Mori was jarenlang op de vlucht: zijn droom komt nu uit | De Utrechtse Internet Courant Mori was jarenlang op de vlucht: zijn droom komt nu uit | De Utrechtse Internet Courant

Mori was jarenlang op de vlucht: zijn droom komt nu uit

Mori was jarenlang op de vlucht: zijn droom komt nu uit
Mori Ramini Foto: Robert Oosterbroek
Sinds drie maanden heeft Utrecht er een nieuw Perzisch restaurant bij: Mori’s. Een lang gekoesterde wens van eigenaar Mori Ramini. DUIC zocht hem op in zijn restaurant aan de Lange Nieuwstraat en vroeg hem hoe hij daar na 53 jaar vanuit Iran is beland.

Sinds drie maanden heeft Utrecht er een nieuw Perzisch restaurant bij: Mori’s. Een lang gekoesterde wens van eigenaar Mori Ramini. DUIC zocht hem op in zijn restaurant aan de Lange Nieuwstraat en vroeg hem hoe hij daar na 53 jaar vanuit Iran is beland.

Mori parkeert z’n schildersbus snel voor het restaurant. Op de bus prijkt in gouden letters zijn achternaam: Ramini. Twee bedrijven: twee namen, samen vormen ze Mori Ramini. De man die in 1994 in ons land terecht kwam, maar pas na 13,5 jaar opgelucht adem kon halen en niet meer continu over z’n schouders hoefde te kijken. Het generaal pardon bood hem de toekomst waar hij lang op gehoopt had: “Ik kon plannen gaan maken.” Hij hoefde zich geen zorgen meer te maken over waar hij de volgende ochtend wakker zou worden, in zijn eigen bed of in een cel. “Ik kon tot die tijd in principe iedere nacht van m’n bed worden gelicht door de politie omdat ik illegaal was.”

“Ik had mijn zoon, vrouw en moeder al veertien jaar niet gezien. Natuurlijk deden we wel aan Skype, maar je kunt daarbij niet iemand vasthouden.”

Drie keer werd zijn asielaanvraag afgewezen. Toch bleef Mori in Nederland: “Ik kon echt niet terug naar Iran.” In 1978 hoorde de Iraniër voor het eerst van ons land. Als 15-jarige jongen zag hij de WK-wedstrijd tussen Nederland en Iran op de televisie. “Toen ben ik fan geworden van Oranje en Ajax.” Het zou nog jaren duren voordat hij (per toeval) in Nederland belandde.

Leven in Japan

Mori in zijn jongere jaren in Iran
Mori in zijn jongere jaren in Iran

Toen Mori vijftien jaar was brak de revolutie uit in Iran. De sjah werd afgezet en het land veranderde in een Islamitische Republiek. “Voor de revolutie beviel het regime me niet, maar daarna ook niet.” Veel familieleden vertrokken naar Canada. Mori bleef echter in Iran en was het nog steeds niet eens met de gang van zaken. Uiteindelijk werd het voor hem te gevaarlijk om in Iran te blijven, waardoor hij in 1989 naar Japan vertrok. “Ik had gehoord dat er daar veel werk was en je goed geld kon verdienen.” Zijn vrouw kwam hem een jaar later achterna. In Japan heeft hij lange tijd als metaalbewerker in een fabriek gewerkt. Het leven in Japan was goed: “We hadden een leven zonder zorgen. We konden samen naar de sportschool, naar het strand of muziek luisteren. Dingen die in Iran absoluut niet konden.” De vrijheid die hij daar had, kon hij soms maar moeilijk bevatten. “Ik heb daar discussies gevoerd met de minister van Justitie in het Paleis van Justitie in Tokyo. Als ik dat in Iran zelf had gedaan, had ik de zon niet meer zien opkomen.”

Mori in Japan
Mori in Japan

Mori kwam Japan in met een toeristenvisum voor drie maanden. Uiteindelijk bleef hij er vijf jaar. “Ik had het er goed. Ik wist al wel dat ik geen verblijfsvergunning zou krijgen, daarom bleef ik net als zoveel andere mensen gewoon.” Bij een spontane paspoortcontrole op straat werd Mori na vijf jaar gepakt. Hij had geen keus en moest direct terug naar Iran. Afscheid nemen van zijn huis en vrienden kon niet meer. Vanuit de cel kon hij z’n vrouw bellen om te vertellen wat er gebeurd was. Na dertien dagen was hij weer terug in Iran. “Ik heb mijn vrienden en collega’s nooit meer gezien. Wel heb ik hen vanuit Iran gelijk gebeld, maar ik heb hen geen hand meer kunnen schudden.” Zijn vrouw kwam drie dagen later ook terug naar Japan, mét spullen.

Onderduiken

Na het avontuur in Japan bleef Mori voor een jaar in Iran. Met het geld dat hij gespaard had kon hij een tassen- en schoenenfabriek starten in Teheran. In die tijd werd ook zijn zoon geboren: “Ik wilde mijn zoon niet in zo’n klimaat laten opgroeien.” Daarom sloot hij zich snel weer aan bij sommige activiteiten. “Dat was eigenlijk niet handig. De tegenstanders van het regime waren in de ogen van het regime al snel te actief.” Volgens Mori werd de tegenstand in ’94 echt sterk. “Daarom hebben ze het toen compleet neergeslagen.”

De politie was zo ook op zoek naar Mori. Hoewel hij inmiddels een eigen huis had gekocht, kwam hij nog wel iedere dag op bezoek bij zijn moeder in Noord-Teheran, om haar te helpen met klusjes. “Ook woonden al m’n kameraden nog in die buurt, dus het was daar veel gezelliger.” Hij lacht. Uiteindelijk is dat zijn redding geweest. De politie viel het huis van zijn moeder binnen, in de veronderstelling dat Mori daar ook nog woonde. “Ze wilden me meenemen, maar ik was er niet.” Zijn moeder belde hem daarna direct op: “Mijn moeder was iemand die nooit wilde dat ik naar buitenland ging. Ik was haar jongste zoon, en de jongste zoon moet altijd voor zijn moeder zorgen. Maar toen smeekte ze me echt om weg te gaan.” Na dit telefoontje wist Mori direct wat hij moest doen: onderduiken. Hij ging naar een klein dorpje, zo’n 450 kilometer verwijderd van de stad Teheran. Vanuit daar heeft hij binnen een maand zijn vertrek geregeld. Nog nooit heeft een maand in het leven van Mori zo lang geduurd: hij telde de seconden, dag in dag uit. Tot op de dag van vandaag droomt hij er nog over.

“Ik heb daar discussies gevoerd met de minister van Justitie in het Paleis van Justitie in Tokyo. Als ik dat in Iran zelf had gedaan, had ik de zon niet meer zien opkomen.”

Naar Nederland

Mori aan de Hollandse kust
Mori aan de Hollandse kust

Uiteindelijk lukte het Mori om met hulp van smokkelaars Iran te verlaten. “Ik heb hen echt klauwen met geld gegeven, maar dat moest wel. Ik heb met mijn eigen paspoort het land als een toerist kunnen verlaten. Er werd bij de douane gewoon de andere kant op gekeken, alles was al betaald en geregeld door die smokkelaar.” Hij verliet het land in de veronderstelling dat zijn zoon en vrouw hem snel achterna zouden komen. Zijn doel was Duitsland, daar waren veel andere vrienden vanuit Iran ook heen gevlucht. Hij kwam terecht in Roemenië. Daar wachtte hij in een appartement op een volgende actie, weer geregeld door de smokkelaars. Uiteindelijk hoorde hij na een maand dat hij de volgende dag naar Nederland zou vliegen. “Waarom niet naar Duitsland?” vroeg hij. “Omdat je in Nederland gemakkelijk aan een verblijfsvergunning komt, in Duitsland niet”, was het antwoord.

Uiteindelijk duurde het in Nederland 13,5 jaar voordat hij een verblijfsvergunning kreeg. Via een vriend uit het azc leerde hij mensen in het Museumkwartier kennen. In zijn tijd in Japan had hij geleerd om zich snel in de maatschappij te mengen. “Je moet snel vrienden maken, de taal leren.” Zo kwam het dat de bewoners tegenover Mori’s op de Lange Nieuwstraat zijn familie werden en hij Nederlands aan de Volksuniversiteit ging studeren. Toch bleef hij altijd op zijn hoede, verhuisde vaak van kamer naar kamer.

Generaal pardon
In 2007 kwam het verlossende woord: generaal pardon. Toen hij eenmaal z’n vergunning had, regelde hij zo snel als het kon een ticket naar Turkije om daar zijn zoon, vrouw en moeder te ontmoeten. Hij had hen veertien jaar niet gezien. “Natuurlijk deden we wel aan Skype, maar je kunt daarbij niet iemand vasthouden.” Inmiddels is zijn zoon 22 jaar en studeert hij in Teheran. Mori kan zijn zoon daar niet opzoeken, dat is nog steeds te gevaarlijk. Zijn zoon kan echter ook niet naar Nederland komen. “Alle jongens van boven de zestien jaar hebben dienstplicht in Iran. Zolang hij studeert, hoeft hij het leger niet in. Maar zodra hij klaar is met zijn studie moet hij meteen twee jaar het leger in.” Daarna krijgt zijn zoon een paspoort waarmee hij het land uit kan. Mori kan niet wachten tot hij zijn restaurant kan laten zien: een Perzisch restaurant met neon-uithangbord, kussentjes en de beroemde tapijten.

Mori aan het werk in zijn restaurant
Mori aan het werk in zijn restaurant

Mori schenkt er graag een kopje Iraanse thee voor je in, gezet in de samowaar. Die Iraanse ‘theemachine’ heeft hij gekocht op de bazaar in Beverwijk, maar komt wel degelijk uit Iran. “Toen ik de samowaar goed zat te bekijken, zag ik dat er de naam ‘Zanjan’ op stond. Dat is het geboortestadje van mijn ouders.” Hij lacht. Volgens Mori komen de aroma’s en kleuren van de Iraanse thee het best uit met een samowaar. Ook bereidt hij met liefde een stoofpotje voor je of een van zijn spiesen met gegrild vlees en groenten. “Ik wil iedereen hier graag laten genieten van onze Perzische smaken.” Met een broodjeszaak was hij ook al meer dan tevreden geweest, het restaurant overtreft eigenlijk zijn dromen. “Ik heb nu geen zorgen meer”, zegt Mori gelukkig, “alleen leuke zorgen.”

Foto: Robert Oosterbroek
Portret Mori Ramani. Foto: Robert Oosterbroek

Dit artikel is eerder verschenen in de DUIC krant:

2 Reacties

Reageren
  1. Melissa

    Indrukwekkend verhaal en een mooie aanwinst voor Utrecht. Ik ga er snel eten!

  2. leen

    Zeer mooi verhaal, niet bij de pakken neerzitten, maar je verstand en handen laten spreken. Een goed voorbeeld, dat je als immigrant of vluchteling met hard werken je centen en respect in dit land kunt verdienen. Hoop dat de velen zijn voorbeeld gaan volgen.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).