Hulpbureau Catharijnebrug met drie agenten rond 1910.
Hulpbureau Catharijnebrug met drie agenten rond 1910. Het Utrechts Archief

Verdwenen politie- en brandweerposten: Hulpbureau bij de Catharijnebrug

Cultuur Verdwenen politie-en brandweerposten

Toen de Utrechtse stadspoorten rond 1840 werden afgebroken, verrezen op die plekken bruggen met barrières en douane- of belastinghuisjes voor de inning van stedelijke invoerrechten. Al snel kregen deze gebouwtjes een nieuwe functie als Hulpbureau van Politie. Het Hulpbureau Catharijnebrug stond van 1851 tot 1921 op de plek waar nu ongeveer het terras is van Het Gegeven Paard aan de Vredenburgkade.

Als architect van het gebouw is weleens Christiaan Kramm (1797-1875) genoemd, maar waarschijnlijker is stadsarchitect Cornelis Adriaan Boll van Buuren (1818-1859). Hij ontwierp ook de wachtposten aan de Wittevrouwenstraat 44 (die er nog staat) en bij de Tolsteegbrug. Het gebouwtje aan de Catharijnebrug leek daar erg op, inclusief de open wachtgalerij aan de straatzijde. Vanaf de brug was duidelijk het stadswapen zichtbaar. Binnen waren een wachtkamer, een ruimte voor de belastingontvanger, een kantoortje voor de ambtenaren en de kleinste ruimte was een officierskamer — voor de politie dus.

In 1857 deed de hoofdcommissaris het verzoek om een arrestantencel te maken in de post bij de Catharijnebrug. Een plattegrond toonde een eenvoudige afgeschoten hoek in de wachtkamer van het gebouwtje. Zo kreeg het belastingkantoortje steeds meer voorzieningen als politiepost. Toen de gemeentelijke invoerrechten enkele jaren later werden afgeschaft, nam de politie het hele gebouwtje in gebruik.

Telegrafisch verbonden

In 1860 werd het Utrechtse politiekorps in vier brigades ingedeeld. De 1e brigade zetelde in het Hoofdbureau Achter de Dom (later Ganzenmarkt), de 2e brigade in het Hulpbureau bij de Catharijnebrug. De 3e en 4e brigade waren gestationeerd bij de Tolsteegbrug en Wittevrouwenbrug. Aan de Catharijnebrug stond de brigade sinds het begin onder leiding van inspecteur Jan Willem Schreul (1815-1873). In 1866 kreeg hij promotie als hoofdinspecteur. Enkele jaren later werd Schreul ernstig ziek en overleed op 57-jarige leeftijd, ‘op den laatsten dag zijns levens de R K Godsdienst omhelst hebbende’.

Na Schreuls dood kwamen er klachten over het functioneren van de politiepost. Zoals in een ingezonden brief uit augustus 1875: ‘Eenige bewoners der Catharijnekade vestigen de aandacht der bevoegde autoriteit op het schrikkelijk straatrumoer, waardoor zij in den laatsten tijd zoo vaak in hunne nachtrust worden gestoord’. De agenten traden hier niet of nauwelijks tegen op. ‘Onbegrijpelijk is het, dat dergelijke tooneelen in den omtrek van het politiebureau aan de Catharijnebrug bijna iederen Woensdag onverhinderd kunnen plaats hebben.’ Wellicht was er op woensdagen (vee)markt op het Vredenburg.

<p>Politiepost (midden, met stadswapen) voor de uitbreiding van 1887 door Arend van de Pol</p>
Politiepost (midden, met stadswapen) voor de uitbreiding van 1887 door Arend van de Pol (Het Utrechts Archief)

Al vroeg was het Hulpbureau Catharijnebrug telegrafisch verbonden met het Hoofdbureau aan de Ganzenmarkt. ‘Is op het eerste punt assistentie of de overname van gevangenen noodig, dan is de aanvrage daartoe dadelijk aan zijn adres en maakt dat de agent of inspecteur, die soms alleen is, zijn post niet behoeft te verlaten’, schreef iemand in 1873. En over de destijds zeer moderne kabeltelegrafie-verbinding: ‘De draadleiding tusschen deze twee punten in eene ingegraven kabel, is zoo door den heer Grüber daargesteld, dat zij volkomen voldoet en den gemeentekas op zeer weinig kosten te staan komt.’ 

De anonieme schrijver in het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad roemde ‘het werk van onzen jeugdigen en bekwamen stadgenoot den mechanicus Grüber, die binnen- en buitenslands zich theoretisch en practisch gevormd heeft.’ Het betrof Louis Johann Grüber (1849-1907) die in Duitsland geboren was maar in 1868 met zijn ouders naar Utrecht was gekomen (zijn vader was homeopathisch arts). Hij adverteerde in 1873 trots: ‘Electrische ZEKERHEIDSCONTRACTEN voor brandkasten, deuren en vensters, huistelegrafen, wekkers, brand-, waak- en seintelegrafen, zooals ondergeteekende voor de brandweer en politie der stad Utrecht heeft vervaardigd, zijn verkrijgbaar bij J.L. Grüber, Korte Nieuwstraat, Utrecht.’ Later maakte hij ook torenuurwerken.

Uitbreiding en sloop

De stad werd steeds drukker. In 1881 opende een nieuwe Catharijnebrug die meer verkeer aankon. Toen werden ook oude panden in de buurt afgebroken, zoals Bierhuis De Hoop dat direct aan de singel stond. Zo ontstond er een doorgang en weg langs het water: de Rijnkade. Een groter hulpbureau liet nog op zich wachten. Begin 1887 meldde een krant: ‘Ene uitbreiding is ontworpen van het politie-wachthuis aan de Catharijnebrug. De localen, die thans gebezigd worden voor bureau van den keurmeester en voor keuring en bewaring van vleesch, die in zeer onvoldoenden toestand verkeeren, zullen te zamen vereenigd worden tot bureau, terwijl voor het onderzoek en het bewaren van vleesch afzonderlijke localen zullen worden gebouwd. Tevens wordt ook meer ruimte verkregen voor de politie.’ Een van de taken van de politieposten was namelijk controle op vlees en vee die de stad binnenkwamen!

<p>Catharijnekade-Rijnkade met rechts het uitgebreide hulpbureau, ca. 1900</p>
Catharijnekade-Rijnkade met rechts het uitgebreide hulpbureau, ca. 1900 (Joh. A. Moesman, Het Utrechts Archief)

De uitbreiding door stadsarchitect Cornelis Vermeijs werd goedgekeurd. Aan de zijde langs de singel kwam een hoger, poortachtig middendeel met imposante deuren. In de praktijk bleef echter de wachtgalerij aan de Vredenburg-kant als ingang fungeren omdat daar het doorgaand verkeer passeerde. Naast de vleeskeuring en inning van havengeld gebeurde er weinig groots, afgaand op krantenberichten. Die gaan over zakkenrollerij, kleine diefstallen, dronkenschap en mensen die onwel werden. 

Nadat in 1917 de eerste Jaarbeurs was gehouden met tijdelijke beursstands, besloot de stad dat er een groot vast Jaarbeursgebouw moest komen op de hoek van het Vredenburg, bij de Catharijneburg. Het Hulpbureau van Politie werd hiervoor in 1921 gesloopt. Ook de andere oude hulpbureaus verdwenen met de bouw van twee grote nieuwe politiebureaus: Tolsteeg (1927) en Paardenveld (1931). Het Jaarbeursgebouw sneuvelde in 1970 voor Hoog Catharijne en het Muziekcentrum Vredenburg.