
Gaslek na gaslek in de stad, toch graaft Utrecht zorgvuldiger
AlgemeenMet grote regelmaat rukken brandweer en netbeheerders in Utrecht uit vanwege een gaslek. Een graafmachine die een leiding raakt of een klusser die in de tuin bezig is. Honderden keren per jaar wordt bij het graven een leiding geraakt. Vaak loopt het met een sisser af, maar soms worden hele straten ontruimd. Het wekt soms de indruk dat men maar wat doet. Maar hoe zit het echt? DUIC zocht het uit en ging in gesprek met doctor ingenieur Olde Scholtenhuis.
“We graven gewoon heel erg veel en dit zal in de toekomst alleen maar toenemen” zegt Léon olde Scholtenhuis, universitair hoofddocent Digitaliseren & Binnenstedelijk Bouwen aan de Universiteit Twente (zie foto rechterhoek). Hij leidt het onderzoeksprogramma ‘Zorgvuldige Aanleg en Reductie Graafschades’, dat internationaal onderzoekt hoe kabel- en leidingschades kunnen worden voorkomen.
Olde Scholtenhuis begon met onderzoek naar hoe efficiënter gegraven kon worden tijdens rioleringswerkzaamheden. “Maar naarmate we meer onderzoek deden kwamen we veel incidenten tegen die zich voordeden bij werkzaamheden. We zijn ons toen meer gaan richten op veiligheid. Dat doe ik nu al weer tien jaar.”
Leiding op leiding
“Ik geloof eerlijk gezegd niet zo dat men maar wat doet”, zegt Olde Scholtenhuis, “want niemand wil wat raken. Punt is dat het steeds drukker wordt in de grond. Er komen nieuwe warmteleidingen voor nieuwbouwwijken en er worden glasvezelnetten en zwaardere elektriciteitskabels voor de energietransitie aangelegd. “Dat doen we vaak in stedelijke gebieden waar al veel infrastructuur ligt, maar waarvoor nooit echt een bestemmingsplan voor de ondergrond is gemaakt”.
“Sinds de jaren veertig, vijftig zijn er steeds meer kabels en leidingen bijgelegd. Nieuwe dunnere kabels worden bovenop bestaande leidingen aangelegd, waardoor nieuwe leidingen dus steeds ondieper komen te liggen. Als je dan gaat graven, zit je sneller dichtbij een bestaand net en neemt de kans toe dat er iets fout gaat”, legt Olde Scholtenhuis uit.
Tekst loopt door onder afbeelding.
Raketboor
Een van de werkzaamheden waarbij het vaker is misgegaan in het verleden, is de aanleg van glasvezel. “Een veelgebruikte methode hierbij is het boren met een raketboor, waarbij glasvezelkabels door de grond worden geschoten tussen straat en een woning.
Het is een relatief snelle methode waarbij de tuin niet wordt open gegraven, maar de kans dat je iets raakt is ook groter. Bijkomend probleem is dat de exacte diepte van bestaande leidingen vaak niet op kaarten is aangegeven, wat de kans dat het misgaat groter maakt.”
Prikkels
Een ander aandachtspunt zijn de contracten. “Als je partijen betaalt op basis van snelheid, of voorziet van onbetrouwbare data, nodig je ze - al dan niet doelbewust - uit onzorgvuldig te werken”, stelt Olde Scholtenhuis. “Geen enkele partij wil bewust schade veroorzaken, maar als veiligheid onvoldoende aandacht krijgt, blijven risico’s bestaan.” Ook het Kabel en Leiding Overleg (KLO), een samenwerkingsverband van netbeheerders, gemeenten, aannemers en grondwerkers, stelt dat blijvende aandacht voor zorgvuldig opdrachtgeverschap, goede voorbereiding en voldoende tijd en budget om veilig te graven cruciaal is.
Volgens het KLO zijn haast en onvoldoende voorbereiding vaak de grootste oorzaken van schade. De meest voorkomende oorzaak van graafschades is dat men onvoldoende is nagegaan waar alles in de grond ligt.
Olde Scholtenhuis: “Soms is iemand ook gewoon moe, waardoor iets misgaat. En dan zijn er nog niet-professionele partijen. Denk bijvoorbeeld aan iemand die een paal voor een ooievaar in de tuin slaat.”
Utrecht doet het beter dan gemiddeld
Al met al gaat het in 5,4 procent van de gevallen, waarbij er gegraven wordt, mis, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst Digitale Infrastructuur (RDI). In Utrecht ligt dit percentage echter een stuk lager. In slechts 3,6 procent van de graafwerkzaamheden ontstaat schade. Hoeveel schades hiervan leiden tot een gaslek wordt niet geregistreerd, maar volgens een woordvoerder van het KLO is dit minder dan 10 procent. In Utrecht zou dit neerkomen op zo’n 40 gaslekkages in 2024.
Waarom het graven in Utrecht vaak goed gaat, is volgens Olde Scholtenhuis moeilijk te zeggen. “De beschikbare data over oorzaken van incidenten is te beperkt. Het kan liggen aan de werkwijze van een professionele aannemer die veel werk doet in Utrecht, of misschien houdt de netbeheerder goed toezicht. Maar ook de gemeente kan helpen. Zo werkt Utrecht aan een 3D-kaart die de ondergrond in kaart brengt.”
Een factor die niemand in de hand heeft, is de soort ondergrond. Zo verzakt de laaggelegen grond in het westen van Nederland veel meer dan in het oosten, waardoor ook de leidingen meer bewegen en kaarten minder betrouwbaar zijn, legt Olde Scholtenhuis uit.
Tekst loopt door onder afbeelding.
Regie op de ondergrond
De belangrijkste les is volgens Olde Scholtenhuis dat Nederland zicht moet hebben op wat zich onder onze voeten bevindt. “We kunnen niet meer zonder regie op de ondergrond. Gemeenten moeten sturen op wie waar mag graven en moeten samen met partijen als het RDI en aannemers zorgen dat de data kloppen. Dit moet samengaan met risicobewustzijn en opleiding. Mensen moeten weten hoe betrouwbaar hun informatie is en hoe ze kaarten goed lezen.”
“Gelijktijdig werkt men in onderzoek en ontwikkeling aan de geleidelijke verbetering van graafmethodes en kaarten van de ondergrond, waardoor deze in de toekomst meer en betere informatie zullen verschaffen.”
De graafsector moet volgens Olde Scholtenhuis in de toekomst ongetwijfeld aan de slag met nieuwe technologieën. “Met bijvoorbeeld radarsystemen en betrouwbare 3D-kaarten wordt beter zichtbaar wat er onder de grond ligt.”