Israa (links) en Bothina (rechts) in de gezamenlijke keuken in de woonkamer van het azc in Overvecht.
Israa (links) en Bothina (rechts) in de gezamenlijke keuken in de woonkamer van het azc in Overvecht. Bas van Setten

Ramadan geeft bewoners van Utrechts azc hoop: ‘Ik stond er helemaal alleen voor’

Algemeen

Voor de Palestijnse Israa (31) en Bothina (50) is de ramadan zonder twijfel de speciaalste maand van het jaar. Het is een tijd van naastenliefde en hoop, iets wat de bewoonsters van het azc in Overvecht wel kunnen gebruiken. Beide vrouwen staan er na een heftig verleden alleen voor, maar vinden veel steun bij elkaar. “Het mooiste aan het azc is dat we nieuwe vrienden maken.”

Bij de ingang van het azc aan de Pahud de Mortangesdreef komt de vrolijke Bothina aangelopen. Over de binnenplaats, omringd door containerwoningen, loopt ze naar een lichtgrijs bijgebouw. Hierin zit onder meer de gezamenlijke woonkamer, gezellig ingericht met banken, eettafel en een ruime keuken. Ook hangt hier en daar kleurrijke, zelfgemaakte kunst aan de muur. Het duurt nog zeker 4 uur voordat de zon ondergaat, maar er wordt al druk gekookt. Vanavond staat er een speciale iftar - ‘maaltijd’ - voor alle vrouwelijke (buurt)bewoners op het programma, georganiseerd door stichting ‘Welkom in Utrecht’.

Ook Bothina en Israa schuiven aan. Voor hen is de vastenmaand de belangrijkste tijd van het jaar, en sinds hun komst in Nederland misschien wel belangrijker dan ooit. De twee vrouwen hebben heftige jaren achter de rug. In een emotioneel gesprek geven ze een kort inkijkje in een leven waar veel Utrechters zich hoogstwaarschijnlijk weinig bij kunnen voorstellen.

Geen land

Bothina begint. Ruim een half jaar geleden moest zij Saoedi-Arabië en haar vier kinderen verlaten. Bothina’s familie is Palestijns, maar ze is geboren in Egypte en heeft het grootste deel van haar leven in Saoedi-Arabië gewoond. Daar krijgt ze een man en vier kinderen en werkt ze jarenlang als tandarts. Tot ze van de ene op de andere dag hoort dat haar contract niet wordt verlengd: haar baan mag vanaf dan alleen nog worden uitgevoerd door Saoedi’s. Maar Bothina is officieel nog altijd een Palestijnse. “Ik moest voor werk terug naar mijn eigen land Palestina, maar daar is oorlog”, vertelt Bothina in het Engels. 

Tekst loopt door onder foto.

<p>Bothina (links) en Israa (rechts) voor de containerwoningen in het azc.</p>
Bothina (links) en Israa (rechts) voor de containerwoningen in het azc. (Bas van Setten)

Als alleenstaande moeder, van haar man is ze gescheiden, ziet ze geen andere optie dan het land te verlaten op zoek naar werk. Haar kinderen blijven achter bij hun oma en zij vertrekt naar de Verenigde Staten. Maar ook daar kan ze niet aan de slag en ze komt in Nederland terecht. “Ik kende helemaal niemand en stond er alleen voor”, vertelt ze emotioneel. “Maar waar moest ik heen? Ik heb geen land meer. Ik mis mijn kinderen heel erg. Een van mijn zoons heeft autisme en hij vraagt elke dag waar ik ben. Dat is heel moeilijk.”

Alles meegemaakt

Ook Israa blikt terug op een heftige tijd. Zij woont inmiddels 1,5 jaar in Utrecht en spreekt al een aardig woordje Nederlands. Om zich zo goed mogelijk te kunnen uiten, vertelt ze haar verhaal toch in het Arabisch. Bothina vertaalt. Ook Israa heeft Palestijns bloed. Haar vader vertrok in 1948 noodgedwongen uit Palestina tijdens de ‘Al Nakba’, Arabisch voor ‘ramp’. De term verwijst naar de Palestijnse volksverhuizing als gevolg van het uitroepen van de staat Israël en de Arabisch-Israëlische oorlog die volgde. 

Israa groeit op in Syrië en is een middelbare scholier als daar in 2011 oorlog uitbreekt. Het lukt haar om verder te studeren en ze wordt leerkracht. Maar om haar heen wordt steeds meer verwoest. Ze treedt niet in detail over die periode, maar zegt wel: “Ik heb alles meegemaakt, van diefstal tot moord tot ontvoeringen.” Tot de oorlog heeft ze “mooie herinneringen”, maar het verdriet is zichtbaar in haar ogen als ze over Syrië praat. “Het is niet fijn om te herinneren, want dan voel ik ook weer de pijn”, legt ze uit. 

Tot 2024 woont ze nog in een door oorlog verwoest Syrië. De eerste jaren vooral om voor haar zieke moeder en oude vader te zorgen. Ook wordt ze verliefd en trouwt ze zelfs in oorlogstijd. Haar man vertrekt naar Nederland. Als hij een vaste verblijfsvergunning krijgt, mag zij als zijn partner ook komen. Vijf jaar lang wacht ze tot het hem lukt. Maar eenmaal overgevlogen volgt er toch een scheiding. Hierdoor raakt ze haar vaste verblijfsvergunning kwijt. 

Ramadan

De sterke vrouwen staan ondanks al het verdriet positief in het leven. “Ik wil naar de toekomst kijken”, zegt Israa. De ramadan - dit jaar van 17 februari tot en met 19 maart - is zo’n periode waar ze beiden naar toe leefden. “Als het klaar is, bidden we dat we er de volgende ramadan ook weer bij mogen zijn”, zegt Bothina. “Het geeft voldoening, omdat je iets moeilijks doet voor God en je voelt je heel dichtbij hem.”

Bothina legt uit waarom moslims vasten tijdens de ramadan: “Het is een van de vijf pilaren van de islam. Vanaf ongeveer 13 jaar doe je volledig mee; vaak oefenen kinderen al eerder. Niet eten en drinken tussen zonsopkomst en -ondergang leert je geduld en zelfdiscipline en kan gezondheidsvoordelen opleveren, zoals voor je bloeddruk en cholesterol. Daarnaast krijg je meer empathie voor de armen, omdat je een tijdje met minder voedsel leeft. Dat moedigt aan om anderen te helpen.”

<p>Israa en Bothina treffen voorbereidingen voor de iftar, de maaltijd na het vasten.</p>
Israa en Bothina treffen voorbereidingen voor de iftar, de maaltijd na het vasten. (Bas van Setten)

Verder gaat vasten volgens Bothina ook over niet liegen, schelden of roddelen. “Je focust je een maand lang even niet op jezelf, maar juist op anderen. In ons thuisland zie je een uur voor zonsondergang alle kinderen met eten over straat lopen om eten te brengen naar de buren. Ook wordt voor de armen gekookt. Het versterkt de band met familie en de gemeenschap.”

Wachten

Vanavond schuiven de vrouwen samen aan bij de iftar met andere vrouwen uit het azc en de buurt. Volgens Bothina is dat het mooiste aan hun nieuwe situatie: nieuwe vrienden maken. Ook is ze heel dankbaar voor het warme onthaal in Utrecht. Toch blijft het een benarde situatie voor de vrouwen. Israa deelt bijvoorbeeld een kamer met drie vrouwen uit Libië, Irak en Sudan, ieder met verschillende culturen en gewoontes. “Dat is lastig!”. Ook is er weinig privacy. “Maar het is tijdelijk”, zegt Bothina. “En we krijgen veel hulp, bijvoorbeeld met taallessen.” De vrouwen proberen vooral positief te blijven.

Israa werkt inmiddels bij een kledingketen in Utrecht. Bothina zit in de procedure om als tandarts te kunnen starten. Beiden wachten ze op een permanente verblijfsvergunning. Bothina kan daarmee haar kinderen naar Nederland halen.

Dromen

Toch blijven ze dromen van een toekomst in Palestina. Israa is er nog nooit geweest, maar “het zit in je bloed”, benadrukt ze. Bothina heeft mooie herinneringen aan Gaza van vroeger. Maar de situatie is daar nog heel slecht, weet ze onder andere van haar zus. Zij woont daar nog en heeft twee van haar kinderen verloren door de oorlog. 

Tijdens de ramadan doen Israa en Bothina elke dag een du’aa, een korte smeekbede waarin Allah om hulp wordt gevraagd. Moslims geloven dat het gebed tijdens ramadan een extra krachtige werking heeft. Bothina bidt dagelijks voor het stoppen van de oorlog en om weer herenigd te worden met haar kinderen. Israa vraagt om een vaste verblijfsvergunning en een eigen familie. “Maar”, zegt Bothina “we zullen ons oude leven nooit vergeten. Dat zit in ons hart!”