Afbeelding
Bas van Setten

Lara leert veel van haar tuin: ‘Courgettes zijn echt monsters’

Midden in de stad ligt een verborgen parel: tuindersvereniging Abstede. Zodra de zon zich laat zien, voelt het alsof je via een smalle doorgang aan de Zonstraat even in Frankrijk belandt. Een kronkelig, idyllisch pad langs groene heggen leidt naar een bruggetje over de Minstroom. Aan beide zijden van de beek liggen zo’n zeventig tuinen.

Wijkbewoner Lara van den Bosch (49) onderhoudt hier al ongeveer tien jaar haar moestuin.

Waar komt de liefde voor tuinieren vandaan?

“Ik ontdekte het tuinieren dankzij een collega op de universiteit, waar ik twintig jaar geleden werkte. In de pauzes ging hij naar de tuin en op een dag mocht ik mee. Ik vond het zo geweldig om die plantjes uit de grond te zien opkomen. Ik heb me direct aangemeld bij moestuinvereniging De Uithovenier. Tuinieren was toen nog niet zo hip, dus ik had zo een tuin. Toen ik later naar de binnenstad verhuisde, wilde ik graag een eigen tuintje bij TV Abstede. Daarvoor heb ik zeven jaar op de wachtlijst gestaan.”

Wat is er zo leuk aan de tuin?

“Mijn tuin is 120 vierkante meter, verdeeld in zes vakken: aardappel, kool, vrucht, blad, knol, boon. Elk jaar schuiven de gewassen een vak door. Het blijft bijzonder dat je iets kleins in de grond stopt, dat uitgroeit tot iets wat je kunt oogsten. Een zaadje van een rode kool is bijvoorbeeld maar een millimeter groot, maar de plant groeit uit tot een vierkante meter. Je kijkt continu naar een wonder van de natuur. Daar geniet ik van!”
“Ook moet ik voor mijn werk bij waterschap De Stichtse Rijnlanden veel nadenken; in de tuin hoeft dat niet. Daar ga ik gewoon lekker wroeten. Het is letterlijk aarden. Tegelijkertijd geeft het me ook moestuinstress. De tuin voelt als mijn kindje. Je kunt het niet verwaarlozen. Als je een paar weken niet gaat, moet je flink aan het werk om in de tuin alles weer op orde te krijgen.”

Hoeveel ben je in de tuin?

“In maart begint het seizoen. Dan ga ik bijna elke dag na mijn werk naar de tuin én ben ik er minstens één weekenddag. Daarvoor heb ik dan al plantjes voorgezaaid op mijn balkon. In de zomer eten mijn vriend en ik bijna elke avond in de tuin; we wonen op loopafstand. Omdat ik zelf geen tuin heb en veel van de natuur houd, is dit voor mij de perfecte combinatie van stad en groen. Ik kom oorspronkelijk uit Veenendaal, maar ben tientallen jaren geleden voor mijn studie - onder andere Waterbouwkunde - naar de Randstad verhuisd.

In Utrecht woon ik inmiddels al ruim twintig jaar en ik wil hier niet meer weg. Ik waardeer de progressieve mentaliteit en de centrale ligging. Ook ben je vanuit de stad zo in het bos. In mijn werk bij het waterschap houd ik me ook bezig met de natuur rondom Utrecht, zoals de Utrechtse Heuvelrug en het Kromme Rijngebied. Daar denk ik na over klimaatadaptatie, zoals hoe we omgaan met te veel water, maar ook met droogte.”

Wat doe je graag als je niet in de tuin bent?

“Dat is vooral in de winter. Dan ga ik graag naar de bibliotheek aan de Neude: daar kun je boven lekker zitten. Dan bestel ik een muntthee en ga ik door de boekentips van de bieb. Ook loop ik regelmatig een rondje hard langs de singel. Als het mooi weer is, zit ik graag op het terras van het Louis Hartloopercomplex. Laatst was ik ook bij Orloff aan de Kade, daar kun je heerlijk zitten.”


Hoe is de sfeer bij de vereniging?

We hebben goed contact met elkaar. Eén tuinbuurman is vaak tegelijk met mij aan het werk. Dan vraag ik bijvoorbeeld hoe zijn tuinbonen ervoor staan. Die van mij zijn namelijk opgegeten, ik vermoed door muizen.” Wijzend: “Zijn tuin ligt er een stuk netter bij. Hij stopt er veel tijd in en houdt het goed bij. Dat heb ik echt moeten leren: dat het niet erg is dat mijn tuin er een stuk wilder bij ligt. Dat is dan weer goed voor de biodiversiteit.”

Lara is inmiddels al acht jaar secretaris in het bestuur. “We proberen de vereniging levendig te houden. We organiseren elke eerste zondag van de maand een open middag. Het tuinpark moet helaas op slot, omdat in het verleden groenten zijn gestolen. Buurtbewoners zijn nieuwsgierig naar wat er achter het hek gebeurt. Door zo’n open middag krijgen ze toch de kans een kijkje te nemen. Ook is er in september altijd een oogstfeest. Dan schuiven we met alle leden aan tafel en koken we met groenten uit eigen tuin.”


Wat heb je geleerd door je hobby?

Lachend: “Dat courgettes echt monsters zijn. Uit één plant groeien zo twintig tot dertig courgettes. Inmiddels weet ik dat je er niet meer dan twee per seizoen moet planten. In het begin kon ik er niks van en maakte ik veel fouten. Bij mijn eerste tuin op de Uithof heb ik veel gehad aan mijn buurman. We noemden hem ‘Jacques van de piepers’, omdat hij het altijd had over zijn ‘piepers’, oftewel aardappelen, en daar veel van verbouwde. Ik wist bijvoorbeeld niet dat je een krop sla niet te dicht op de ander moet planten, omdat deze nog enorm groeit. Of ik plantte mijn petunia’s op kleigrond.”

“Dit jaar groeien er voor het eerst asperges in mijn tuin. Ik heb ze vorig jaar al geplant, maar ze zijn heel moeilijk om te verbouwen. Een van mijn favorieten uit de tuin is knoflook. Je stopt één teentje in de grond en er komt een hele bol uit. Ze zijn een stuk scherper dan die uit de winkel. Dat is zo lekker! Maar van de groenten uit mijn tuin kan ik niet leven, dus ik moet gewoon nog altijd naar de supermarkt.” a

Ook opgeven voor deze rubriek? Mail uw naam, leeftijd en de locatie van de tuin of het stuk groen dat u bijhoudt (grootte maakt niet uit) naar redactie@duic.nl. Ook tips voor mooie tuintjes in Utrecht zijn van harte welkom!


Tekst: Else Marie Vonk
Fotografie: Bas van Setten

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding