Actie nodig in gezapig Utrechts onderwijs

Afbeelding

Van de week kreeg Utrecht een pluim voor het voorschoolse onderwijs. We scoorden top en werden ten voorbeeld gesteld aan andere steden. Mooi. De verleiding is dus groot om te denken dat we het weer eens dik voor elkaar hebben hier.

Niets is echter minder waar als het over voortgezet en hoger onderwijs gaat. Daar viert de scheiding tussen de onderwijstypes hoogtij. De aantallen studenten van het mbo die succesvol doorstromen naar hoger onderwijs zijn niet bijster hoog. Ook de doorstroming van hbo naar universiteit is veel minder dan sommigen zouden wensen.

 Omscholing bankmensen nodig

Stapelen is in de mode, maar nog niet echt in Utrecht. Combinaties van werken, leven en leren worden overal besproken. Vraag maar aan de medewerkers van banken en andere financiële instellingen in de stad. Daar zullen de komende jaren heel wat mensen van baan moeten veranderen.

In het Utrechtse onderwijsland heerst ook op dat dossier een gezapige stilte. Dat zijn kennelijk problemen die geen eigenaar hebben, zodat de oplossingen nog heel ver weg zijn. Jammer.

Ieder voor zich

Waar komt dat door? Het gaat om verschillende onderwijsinstellingen, ieder voor zich. Allemaal op eigen welzijn en succes geconcentreerd. Minder doordrongen van het feit dat succes van doorstromende studenten pas echt hun kwaliteit aangeeft. Kennelijk vragen hun opdrachtgevers en subsidieverleners daar niet naar. En ‘de student’ heeft natuurlijk geen stem.

Maar wie zegt dat je als onderwijsinstelling niet verder mag denken dan je neus lang is, en zelf je doelstellingen mag kiezen? Wie zegt dat samenwerken verboden is?

Bij ICT beginnen

Misschien is het interessant om te beginnen met stroomlijnen van het onderwijsaanbod op het gebied van ICT. Bedrijven zijn immers hard op zoek naar nieuwe ICT-specialisten. Studenten komen er snel aan de slag. Samenwerken loont dus de moeite. Bedrijven zullen dankbaar zijn.

Als je vanuit de bedrijven redeneert, is het belangrijk dat zij de overeenkomsten en verschillen kennen tussen mbo- en hbo-opleidingen. In de praktijk blijkt de kennis daarover niet erg groot.

Mbo-niveaus onbekend

Veel bedrijven waren vaak van oudsher gewend om alleen hbo-studenten aan te nemen. Nu de schaarste zo fors is, beginnen ze voorzichtig te kijken naar mbo-afgestudeerden. Maar niemand blijkt eigenlijk te weten wat die jongelui precies kunnen. Of hoe die doorstroming naar hbo eigenlijk werkt. Onbekend blijkt ook het verschil tussen de niveaus binnen het mbo. En onbekend maakt onbemind.

Geen stage, geen baan

Die bedrijven doen zichzelf dus absoluut tekort door hun vacatures onnodig onvervuld te laten. ’Eigen schuld dikke bult’ zou je kunnen denken. Maar als dat dan ook nog leidt tot de export van werk naar andere landen, en het verdwijnen van banen, moeten we wel echt achter ons oor gaan krabben.

Want ze doen zo ook de Utrechtse beroepsbevolking tekort. We zien mbo’ers die lang op zoek zijn naar een stage of een baan. Zij concluderen dat het mislukken van die zoektocht voornamelijk met hun immigratie-achtergrond of simpelweg on-Nederlandse naam te maken zal hebben. En vinden dat zelfs al “gewoon”. Zo creëren we dus onnodig teleurstelling en daarmee spanningen.

Partijen bij elkaar brengen

Enfin, de UDB gaat de uitdaging aan. Wij zullen de verschillende ICT-partijen bij elkaar brengen. Als dat lukt, doen we ook alvast iets nuttigs voor de verre toekomst van die kleine Utrechtse kinderen in de zo succesvol genoemde voorschool. Want zij krijgen kennelijk heel veel goede ontwikkelingsmogelijkheden in de stad. Dat moet niet stoppen na die voorschool.

Laten we hopen dat het niet zo lang hoeft te duren. De huidige generatie mbo’ers staat te trappelen.