Roode Brug en politiebureau in 1951.
Roode Brug en politiebureau in 1951.

Politiepost Roodebrug aan de Hogelanden WZ

Deze serie gaar over verdwenen politie- en brandweerposten, dus in principe over gebouwen die er niet meer zijn. Bij wijze van uitzondering komen ook enkele politiepanden aan bod die nog bestaan, maar een andere bestemming hebben gekregen. Het voorbeeld dat vrijwel iedere Utrechter kent is het politiebureau Tolsteeg (Louis Hartlooper Complex), dus die slaan we over. Minder mensen zullen weten van het politiebureau Roodebrug in Ondiep, tegenwoordig een hostel voor verslaafden. Dit Hulpbureau van Politie werd in 1909 geopend en in 1972 gesloten.

Vooruitlopend op de aanleg van de wijk Ondiep besloot de gemeenteraad tot de bouw van een politiebureau aan de Hogelanden Westzijde, op de hoek met de Laan van Chartroise (het gedeelte dat later Anton Geesinkstraat ging heten). De politiepost was mede bedoeld om een oogje in het zeil te houden op de Roode Brug als belangrijke verkeersverbinding, toen nog met veel scheepvaart. Het werkgebied van de politiepost bestreek ook Pijlsweerd en over de Vecht de Loevenhoutsedijk, Anthoniedijk en Hogelanden Oostzijde. In het gebied waren tuinderijen, boerderijen, woonhuizen en enkele fabrieken.

Markant torentje

Stadsarchitect Ferdinand Jacob Nieuwenhuis ontwierp een politiebureau dat er uitzag als een kleine villa met vierkante toren. Vanwege de driehoekige plattegrond leek het gebouwtje ook wel op de hoekscholen met twee vleugels zoals Nieuwenhuis die had ontworpen aan de Boorstraat, Havikstraat, Poortstraat en Amsterdamsestraatweg. Door de toren werd het budget van 10.000 gulden voor het politiegebouwtje wel met 700 gulden overschreden.

Gemeenteraadslid Lodewijk Dufour, tevens hoofdingenieur bij de Staatsspoorwegen, vond in de raadsvergadering van december 1908: 'Met het oog op de zuinigheid is het niet aanbevelenswaardig in deze buurt gebouwen op te richten met torens.' Wethouder openbare werken Jo Fockema Andreae (de latere burgemeester) verdedigde met verve de keuze van zijn architect: 'Dit politiebureau is ontworpen aan een mooi gelegen punt en voor de toekomst zal deze bouw dus wel verkieselijk zijn. Het gebouwtje is op verren afstand te zien en eenige architectuur is dus niets overdadigs'. Met deze toelichting keurde de gemeenteraad de voordracht met ruime meerderheid goed.

In het voorjaar van 1909 werd de bouw aanbesteed, begin november meldde een krant dat het af was: 'De burgemeester heeft hedenmorgen het politiebureau in oogenschouw genomen, dat dezer dagen aan de Roodebrug in gebruik werd genomen. De burgemeester was daarbij vergezeld van den hoofdcommissaris, den heer Beck.' Christiaan Fredrik Beck (1843-1928) was hoofdcommissaris van 1903 tot 1916.

De plattegrond van de benedenverdieping kende een wiebervormige vestibule waaraan direct drie arrestantencellen grensden. De lage rechtervleugel (al is dat een groot woord) bevatte de agentenwacht, links van de hal lag de kamer van de inspecteur in een grote erker. Daarnaast waren er kleinere berg- en dienstruimtes. Het politiebureau had op de verdieping een dienstwoning, waarvoor echter kennelijk weinig politiebeambten interesse hadden, want deze werd al snel door de gemeente verhuurd als bovenwoning.

EHBO en hostel

Krantenberichten uit de jaren na de opening wekken de indruk dat de politiepost vooral een EHBO-post was. Zo lezen we in april 1910: 'Aan het politiebureau Roodebrug is verbonden een 5-jarig jongetje dat met de rechterhand bekneld was geraakt tusschen een schuit en den wal, bij de Hoogelanden.' In augustus van het jaar daarop: 'Bij een twist tusschen twee buurvrouwen in de Hoogstraat, ging de een de ander te lijf en sloeg haar met een pantoffel op 't hoofd. De verwondde deed zich aan het politiebureau Roodebrug verbinden.' En in september 1913: 'Gisteren werd in het politiebureau Roodebrug een 46-jarige schilder verbonden die op den Kwakkeldijk door een kameraad(?) mishandeld was en daarbij een hoofdwonde had opgeloopen.'

Bij het politiebureau hoorde, net als bij andere posten in de stad, een barak waar daklozen onder primitieve omstandigheden konden overnachten. In 1938 werd deze barak omgebouwd tot een stempellokaal voor 'steuntrekkers' uit de omgeving van de Amsterdamsestraatweg en het Ondiep, waar ondertussen veel arbeiderswoningen waren verrezen. In 1942 werd het politiebureau tijdelijk verplaatst naar Boerhaaveplein 3, een katholiek clubgebouwtje. Waarschijnlijk namen de Duitse bezetters het politiebureau Roodeburg toen in gebruik voor hun eigen doeleinden. Kort na de bevrijding keerden de Nederlandse agenten er weer terug. In 1947 werd aan de achterzijde een uitbouw gemaakt.

Met de aanleg van de nieuwe wijk Overvecht kreeg het bureau Roodebrug er vanaf 1964 een groot werkgebied bij. Het oude onderkomen werd al snel te klein. In 1972 verhuisden de agenten naar een modern bureau aan de Kaap Hoorndreef. Na enkele jaren leegstand werd het gebouwtje bij de Roode Brug in 1984 omgevormd tot 'dagcentrum' met handvaardigheidslokaal, pottenbakkersoven en yogazaal. In 2006 is het verbouwd tot hostel voor 23 dakloze alcoholverslaafden. Het lage wachtlokaal rechts werd afgebroken. Architect Peter Versseput voegde een uitbreiding toe die de oude politiepost als het ware omarmt. Omdat het nieuwe deel een meter lager ligt, overheerst deze toevoeging niet. Tegenwoordig heet het Lister Hostel Hogelanden. a

Agenten voor de politiepost Roodebrug in 1926.