De stad zit vol bijzondere winkels met een interessant verhaal, DUIC gaat op pad om deze verhalen op te sporen. Evi Guldemeester ging deze week op bezoek bij Erik Pijper, eigenaar van IJzerhandel W. Pijper.
Op bezoek bij IJzerhandel W. Pijper aan de Oudegracht: “Wat Beatrix kan dat kan ik ook!”

Op vijf november 1921 heeft de grootvader van Erik Pijper zijn winkel in ijzerwaren aan de Oudegracht opgericht. De zaak is een begrip in Utrecht. Derde generatie eigenaar Erik Pijper was als kind dagelijks in de winkel en is daar nog steeds te vinden.
Als kind is de 74-jarige Pijper opgegroeid in de zaak: “Daar waar nu het kantoor is, was vroeger de keuken en zelfs het oude aanrecht zit er nog”, aldus Pijper. Toentertijd was de winkel een stuk kleiner en liep het magazijn door tot aan de Vinkenburgstraat. De filosofie van de zaak is nog steeds hetzelfde. Hij legt uit: “Je hoeft niet van elke klant geld te beuren. Wij zijn een bedieningswinkel en al het personeel kent het klappen van de zweep.”
Van alle markten thuis
Deze filosofie zorgt ervoor dat de ijzerhandel nog bestaat sinds de komst van de vele kledingwinkels aan de Oudegracht. De winkel heeft een breed assortiment en ademt nog steeds geschiedenis uit. In de oude bruine houten kast vind je alles wat je nodig hebt voor het klussen. Deze ‘bouwmarkt in het klein’ met een klassieke vorm trekt een heel breed publiek. “Van zwerver tot de burgemeester, dat is het leuke”, zegt Pijper trots. De diversiteit van de klanten vraagt ook een specifieke benadering. “De ene keer zeg ik vriendelijk goedemiddag en de andere keer ‘wat mot je’.”
Tot de jaren 60 kwamen voornamelijk bouwvakkers naar de winkel en dat omvatte ruim negentig procent van de omzet. Later veranderde het publiek van bouwvakkers naar particulieren en die hadden voorlichting nodig. Pijper heeft het altijd leuk gevonden om met mensen te praten en uitleg te geven. Een werkwijze die past bij het geheim van de zaak.
Een groot deel van de klanten is knutselaar en kan in de ijzerhandel de meest uiteenlopende schroefjes vinden. Schroefjes die soms maar één keer per jaar worden verkocht. Pijper weet precies wat de knutselaars willen, want hij is er zelf een. “Mijn vader had daar de pest aan, want ik was nooit bezig met school.” Naast het knutselen was hij als klein kind bezig met handel drijven. Zo ging hij met een kistje gevuld met bolletjes touw langs de huizen en leerde zijn tante hem om altijd naar boven af te ronden.
De vierde generatie
Pijper loopt inmiddels al een halve eeuw rond in de zaak en staat af en toe nog in de winkel. Dochter Rietje zal de zaak in de toekomst overnemen. “Ik hecht geen waarde aan spullen. Als mijn dochter de zaak niet had willen overnemen dan was het klaar.” Van een overname is nog geen sprake: “Klanten vragen wel eens hoelang ik nog moet werken en dan zeg ik ‘nog 25 jaar, want dan ben ik pas 100’.” Als je je lekker voelt dan geniet je optimaal. Daarna met een knipoog: “Afgelopen januari ben ik nog met mijn vrouw gaan skiën. Wat Beatrix kan dat kan ik ook!”



