
Een wandeling langs de gebouwen van Alfred Tepe
De historische vereniging Oud-Utrecht maakt voor DUIC wandelingen door de stad, op zoek naar bijzonder erfgoed. Dit keer wandelen we (fietsen mag ook!) langs de Utrechtse gebouwen van bouwmeester Alfred Tepe.
Alfred Tepe (1840-1920) werd in Amsterdam geboren als zoon van een uit Duitsland afkomstige textielhandelaar. Hij studeerde architectuur in Berlijn. Zijn belangstelling ging vooral uit naar de neogotiek, een architectuurstroming die teruggrijpt op de gotiek, die in de middeleeuwen de grote kathedralen had voortgebracht. Na zijn studie werkte Tepe onder meer aan de restauratie en de voltooiing van de Dom van Keulen. In 1872 vestigde hij zich in Utrecht, waar hij zich aansloot bij het St.-Bernulphusgilde, een groep Utrechtse katholieke geestelijken en vakmensen die een religieuze kunst nastreefden die de middeleeuwse kunst als voorbeeld nam en niets moest hebben van de later ontstane kunststromingen, zoals de renaissance en het classicisme. Het Gilde liet zich vooral inspireren door de Nederrijnse gotiek, de Duitse versie van de gotiek, waar Alfred Tepe nu juist zeer mee vertrouwd was. Aan de Maliebaan bouwde hij woningen voor zichzelf en voor de beeldhouwer Friedrich Willem Mengelberg, de ontwerper van de interieurs van veel van de meer dan 70 kerken die Tepe zou bouwen. Dankzij het Utrechtse St.-Bernulphusgilde had Tepe zo goed als een monopoliepositie bij de kerkenbouw in het bisdom Utrecht. En kregen andere architecten, zoals zijn bekende collega Pierre Cuypers, daarvoor zelden een opdracht.
Willibrordkerk
We beginnen onze wandeling in de Minrebroedersstraat bij de Sint-Willibrorduskerk. Het is een van de bekendste en mooiste kerken van Tepe. Hij bouwde de kerk op een tamelijk smal perceel tussen de Minrebroedersstraat en de Annastraat. De kerk moest extra hoog worden om voldoende licht in de kerk te krijgen. Bij de oplevering in 1877 was de kerk nog maagdelijk wit. Pas geleidelijk aan, steeds als er weer geld beschikbaar was, werd er gewerkt aan de uitbundige beschildering van muren, pilaren en gewelven. Pas in 1891 was die beschildering voltooid. Juist door de beschildering van het interieur wijken de kerken van Tepe af van die van Cuypers, die zijn fraaie metselwerk vaak onbeschilderd liet. Ook werden er steeds meer delen van het meubilair geplaatst, afkomstig uit het atelier van Friedrich Wilhelm Mengelberg. De Willibrordkerk is een van de best bewaard gebleven kerken van Tepe, mede dankzij de grondige restauratie in het begin van deze eeuw. We wandelen via de Domstraat, Domplein en de Korte- en Lange Nieuwstraat naar de middeleeuwse Catharinakerk, gebouwd tussen 1470 en 1551 als kerk van een klooster dat nu het Catharijneconvent huisvest. Na de Reformatie was deze jarenlang in protestantse handen. In 1842 werd de kerk weer door katholieken gebruikt en in 1853 werd het de kathedraal van het nieuw opgerichte bisdom Utrecht. In 1900 werd de kerk door Alfred Tepe gerestaureerd en uitgebreid, zodat er plaats kwam voor een portaal en een doopkapel. De oude voorgevel werd in dezelfde stijl weer opgebouwd. Ook ontwierp Tepe de toren. Opmerkelijk genoeg is deze toren niet in neogotische stijl, maar lijkt het een kopie van de raadhuis-toren van Kampen. Kampen: een bolwerk van het protestantisme! Tepe’s uitbreiding is nog steeds goed te onderscheiden door het gebruik van 19e-eeuwse bakstenen.
De kerk van Juinen
Via de Korte- en Lange Smeestraat lopen we naar de Springweg, waar we op de hoek met de Brandstraat het voormalige Sint-Andreasklooster vinden. Dit werd door Alfred Tepe gebouwd in 1873 als Sint-Andreasgasthuis en werd later in gebruik genomen als klooster voor de Zusters van Liefde. Na het vertrek van de zusters is het in 2001 verbouwd tot appartementencomplex. De gevel, met beelden van Sint-Andreas en Maria, laat nog steeds de katholieke oorsprong van het gebouw zien. We lopen de Springweg uit naar de Geertestraat en slaan op de Oudegracht rechtsaf. Daar vinden we op nummer 401 de voormalige Martinuskerk uit 1901, ook gebouwd door Tepe. In 1974 is deze kerk voor de eredienst gesloten en heeft hij jarenlang leeggestaan. In de jaren tachtig kreeg de kerk bekendheid door de televisiegrootheden Van Kooten en De Bie, die de kerk gebruikten als kerk van hun fictieve stad Juinen. In 1992 zijn in de kerk en de ook door Tepe gebouwde pastorie 36 appartementen gerealiseerd. We lopen via de Wijde Doelen en de Agnietenstraat naar de Maliesingel. Daar zien we tegenover de Abstederbrug het Hiëronymushuis, in 1874 door Tepe gebouwd als wees- en bejaardentehuis. In 2007 is dit rijksmonument verbouwd tot appartementencomplex.
Een verdwenen kerk
We lopen via de Maliesingel naar Maliebaan 80-84. Daar staan de woningen die Tepe in 1872 bouwde voor zichzelf (nummer 84), voor zijn broer, de letterkundige Leo Tepe (nummer 82), en voor de kunstenaar Friedrich Wilhelm Mengelberg met een ruim atelier (nummer 80). Ook de gevels van deze huizen, met heiligenbeelden en tegelplateaus met katholieke voorstellingen, getuigen van de katholieke achtergrond van de ontwerper. Vlak bij zijn woonhuis bouwde Tepe in 1894 op Biltstraat 123 de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming-kerk, ook bekend als de Biltstraatkerk. Deze kerk is in 1972 gesloopt en er staat nu een groot appartementengebouw. Bij de sloop is vrijwel het gehele interieur verloren gegaan. Delen van het Maria-altaar zijn nog terug te vinden in de Mariakapel van de Catharinakerk. We lopen via de Museumlaan naar begraafplaats Sint Barbara aan de Prinsesselaan 2, die in 1875 werd geopend. Het ontwerp van de begraafplaats is van Tepe, die ook de neogotische kapel ontwierp. Met een bezoek aan de kapel, die doorgaans open is, beëindigen we de lange wandeling langs de werken van bouwmeester Tepe. a
Tekst: Herman de Wit
Foto’s: Het Utrechts Archief

