De gemeente Utrecht beëindigt zijn financiële betrokkenheid bij de Galgenwaard. Dit houdt in dat er slechts een fractie van een in 2003 verstrekte lening van 25 miljoen euro is teruggestort in de gemeentekas.
Lening Galgenwaard kost gemeente ruim 20 miljoen: “dure les”

In een overeenkomst gesloten tussen Memid Galgenwaard, Rabobank en de gemeente is besloten dat de gemeente het geld dat het nog moet terugkrijgen van de lening aan Memid (een zogenoemde vordering) verkoopt aan de Rabobank.
Deel twee van de deal is de uitgifte in erfpacht van het parkeerterrein voor de hoofdingang van het stadion aan Memid.
Als laatste onderdeel van de overeenkomst is dat de gemeente de looptijd van het erfpachtrecht van het trainingscomplex Zoudenbalch verlengt van 2018 tot 2028.
De deal komt voort uit de wens van de gemeenteraad om de financiële betrokkenheid van de gemeente bij stadion Galgenwaard te beëindigen. D66-fractievoorzitter Lars Roodenburg legt uit: “Na meer dan 10 jaar moeten we helaas concluderen dat deze lening niet meer wordt terugbetaald. We moeten een bedrag van meer dan 20 miljoen afboeken. De beloofde zekerheden in 2003 blijken nu weinig waard”.
Er was voor de gemeente ook een optie om medewerking te verlenen aan een doorstartplan voor Memid. Dan zou er 10 miljoen worden terugbetaald in 20 jaar. Roodenburg zegt hierover: “We hebben ervoor gekozen om nu ons verlies te nemen. Het alternatief was dat de gemeente nog decennia lang afhankelijk blijft van de exploitatie van het stadion. Dat zou meer onzekerheid, meer risico’s en potentieel nog grotere financiële consequenties opleveren. We bijten liever nu door de zure appel heen, dan dat we over tien of twintig jaar moeten concluderen dat we er nog meer geld bij in zijn geschoten.”
Aanleiding
In 2003 dreigde FC Utrecht failliet te gaan waardoor betaald voetbal in Utrecht niet meer mogelijk zou zijn. Om de voetbalclub te redden en de zogenoemde gebiedsontwikkeling met onder andere winkels, kantoren en een parkeergarage rond het stadion veilig te stellen, sloot de gemeente in 2003 een ‘paraplu-overeenkomst’, waar de lening aan Memid deel van uit maakte. De lening stelde Memid destijds in staat een deel van het stadion van FC Utrecht over te nemen en de verbouwing van het stadioncomplex af te maken.
Na het faillissement van Memid in 2011 was terugbetaling van de lening onzeker. De gemeente heeft vanaf 2011 voorzieningen in de gemeentebegroting getroffen, oplopend tot € 20,5 miljoen om het te verwachten verlies op de lening op Memid af te dekken.
VVD-raadslid Willem Buunk berust net als Roodenburg berust in het feit dat de gemeente 20 miljoen kwijt is. “Het afschrijven van de lening is pijnlijk voor de belastingbetaler. De geleende miljoenen blijven nu voor eeuwig onder de grasmat van stadion Galgenwaard begraven. Tegelijkertijd is de VVD blij dat het stadsbestuur eerlijk is over het opruimen van de puinhoop. De gemeente heeft nu geen enkel financieel belang meer in FC Utrecht.”



