
Verdwenen politie- en brandweerposten: Hulpbureau aan de Nieuwekade
AlgemeenNa de afbraak van de Utrechtse stadspoorten verrezen op die plekken gemeentelijke douanekantoortjes annex hulpbureaus van politie. Dat gebeurde alleen niet bij de voormalige Weerdpoort, die in 1839 als eerste gesloopt was. Daar schuin tegenover werd wel de Stadswaag gebouwd aan de Nieuwekade. Pas in 1874, na jarenlang aandringen door de gemeenteraad, werd een politiepost geopend in de zijbouw van de waag. Dit hulpbureau bestond tot 1931 en werd in 1968 gesloopt.
Al vanaf 1860 wezen raadsleden ‘op de noodzakelijkheid der oprigting van een hulpbureau aan de Weerd-barrière’. Vanwege de kosten, waaronder de uitbreiding van het aantal agenten, kwam het er maar niet van. Een raadslid suggereerde verplaatsing van de politiepost Wittevrouwen, omdat het daar minder druk was, maar dat voorstel haalde het niet. Wel werd alvast 6.000 gulden voor het nieuwe hulpbureau begroot, maar toch liet burgemeester Nicolaas Kien het steeds besluit liggen.
Woelige buurt
In 1871 volgde een ‘rekest van verschillende bewoners der bemuurde Weerd, verzoekende dat aldaar een hulp-bureau van politie moge morden opgericht’. Twee jaar later stond in een ingezonden brief: ‘De grootste buitenwijk dezer gemeente, met duizenden, dikwijls zeer woelige bewoners, is nog steeds van politie-toezicht en hulp verstoken.’ Daarmee werd Wijk M ‘Buiten de Weerd’ bedoeld, het gebied ten noorden van de binnenstad. Pas in 1874 kwam het hulpbureau er daadwerkelijk, samen met uitbreiding van het totaal aantal agenten van 80 tot 108 (en twee extra inspecteurs, in totaal zes).
Het hulpbureau werd gevestigd in een zijvleugel van de Stadswaag aan de Nieuwekade, schuin tegenover de Weerdsluis. Deze waag was omstreeks 1840 gebouwd in combinatie met een ijzeren kraan, nadat de houten stadskraan bij de Stadhuisbrug was bezweken. Er werden goederen uit schepen gehesen en gewogen, onder meer vanwege de gemeentelijke belasting. De nieuwe waag stond op de plek van het in 1838 gesloopte bolwerk Morgenster, vandaar ook de naam Nieuwe Kade, waar schepen konden aanmeren.
De Stadswaag was waarschijnlijk een ontwerp van Christiaan Kramm (1797-1875), hoewel alleen ontwerptekeningen van varianten bewaard zijn gebleven. De linker zijbouw van de waag was oorspronkelijk een douanekantoortje, dat leegstond na opheffing van de gemeentelijke invoerbelasting in 1866. Acht jaar later werd het dus Hulpbureau van Politie, waarvoor het nog enige keren is uitgebouwd.
Daklozenopvang
Veel had de politie naar hedendaagse normen niet te doen. Zo stond er in een jaarverslag: ‘Geen belangrijke diefstallen zijn er in het afgeloopen jaar in deze gemeente gepleegd. De waarde van het in 1873 als ontvreemd opgegevene heeft bedragen f 2314,75’. Wel waren er veel zaken zoals deze in 1893: ‘Gisteren avond werd een bekende bedelares, bekend onder den naam van de Vette Kluif, in beschonken toestand en hevig aan hoofd en handen bloedende, bij de Roodebrug door een agent van politie in bescherming genomen, die haar naar het politiebureau aan de Weerdpoort bracht.’
Ook een politiezaak was de opvang van daklozen, destijds landlopers of vagebonden genoemd. In 1908 werd hiervoor een houten nachtverblijf toegevoegd aan het hulpbureau Nieuwekade. De omstandigheden waren er primitief, wel kregen de daklozen koffie en brood. Ook naast het Hoofdbureau van Politie aan de Ganzenmarkt was trouwens een nachtopvang ingericht in een vervallen pand.
Soms was de toeloop zo groot dat er tweemaal zoveel mensen sliepen als waarvoor de verblijven waren ingericht. In 1908 ving de Utrechtse politie ruim 11.000 daklozen op, lezen we in het boek ‘Van schout tot wout:de geschiedenis van de Utrechtse politie’ (G. Mouton, 1985). Dit zal wel staan voor het aantal overnachtingen (van deels dezelfde personen).
De stadschroniqueur van de Utrechtsche Courant schreef in 1908: ‘Waar moet dat heen, als zelfs de ruimte der hulpbureaux niet meer voldoende blijkt en ons allernieuwste nachtlogement aan het hulpbureau Weerdpoort veel te klein van inrichting wordt om de liefhebbers te bergen, die een nachtje "in ‘t Wapen van Utrecht" wenschen te logeeren.’ De auteur (Carel Willem Wagenaar) verwees daarmee sarcastisch naar het gemeentewapen dat op de politieposten prijkte. Hij vervolgde cynisch over de daklozen: ‘Thans zijn ‘t er 70, straks komen er 100 en dient er misschien nog ‘n knappe "ober" gevraagd, om de heeren te bedienen en op te passen.’
Na opening van het nieuwe politiebureau Paardenveld in 1931 werd het hulpbureau Nieuwekade gesloten. De Stadswaag was het jaar daarvoor al buiten gebruik gesteld omdat er aan de Veilinghaven een nieuwe waag met kraan was verrezen. De meeste vrachtschepen gingen inmiddels immers via het Merwedekanaal. Het waaggebouw aan de Nieuwekade kreeg in 1939 een nieuwe functie als ‘veegpost’ voor de reinigingsdienst, de voormalige politiepost werd verhuurd aan Beurtvaartonderneming H. Lek.
In maart 1968 viel het doek voor de bouwvallige panden bij de sloop van bijna de hele Nieuwekade tijdens de ‘sanering’ van Wijk C. Jarenlang was de kale vlakte een parkeerterrein, uiteindelijk kwam er sociale woningbouw.