Afbeelding
Bas van Setten

‘Iedereen verdient een waardig einde’

Stadshospice Utrecht heeft meer bedden nodig. Volgens directeur Joke Perk (foto hierboven) heeft het hospice, dat al 25 jaar bestaat, nooit eerder zo vaak ‘nee’ moeten zeggen bij nieuwe aanvragen. En dat terwijl deze plek juist zo belangrijk is. Niet alleen voor de ‘gasten’, maar ook omdat het de druk op de (mantel)zorg verlicht. “Van hoogleraar tot dakloze: bij ons kan iedereen terecht.”

Middenin de Kanaalstraat, naast het Stadsklooster, zit een bijzonder gebouw: Stadshospice Utrecht. Dagelijks worden hier mensen in de laatste weken van hun leven met liefde verzorgd, met name door een grote groep vrijwilligers uit de stad. Er is plek voor zes gasten tegelijk; en dat is volgens Perk écht te weinig. De vergrijzing neemt toe, de zorg staat onder druk en het sociale netwerk van ouderen wordt kleiner.

Juist daar vult een hospice een belangrijk gat op. Sommige mensen zijn namelijk zo ziek of verzwakt dat hun levensverwachting nog maar kort is. In het ziekenhuis nemen zij ruimte in voor patiënten waarbij behandeling nog effectief is, en naar huis gaan is vaak geen optie. Het hospice biedt in die laatste fase een alternatief, waarmee ziekenhuizen worden ontlast en wat bijna-stervenden een waardig levenseinde geeft. Om toegelaten te worden, vertelt Perk, moet iemand naar verwachting nog maximaal drie maanden te leven hebben. Gemiddeld verblijven gasten zo’n twintig dagen in het hospice. Na overlijden blijft een kamer 24 uur gereserveerd, daarna wordt deze klaargemaakt voor een nieuwe Utrechter.

Huiselijke sfeer

Dat proces klinkt wat zakelijk, maar dat is allesbehalve wat het Stadshospice Utrecht is. Bij binnenkomst heerst gelijk een huiselijke sfeer, alsof je iemands woning binnenstapt. Precies dat is de bedoeling, zegt Perk. “We zijn een ‘bijna-thuis-huis’. We willen dat het voor de gasten voelt alsof ze thuis zijn en dat ze het in hun laatste maanden zo comfortabel mogelijk hebben. We verzorgen bijvoorbeeld ook massages, muziek en aromatherapie.”

Het pand is dan ook ingericht als een gewoon huis, met een hal, trap, keuken en tuin. Overdag zijn er twee tot drie vrijwilligers aanwezig, ’s nachts één. Daarnaast is er bijna altijd een verpleegkundige aanwezig. In totaal draait het hospice op zo’n zeventig vrijwilligers, ondersteund door een klein aantal betaalde krachten. Dat zijn coördinatoren van de zorg en vrijwilligers. Zij zorgen voor de opnames van gasten en voor het werven, opleiden en begeleiden van vrijwilligers. Ook is er een coördinator voor de thuisinzet. Want als het mogelijk is om met wat extra ondersteuning van de mantelzorgers mensen thuis te laten sterven, wordt er een vrijwilliger thuis ingezet.

De financiering komt vooral van subsidies van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de gemeente Utrecht, aangevuld met donaties. “We zijn blij met alle steun die we kunnen krijgen en met het groeiende aantal Vrienden van het Stadshospice.” 

Maar de laatste jaren is er niet meer plek voor iedereen, vertelt Perk, die nu vier jaar directeur is. Waar zes kamers lange tijd voldoende waren, moest het hospice vorig jaar zo’n zeventig keer ‘nee’ verkopen. Volgens Perk komt dat door drie ontwikkelingen: vergrijzing, ouderen hebben een kleiner sociaal netwerk - er is meer vereenzaming - en de toenemende druk op de thuiszorg. 

Twee jaar geleden werd het beddentekort voor het eerst serieus besproken binnen het bestuur. Sindsdien wordt gezocht naar een nieuwe locatie. “Onze voorkeur gaat uit naar een tweede locatie in plaats van uitbreiden, om te voorkomen dat het een verpleeghuis wordt. Onze kracht zit in kleinschaligheid. We hoeven bijvoorbeeld geen strakke schema’s te hanteren, maar kunnen luisteren naar persoonlijke wensen, zoals een voorkeur voor een tijdstip om gewassen te worden of ruimte voor de naaste om toch zelf nog een keer te koken voor je geliefde. Maar ook om te blijven slapen, eventueel in het koppelbed, en zo nog een keer lepeltje lepeltje te kunnen liggen.” Een mogelijke nieuwe locatie voor het hospice, een kerk, is in beeld, maar nog onzeker. 

De oproep is daarom duidelijk: er is een pand met een maatschappelijke bestemming én extra financiering nodig. “Er is al een begin gemaakt met steun van een stichting en een fundraiser door de Rotary Club Kromme Rijn, maar we zijn er nog niet. Ook een partij die een pand koopt en aan ons verhuurt, zou een optie zijn.”


Waardig einde

Wat gebeurt er met de mensen die worden afgewezen? “Die blijven in het ziekenhuis of moeten naar huis”, zegt Perk. “Dat vergroot de druk op ziekenhuizen en mantelzorg.” Ze noemt een recent voorbeeld van wat een hospice kan betekenen: “Een gezin vertelde dat ze hier weer even man en dochter konden zijn, in plaats van verzorger. Er ontstond ruimte voor afscheid en herinneringen. Dat maakt een groot verschil. Iedereen verdient een waardig einde zoals dat.”

Perk vertelt dat er de ochtend voor het interview nog een gast is overleden. Na het gesprek, in de keuken, staan wat vrijwilligers klaar om diegene ‘uit te dragen’. Dat proces gebeurt bij iedereen die sterft in het hospice. Er wordt een speciaal kleed over de kist gelegd en de vrijwilligers dragen deze naar de auto. Ook wordt onder de perenboom een gedicht of persoonlijk woordje voorgedragen. “Een waardevolle afronding van de periode dat iemand in het huis verbleef is ook belangrijk voor ons”, vertelt vrijwilligster Yvonne.

Ze woont om de hoek en doet het werk al vijf jaar. Ze begon na het overlijden van haar man. “Ik zorg graag voor anderen en haal hier voldoening uit. Het is schitterend om iets voor deze mensen te kunnen doen.” Met de dame die zojuist is overleden, had Yvonne in korte tijd een mooie band opgebouwd. “Ze was hier al langer dan drie maanden, dus langer dan gebruikelijk. Ik heb haar verzorgd, gewassen en haar haren gedaan. Dat is natuurlijk heel intiem en voelt als een eer.”

Ondanks het dagelijkse contact met de dood is de sfeer niet somber, benadrukt Perk. “We zijn vertrouwd met sterven. Uiteindelijk doen we dit om bij te dragen aan een mooi einde.”  a

Afbeelding
Afbeelding