Elke school een concierge

Afbeelding

De conciërge en de amanuensis. Zij waren altijd vaste steunpilaren in school. Vaak streng, soms gevreesd, maar ook wel eens favoriet. De conciërge, gehuld in een grijze stofjas, leek alles te weten. Niet alleen over elke leerling, de fietsen en de brommers, maar ook over warmte en kou, verlichting, schoonmaak, deuren en ramen.

Deze week verscheen hij (een zij kenden we nog niet in dit vak?) in gesprekken die wij als Utrecht Development Board voerden over nuttige en nodige functies waar de hele stad van kan profiteren.

Eric van Dorp, één van onze UDB-leden, vertelde over de behoefte aan conciërges op 35 openbare basisscholen in Utrecht. Hij kent die scholen met totaal 10.000 leerlingen goed. Want al 13 jaar is hij bestuurder van de scholenkoepel waaronder zij vallen, SPO Utrecht. Graag wil hij mensen coachen en opleiden voor deze belangrijke functies in de scholen. Twee parttimers per school, dat betekent 70 banen bij alleen al deze basisscholen.

Geen slimme robot


Het mes zou aan vele kanten snijden: meer toezicht, meer ogen, een extra vraagbaak, en bovendien bijvoorbeeld winst in euro’s, want: minder schoonmaakkosten. Bewezen is dat wanneer scholieren hun eigen rommel oprapen, de avondlijke schoonmaakploeg veel minder werk hoeft te verzetten. Maar daarvoor heb je wel overdag die conciërges nodig met hun waakzame en scherpe oog. Daar kan geen slimme robot tegenop.

Duw naar toekomst


Maar de scholen kunnen de conciërges niet betalen. Terwijl duidelijk is dat er –laten we het bij dit voorbeeld houden- zeventig mensen uit een uitkering worden geholpen, een echte baan krijgen, nuttig zijn. Het kan hele gezinnen een duw geven naar een betere toekomst. Kinderen zien dat hun vader of moeder er toe doet, niet hoeft rond te hangen en af te wachten in eindeloze sollicitatierondes.

Uit de mottenballen


Daarom dwaalde het gesprek naar buiten de scholen: waar ligt de sleutel om zo’n plan te betalen? We kenden ooit dergelijke banen, tussen 1994 en –grofweg-  2005. Ze kregen aanvankelijk de naam van de bedenker, toenmalig minister van Sociale Zaken Melkert. Later heetten ze ook wel “id-banen”.

Waarom verdwenen ze? Onder andere door overheidsbezuinigingen. En omdat deze als tijdelijk bedoelde banen niet leidden tot doorstroming naar echte banen. Wat wel de bedoeling was. Tijd om dit idee weer eens uit de mottenballen te halen? De gemeenten hebben tegenwoordig een veel grotere rol dan destijds, toen de rijksoverheid de motor achter deze banen was. En het nodige geld deels uit Europese fondsen kwam.

Sociale onderneming


Andere tijden. Tegenwoordig kijken we meer naar het bedrijfsleven. Naar rijke particuliere fondsen die goede doelen nastreven. En naar de gemeenten, met immers gegroeide beslissingsbevoegdheid. Kan een Sociale Onderneming misschien worden opgericht om in dit gat te springen? Wellicht een kluifje voor de nieuwe Social Impact Factory, waarvoor de gemeente Utrecht mede de fundering legt.

Stad met meeste kansen


De UDB wil er wel aan trekken. Ook omdat we op alle manieren moeten proberen te voorkomen dat mensen belanden in een spiraal van buiten gesloten voelen, niet meetellen. Ook in Utrecht. Want terwijl Utrecht nummer 1 staat op de lijst van Nederlandse steden met de meeste kansen, met veel werk voor hoog opgeleiden, komen lager opgeleiden moeilijk aan het werk. Dat kan de gemeente niet op zijn beloop laten.

Trude Maas

Voorzitter Utrecht Development Board