
Grote verschillen in stemopkomst per Utrechtse wijk: ‘Zorg zit in de ongelijkheid in opkomst’
AlgemeenOp 18 maart openen de stembureaus weer voor de gemeenteraadsverkiezingen. Inwoners bepalen wie invloed krijgt op hun wijk en stad. De opkomst in Utrecht is vergeleken met andere steden relatief hoog. Tóch verschilt de opkomst sterk per Utrechtse wijk: in de Binnenstad komt het merendeel stemmen, terwijl in Overvecht veel inwoners thuisblijven. Politicoloog Hans Vollaard legt uit hoe dit kan.
Terwijl bij de landelijke Tweede Kamerverkiezingen zo’n acht op de tien Utrechters (80%) naar het stembureau gaan, ligt dat percentage bij de lokale verkiezingen een stuk lager. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 bracht maar zo’n 56 procent van de Utrechters zijn stem uit.
Volgens politicoloog Hans Vollaard van de Universiteit Utrecht zijn er twee belangrijke redenen voor dat grote opkomstverschil tussen landelijke en lokale verkiezingen: “De interesse in lokale politiek is vaak kleiner dan in landelijke politiek”, legt hij uit. “Daarnaast ervaren mensen de invloed van de landelijke overheid vaak als groter dan die van de gemeente.” Dat is eigenlijk best opvallend: “Gemeenten gaan in de praktijk over veel zaken die mensen direct raken. Denk aan woningbouw, jeugdzorg of de inrichting van de openbare ruimte. Maar die betrokkenheid staat bij veel inwoners minder scherp op het netvlies.”
Langzame daling
De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is altijd al lager geweest dan bij landelijke verkiezingen, maar de afgelopen veertig jaar is er een duidelijke dalende trend zichtbaar.
Een eerste oorzaak is ‘gemeentelijke herindeling’. Gemeenten zijn de afgelopen jaren samengevoegd of kregen andere grenzen. Inwoners krijgen dan te maken met een nieuwe gemeente, vaak met een andere naam of bestuur. Vollaard: “Een mogelijke verklaring is dat mensen zich minder verbonden voelen met de nieuwe gemeente. Het duurt even voordat die band weer ontstaat.”
Een tweede factor heeft te maken met de veranderende samenstelling van steden. Utrecht groeit al jaren en wordt steeds internationaler. De stad telt veel expats, arbeidsmigranten en internationale studenten. EU-burgers mogen stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, maar niet iedereen doet dat ook. Voor mensen van buiten de Europese Unie geldt dat ze stemrecht krijgen als ze vijf jaar legaal in Nederland wonen. “Uit onderzoek weten we dat mensen die nog niet lang in Nederland wonen vaak minder betrokken zijn bij de lokale politiek” zegt Vollaard. “Taal kan ook een drempel zijn. Als je het politieke debat niet goed volgt, wordt de stap naar het stembureau groter.”
Ongelijkheid in opkomst
Dat verschil in betrokkenheid is volgens Vollaard ook meteen de grootste zorg: “De grootste zorg zit in de ongelijkheid in opkomst. Sommige groepen stemmen veel minder dan andere.”
Vooral jongeren, mensen met een praktische opleiding en inwoners met een migratieachtergrond blijven relatief vaker thuis op verkiezingsdag. Dat kan gevolgen hebben voor de representativiteit van de gemeenteraad. “Die groepen hebben soms andere belangen, denk bijvoorbeeld aan thema’s rond de arbeidsmarkt, onderwijs of taal en integratie. Als zij minder stemmen, komen hun belangen mogelijk ook minder sterk terug in de politiek.”
Onderzoek laat zien dat niet-stemmers op sommige onderwerpen andere opvattingen hebben dan mensen die wel stemmen. “Niet-stemmers zijn gemiddeld bijvoorbeeld minder voor windmolens of subsidies voor kunst en cultuur”, zegt Vollaard. “Maar ze zijn juist vaker voor cameratoezicht. Partijen die zulke standpunten vertegenwoordigen, kunnen dus nadeel hebben van een lage opkomst.”
Grote verschillen tussen Utrechtse wijken
Die ongelijkheid wordt nog duidelijker als je naar de stad zelf kijkt. Tussen Utrechtse wijken bestaan grote verschillen in opkomst.
Zo lag de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 in de Binnenstad op maar liefst 84,6 procent. In Overvecht ging daarentegen slechts 35,2 procent van de inwoners stemmen. Ook in Zuidwest (45,7 procent) en Noordwest (43,7%) ligt de opkomst relatief laag. Aan de andere kant van het spectrum staan wijken als Oost (72,5 procent) en Noordoost (70,7 procent).
Volgens Vollaard zijn die verschillen grotendeels te verklaren door de bevolkingssamenstelling van wijken. In de binnenstad wonen relatief veel hoogopgeleiden en studenten”, zegt hij. “Dat zijn groepen die gemiddeld vaker stemmen. In andere wijken wonen weer meer mensen met een praktische opleiding of met een migratieachtergrond, en daar ligt de opkomst gemiddeld lager.”
Utrecht relatief veel stemmers
Toch staat Utrecht er, vergeleken met andere grote steden, niet slecht voor. Met een opkomst van ongeveer 56 procent doet de stad het duidelijk beter dan sommige andere grote gemeenten.
In Rotterdam ging in 2022 bijvoorbeeld slechts 39 procent van de inwoners stemmen. In Den Haag lag de opkomst rond de 43 procent. En ook in Amsterdam bleef de opkomst met ongeveer 47 procent onder de helft van de kiesgerechtigden.
Aan de andere kant van het spectrum staan kleine gemeenten waar de opkomst juist opvallend hoog ligt. In Rozendaal en Schiermonnikoog ging bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen ongeveer 80 procent van de inwoners stemmen. In zulke kleinere gemeenten is de afstand tussen inwoners en bestuur vaak kleiner.
Opleiding en politiek zelfvertrouwen
Waarom Utrecht het relatief goed doet vergeleken met andere grote steden, heeft volgens Vollaard onder meer te maken met opleidingsniveau: “In steden of wijken met meer hoogopgeleiden zien we doorgaans een hogere opkomst.” Daarnaast speelt iets wat politicologen ‘politiek zelfvertrouwen’ noemen: het gevoel dat je begrijpt hoe politiek werkt en dat je stem verschil kan maken. “Dat gevoel is in sommige groepen sterker ontwikkeld dan in andere”, zegt Vollaard. “Ook het idee dat stemmen een soort burgerplicht is, speelt mee. Dat leeft gemiddeld sterker onder hoger opgeleiden.”
Hoe hogere opkomstcijfers?
Volgens Vollaard begint dat niet bij verkiezingscampagnes, maar bij het dagelijks functioneren van de gemeente. “Het belangrijkste is dat de gemeente gewoon goed werkt” zegt hij. “Dingen moeten geregeld zijn: afval ophalen, veiligheid, voldoende woningen en jeugdzorg. Als mensen merken dat de overheid functioneert, draagt dat bij aan vertrouwen.”
Daarnaast is het belangrijk dat inwoners zich gehoord voelen. “Bewoners moeten het gevoel hebben dat er naar hen geluisterd wordt en dat wijken eerlijk behandeld worden”, zegt hij. “Dus dat niet alleen het centrum aandacht krijgt, maar bijvoorbeeld ook Overvecht.” Ook speelt communicatie een rol. Veel inwoners weten volgens Vollaard simpelweg niet wat de gemeente allemaal doet. “De gemeente werkt samen met veel organisaties in de stad”, zegt hij. “Maar inwoners zien dat vaak niet.” Verder is het belangrijk om rekening te houden met de diversiteit onder niet-stemmers. Vollaard: “Jongeren bereik je via andere kanalen dan mensen met een migratieachtergrond.’’ Eén ding is volgens Vollaard in elk geval duidelijk: ‘‘Vertrouwen in de politiek bouw je niet op in een paar weken voor een verkiezing”, zegt hij. “Maar de relatie tussen inwoners en gemeente moet het hele jaar door worden opgebouwd.”