Horecaondernemer Marco Terlou van Lebowski
Horecaondernemer Marco Terlou van Lebowski Horecaondernemer Marco Terlou van Lebowski

Kopzorgen voor Utrechtse horeca: ‘Het horecabeleid knelt met de praktijk’

Algemeen

Een café overnemen mét bestaand terras, maar tóch een compleet nieuw vergunningstraject doorlopen. Een buitenlandse medewerker niet als leidinggevende kunnen bijschrijven omdat de VOG-regels te strikt zijn. Niet weten bij wie je terechtkunt, omdat het Horecaloket slecht bereikbaar is. Dit zijn zomaar enkele van de kopzorgen die leven bij horecaondernemers in Utrecht: “We zitten soms maanden in onzekerheid.’’

Dinsdagavond 24 februari werd in De Winkel van Sinkel duidelijk hoe de vlag erbij hangt in de Utrechtse horeca: de zorgen zijn groot en het vertrouwen in het huidige beleid broos. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 organiseerde Koninklijke Horeca Nederland (KHN) daarom het Grote Utrechtse Horeca Debat. Het debat trok zo’n 50 horecaondernemers uit de stad en zo’n twintig politici. 

Hoge opkomst

“De grote opkomst vond ik geweldig”, zegt Richard den Hartog, eigenaar van café ‘t College. “Dan merk je hoe betrokken de ondernemers zijn.” Opvallend was volgens hem dat vrijwel alle discussiepunten door alle politieke partijen werden ondersteund, ook al waren ze er eerder tegen. “Dan hoor je politici zeggen: ja, ik ben er wel voor hóór, maar destijds zat ik er nog niet. Dan vraag je je toch af of ze hun partijlijn vasthouden.”

Toch voelde Den Hartog zich tijdens het debat enigszins gehoord, maar het vertrouwen blijft fragiel. “Je merkt dat de politici luisteren, maar het is verkiezingstijd. Veel beloven, weinig geven. Het vertrouwen is er nog niet.”

Bureaucratische rompslomp

Een sprekend voorbeeld van de knelpunten waar de horeca tegenaan loopt, is de casus van Marco Terlou, eigenaar van Grand Café Lebowski op het Domplein. Hij vertelt hoe lastig het is om een buitenlandse medewerker als leidinggevende bij te schrijven op de vergunning. “Ik heb een Ierse medewerkster. Ze is 26, woont al zes jaar in Utrecht, maar staat pas vier jaar ingeschreven in de basisregistratie. Ze heeft haar SVH-diploma, maar kan niet op de vergunning worden bijgeschreven, omdat ze vijf jaar moet staan ingeschreven” vertelt Terlou.

Acht maanden lang probeert Terlou het probleem op alle mogelijke manieren op te lossen. Hij moet achter een VOG aan in Ierland, maar wordt daar van het kastje naar de muur gestuurd. Terlou krijgt te horen dat hij bij de politie Utrecht moet zijn. “Ik heb de politie Utrecht gebeld, tot aan de korpschef, maar niemand wist hoe dit moest. Een soort ‘catch-22’.” Ondertussen hangt er een last onder dwangsom boven zijn hoofd: “Eerste overtreding 5.000 euro, tweede 10.000 euro, derde keer kunnen ze mijn zaak sluiten, terwijl er gewoon leidinggevenden rondlopen met de juiste papieren.”

Tot zijn verbazing wordt hij tijdens het debat wél gehoord. “We hebben ons probleem die avond aangekaart. En vervolgens kreeg ik de volgende ochtend om negen uur een mailtje van het horecaloket: ‘geen probleem, ze kan gewoon worden bijgeschreven’” zegt hij. 

Tegen alle verwachtingen in krijgt Terlou dus te horen dat een buitenlandse leidinggevende gewoon kan worden bijgeschreven, ook zonder VOG, zolang hij of zij kan aantonen dat er serieus aan de aanvraag wordt gewerkt. Volgens Terlou laat het zien waar het bij de gemeente misgaat: “Dan zie je dus dat het intern niet goed communiceert. De gemeenteraad weet niet wat Toezicht en Handhaving doet, en andersom ook niet.” 

Inmiddels heeft Terlou een “goed gesprek” gehad met de gemeente en Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Terlou: “Ze hebben ons probleem nu serieus opgepakt en hebben aangegeven aan de slag te gaan. Voor Lebowski betekent dit concreet dat ze de last onder dwangsom gaan heroverwegen. Ook hebben wij nu nauw contact met het Horecaloket en hebben we daar goede afspraken over gemaakt.’’ 

Hoge horecaleges

Een andere belangrijke kopzorg die horecaondernemers ervaren, is de hoogte van de horecaleges. Dat zijn de kosten die ondernemers betalen aan de gemeente voor bijvoorbeeld het aanvragen van vergunningen, het bijschrijven van een leidinggevende of het uitbreiden van een terras.

“Die bedragen liggen in Utrecht fors hoger dan in veel andere grote steden”, zegt Jan Hagenouw, voorzitter van KHN Utrecht. Den Hartog van t’ College beaamt dit: “Het bijschrijven van een leidinggevende kost bijna 400 euro. In een studentenstad met hoog personeelsverloop is dat een groot probleem. Iemand haalt zijn papieren, je schrijft hem bij, een paar maanden later is hij weg, en het begint opnieuw.”

Ook Ronald van de Streek, die recent Café Lombok overnam, loopt tegen beleidsmatige knelpunten aan. Het terras van het vorige café bestond al vijf tot tien jaar en was eerder vergund, maar bij de overname moest Van de Streek opnieuw een vergunning aanvragen vanwege een wijziging in het bestemmingsplan. “Ze [het horecaloket] kwamen niet eens langs om de situatie ter plekke te bekijken. We moesten een volledig traject doorlopen, alsof het terras voor het eerst werd aangevraagd. De vergunning aanvragen kostte zo’n 1.200 euro, zelfs als het verzoek niet werd goedgekeurd”, aldus Van de Streek. 

Bereikbaarheid Horecaloket

De slechte bereikbaarheid van het horecaloket is een veelgehoorde klacht. ,Probeer ze maar eens te bellen”, zegt Van de Streek. De eigenaar van Lebowski herkent de kritiek: “Telefonisch zijn ze bijna niet te bereiken. Wie moet ik hebben? Hoe pak ik dit aan?” De horecaondernemers missen vaste contactpersonen die het dossier goed kennen.

Ook de regels voor wat je als horecaondernemer mag doen, zijn volgens Van de Streek streng en inflexibel. “Bij ons in de brouwerij kan ik op zaterdagavond geen verjaardagsfeestje in de kelder organiseren, ook als er geen overlast is. De regels zijn streng en vaak niet flexibel”, vertelt hij. Volgens hem is meer persoonlijk contact en duidelijkheid cruciaal: “Casemanagers moeten duidelijk en behulpzaam zijn, zodat ondernemers weten wat wél en niet kan.” Van de Streek vervolgt: ‘’Horecaondernemers moeten begeleid worden naar een situatie waarin ze weten wat wel en niet kan. Het moet sneller en duidelijker zijn, zodat je niet maanden in onzekerheid zit.”

Gemeente reageert

Inmiddels heeft de gemeenteraad in een brief aangegeven de problemen van de horecaondernemers te erkennen. Zo geeft de gemeente toe dat het Ontwikkelkader Horeca Utrecht (OHU), het gemeentelijke beleidskader dat regels en richtlijnen voor horecagelegenheden in de stad vastlegt, niet meer goed aansluit bij de praktijk van 2026. Ook wordt in de brief het probleem van het aanvragen van een VOG voor een buitenlandse leidinggevende genoemd.

Tot slot heeft een gemeentewoordvoerder gereageerd op vragen over de bereikbaarheid van het horecaloket. Hij geeft aan dat de klacht over onbereikbaarheid niet (langer) wordt herkend. ‘‘De afgelopen maanden zijn verschillende verbeteringen doorgevoerd. Er zijn meerdere personen per dag gekoppeld aan de horecatelefoon, zodat deze altijd kan worden opgenomen. Eenmalige gemiste oproepen zijn uitzondering. E-mails worden zo goed als dagelijks beantwoord. Ook worden ondernemers steeds vaker bezocht om het loket een gezicht te geven. Dit laatste willen we steeds verder uitbreiden. Sinds 12 januari zijn er tot op heden 219 contactmomenten met horecaondernemers geweest via de horecatelefoon.’’