Lieve Baetens
Lieve Baetens Bas van Setten

Utrecht volgens Lieve Baetens: directeur van het Volksbuurtmuseum

Algemeen

Lieve Baetens (24) is een geboren en getogen Utrechter. Al jaren is ze nauw betrokken bij het Volksbuurtmuseum. Eerst als vrijwilliger, later als collectiemedewerker. Nu als directeur-bestuurder. “Het klinkt heel cliché, maar ik leef echt mijn droom. Met mijn beste vriendin fantaseerde ik er altijd over om directeur van dit museum te worden. En nu ben ik het gewoon. Op mijn 24e. Dat had ik nooit verwacht.”

Hoe ben je bij het Volksbuurtmuseum terechtgekomen?

“Mijn liefde voor het Volksbuurtmuseum startte tijdens corona. In dat jaar begon ik met mijn bachelor Cultureel Erfgoed, maar alle geplande excursies konden niet doorgaan. Dit was jammer, omdat ik hierdoor geen praktische ervaring kon opdoen in een museum. Zodra het weer mogelijk werd om naar een museum te gaan, greep ik mijn kans. Dat werd een bezoekje met mijn moeder aan het Volksbuurtmuseum.” 

“Tijdens dat bezoek raakte ik in gesprek met de vrijwilligers en besloot ik om zelf vrijwilliger te worden. Dit vrijwilligerswerk ruilde ik vervolgens in mijn tweede studiejaar in voor een stage bij het museum. Dat vond ik zo leuk. Daarna kon ik door een subsidie van het Mondriaan Fonds tijdelijk in dienst als collectiemedewerker om aan een project te werken. Toen dat project afliep én mijn bachelor klaar was, ben ik er even tussenuit geweest. Snel merkte ik dat ik het erfgoed miste. Daarom meldde ik me aan voor de master Kunst en Erfgoed aan de Universiteit Maastricht. Dat ik tijdens mijn master ook directeur van het Volksbuurtmuseum zou worden, had ik niet gepland. Dat was een onverwachte, maar leuke aanvulling.”

Tentoonstelling Mijn plek in ons stadsie
Tentoonstelling Mijn plek in ons stadsie (Volksbuurtmuseum)

Hoe ben je de directeur van het museum geworden?

“Eind 2025 belde Lysette (Jansen, voormalig directeur-bestuurder van het museum, red.) met de mededeling dat ze ging stoppen als directeur. Toen de vacature van het museum online kwam, werd ik aangespoord door mensen uit het museum om te solliciteren. Een grap, dacht ik. Lachend legde ik uit dat ik nog maar een 24-jarige student was en in Maastricht woonde. Lang heb ik het afgehouden, maar uiteindelijk heb ik toch een brief geschreven met daarin mijn toekomstvisie voor het museum. Ik vind het namelijk het allerbelangrijkste dat het goed gaat met het museum, ongeacht of ik wel of niet gekozen zou worden.”

“Door mijn brief mocht ik op sollicitatiegesprek komen. Uit beleefdheid, dacht ik. Ze kenden me al door mijn werkzaamheden in het museum. Tegen mijn verwachting in mocht ik door naar de volgende ronde. Hoe verder ik kwam, hoe meer ik merkte dat ik het echt graag wilde. Maar eigenlijk durfde ik niet te hopen dat ik het werd. Gewoon om mezelf te beschermen. Na de laatste sollicitatieronde zat ik in de trein naar Maastricht en werd ik gebeld door de Raad van Toezicht van het museum. Precies op het moment dat de conducteur station Weert aankondigde. Ik verstond er niets van. Maar uiteindelijk bleek dat ik het was geworden. Die hele treinrit daarna was een waas. Ik was zo blij.”

Wat doe je zoal als directeur?

“De afgelopen weken waren we in het museum vooral druk met het afmaken en openen van onze nieuwe tentoonstelling. Deze heet ‘Mijn plek in ons stadsie’. Hiervoor maakten Utrechters een kunstwerk over hun favoriete plek in de stad. De tentoonstelling staat er maar tot 12 april, maar ik ben er trots op dat we een tentoonstelling voor en door Utrechters hebben kunnen realiseren. Daarnaast ben ik de komende tijd druk met onze toekomstvisie. De visie die ik in mijn sollicitatiebrief beschreef, wil ik namelijk ook waarmaken.” 

En wat is deze visie precies?

“We willen ons als museum meer richten op burgerschap. Thema’s als de wooncrisis of het demonstratierecht bespreken. We krijgen als Volksbuurtmuseum iedereen over de vloer. Jong, oud, mensen in werkkleding of in pak. We willen deze mensen verbinden. Met materiaal uit onze collectie willen we mensen laten zien hoe deze thema’s in het verleden ook speelden. Zo kunnen zij hierover met elkaar in gesprek gaan, in plaats van dat ze tegenover elkaar komen te staan.” 

“Ook willen we aandacht besteden aan het verenigingsleven, dat vroeger in Utrecht een grote rol had. Iedereen zat vroeger wel ergens bij, bijvoorbeeld bij een orkest of fanfare. Nu is onze stad veel individualistischer geworden. Dus wat kunnen we leren van het oude, hechte Utrecht?”

Wat is jouw lievelingsplek, naast het museum, in Utrecht?

“Stiekem ben ik als huismus natuurlijk het liefste thuis bij mijn ouders. Maar dat is een saai antwoord”, vertelt Lieve lachend. “Als ik de stad inga, dan ga ik het liefste naar de plantjesmarkt met mijn moeder. Deze is iedere zaterdag op Janskerkhof. Door mijn studie in Maastricht ben ik er al even niet geweest, maar binnenkort ga ik weer.”

“Andere leuke plekken vind ik de bibliotheek op de Neude. Niet alleen om te studeren, maar je kunt er ook leuk een drankje doen in het café. Sinds kort hebben ze een initiatief dat je onuitgebrachte boeken kunt lezen. Dat vind ik ook heel vet.”

Waar doe je het liefst een drankje?

“Dat zijn voor mij maar weinig plekken. Ik heb coeliakie (glutenintolerantie, red.), waardoor ik niet met gluten in aanraking mag komen. Veel horeca valt hierdoor af. Het liefst kom ik bij Rose & Vanilla of Gys. Sinds kort is het Centraal Museum ook aangesloten bij de Horeca Alliantie Glutenvrij. Daar kwam ik al onder andere voor hun mooie tuin, maar nu kan ik er ook een drankje doen. En ze hebben bij het Centraal Museum mijn lievelingstaartje van Rose & Vanilla, namelijk het worteltaartje. Die is daar in de vorm van Nijntje. Zo leuk!”

Wie is jouw favoriete Utrechter?

“Nijntje. Die is in staat om alles en iedereen met elkaar te verbinden. Zelfs in het buitenland. Ik ben er trots op dat Nijntje uit onze stad komt. Ik ben nogal gevoelig voor heimwee, maar altijd als ik Nijntje zie, denk ik weer aan thuis.”

Bas van Setten