeving komen hiervoor in aanmerking. Derksen vindt het te weinig: “Vier keer per jaar mag ik een DJ inhuren, maar als ik een nieuw concept neer wil zetten red ik dat niet. Dan wil ik elke zondag live muziek.” Bij aangeven van overlast door omwonenden kan de vrijstellingsvergunning echter direct worden ingetrokken. Derksen plaatst daar vraagtekens bij: “Er wordt erg aan de omwonenden de gelegenheid gegeven om daar tegenin te gaan.”

‘Geen dan ook de bestaande horecaondernemers meer ruimte’

“In de inleiding van de plannen staat dat de nieuwe ondernemer vraagt om meer ruimte om te ondernemen buiten de oude vergunningsruimte”, vervolgt Derksen. “Geen grenzen meer van wat kan en niet kan, geef dan ook de bestaande horecaondernemers meer ruimte om invulling te geven aan de wenselijke combinaties onder een dak. Bijvoorbeeld een restaurant die iets wil doen met een singer-songwriter, een proeverij met chefkok of een bandje. Geef ondernemers de ruimte om te ondernemen, en daar waar nodig moet er gehandhaafd worden. Dit draagt ook bij aan de diversiteit in het aanbod.”

Wesselink vindt juist dat in het nieuwe beleid gedaan wordt alsof er twee groepen tegenover elkaar staan, de hippe ondernemer en de klagende burger. “Gemeente én Koninklijke Horeca leggen de problemen graag bij bewoners neer. Die moeten maar gaan klagen als er overlast is en krijgen dan al snel het verwijt je moet niet zeuren want je woont in de binnenstad, maar de effecten van de horeca zijn voor bewoners enorm. Maar het is de taak van de gemeente om zijn burgers te beschermen. Hiertegenover woonde een gezin met een baby, maar die zijn verhuisd omdat het te luidruchtig wordt. Er worden iedere week drie baby’tjes geboren in de binnenstad. Dat soort bewoners wordt door het voorgenomen beleid weggejaagd. Is dat leefbaarheid? Een gezonde stad is een diverse stad; de sluizen openzetten voor de horeca leidt tot stedelijk monocultuur.”

Tot 10 november kunnen belanghebbenden via een zienswijze hun visie geven op het ontwikkelingskader. Daarna wordt het kader behandeld in de raad.