Kruidenierswinkel De Gruijter aan de Biltstraat. Via het poortje bereikte men de winkel.
Kruidenierswinkel De Gruijter aan de Biltstraat. Via het poortje bereikte men de winkel. Onbekend, 1920-1930, beeldbank Het Utrechts Archief

‘Snoepje van de week’

De historische vereniging Oud-Utrecht maakt voor DUIC wandelingen door de stad, op zoek naar bijzonder erfgoed. Soms lijkt dat tegen de gevel aangeplakt, in een aparte kleur blauw die een overblijfsel is van de deftige kruideniersketen De Gruijter.

Met zevenmijlslaarzen lopen we langs de best bewaarde en meest opmerkelijke winkelpanden in de stad, van wat ooit de grootste kruideniersketen van Nederland was.

Het begon in ’s-Hertogenbosch, in 1818, met een rosgrutmolen, een molen die werd aangedreven door een paard, zodat graan of boekweit kon worden gepeld of gebroken. De molen was van opa Piet  de Gruijter (1795-1867). Zoon Louis (1833-1911) moderniseerde het bedrijf, genaamd P. de Gruijter. Kleinzoons Lambert (1873-1951) en Jacques (1875-1940) breidden het uit tot De Gruyter, de chique winkelketen met op het hoogtepunt 525 vestigingen in Nederland. De ambitieuze Jacques bouwde een grote klantenkring op. De vaste klanten kregen tien procent korting en kinderen werden getrakteerd op het snoepje van de week. Utrecht vormde een belangrijke afzetmarkt. De eerste winkelvestiging verscheen aan Vredenburg 2, gebouwd door architect P. J. Houtzagers. We kunnen er niet kijken, omdat het helaas is gesloopt. Maar beloofd is beloofd, de rest van de wandeling gaat langs panden die er nog wél staan.

Mooie materialen

We wandelen door de Lange Viestraat en de Potterstraat, dan links de Voorstraat in en we bereiken via de Wittevrouwenstraat de Biltstraat. Jacques bouwde in 1896 nummer 24-26. Met dit prachtige pand liet de 21-jarige ondernemer zien dat hij het serieus aanpakte: hardsteen, glas-in-lood, statige accenten, een koperen erkerdak en een poort. Dit pand aan een van de belangrijkste aanvoerwegen van Utrecht herbergde een winkel, kantoor, hoofdmagazijn én het woongedeelte voor zijn gezin. We lopen de Biltstraat uit en gaan over de Maliebaan linksaf de Burgemeester Reigerstraat in. Nummer 44 heeft een blauwe gevel. In 1915 werd dit een De Gruijterwinkel (tot 1962), in een van de welvarendste wijken van Utrecht, wat paste in de bedrijfsstrategie, die zich richtte op rijke klanten. De winkels hadden een chique uitstraling en inrichting, hét kenmerk van een De Gruyterpand. Dit pand is verbouwd door huisarchitect W. G. Welsing, die het typerende blauwe keramiek liet maken in de plateelbakkerij ‘De Porceleyne Fles’. Het is duidelijk dat de huidige drogist niet zo zuinig is op de gevel.

Frivole en strakke puien

Via de Oudwijkerdwarsstraat even verderop, bereiken we via de Zonstraat de Maliesingel en de Tolsteegsingel. We lopen over het Ledig Erf de Twijnstraat in. De witgekalkte gevel van nummer 69 doet niet aan een De Gruyterzaak denken, maar was dat ooit wel. Het pand deed van 1900 tot 1928 dienst als magazijn en winkel in koloniale waren, zoals die toen heetten. De bouwkundig tekenaar A. Diks ontwierp een frivole pui, waar niets van over is, evenmin als van de kleurrijke tegeltableaus tussen de ramen op de eerste verdieping. Gelukkig is niet alles verloren gegaan, want er zijn nog wat versieringen zichtbaar boven de vensters en de muurankers. Waar nu de naam van de huidige winkelier is te lezen, stond vroeger ‘P. de Gruijter & Zoon’. Even verderop, op nummer 63, verrees in 1928 een pand in strak gelijnde Art-Deco stijl, ontworpen door Welsing. Diens opvolger, T. Wilschut, verving het kenmerkende keramiek door graniet. Het prachtige glas-in-lood boven bleef onveranderd. Tot 1971 zat hierin een De Gruyterwinkel. Het is leuk dat er - nog steeds - een levensmiddelenwinkel in is gehuisvest.

Onveranderde panden

De Twijnstraat gaat over in de Oudegracht. Steek ergens een brug over en blijf staan bij nummer 201 (zie hoekpand op foto rechtsonder). We zien een prachtig pand in het herkenbare blauw van Welsing. Vanbinnen is het interieur helemaal weggeslagen, maar het moet -gezien de gevel- prachtig zijn geweest. Tussen de bovenramen zijn mooie reliëftegels te zien. De deur en raampartij lijken ongewijzigd. Van 1920 en 1957 zat hier een De Gruyterwinkel. Gelukkig kunnen we nog genieten van de mooie buitenkant. Als de zon schijnt, schittert en glanst de gevel je tegemoet. We lopen naar het laatste winkelpand en wandelen daarvoor de Oudegracht af en gaan het fietsbruggetje over. Bij Bemuurde Weerd 3 blijven we staan. Op de gevel prijkt ‘P. de Gruijter & Zn’ (de ij werd later y). Dit pand is het best bewaarde van het kruideniersimperium in Utrecht en fungeerde tussen 1911 en 1968. De tegeltableaus zijn een beetje weggestopt, maar ze zijn in ieder geval bewaard gebleven! Welsing liet de tegels maken in de tegelfabriek ‘Holland’. Dit is het enig overgebleven tegeltableau van die fabriek in Nederland. Er is veel aan winkelinterieurs kapotgeslagen en ook aan de buitenkant ging er, als een gebouw niet op de monumentenlijst stond, door verbouwingen veel verloren. Zo verging het ook De Gruyter. Omdat het bedrijf te laat inspeelde op veranderingen, zoals de nieuw ontstane zelfbedieningswinkels, en de veranderende markt verkeerd inschatte, viel na meer dan 159 jaar het doek. In 1977 sloot de laatste winkel haar deuren. Het enige wat ons rest zijn de opmerkelijke puien, en met een beetje geluk een tegeltableau. a


Tekst: Ester Smit / Foto’s: Beeldbank Het Utrechts Archief

Gezicht op de voorgevel van het voormalige De Gruijterpand, in strakke Art-Decostijl.
Inmiddels was in dit winkelpand de doe-het-zelfzaak Amstra gevestigd, B. Reigerstr. 44.
Overzicht op de huizen aan de Oudegracht. Het rechter hoekpand was ooit een De Gruijterwinkel.
In het deftige pand van ‘De Stichtsche Bank’ was ruimte vrij voor een winkel. Jacques de Gruijter zag zijn kans schoon en vestigde hier, Vredenburg 2 het eerste winkelpand, de basis van de winkelketen De Gruyter lag in Utrecht.