Politiebureau (links) in 1913, foto Eduard Sanders.
Politiebureau (links) in 1913, foto Eduard Sanders.

Politiebureau aan de Gerard Doustraat

Een van de verdwenen politiebureaus in Utrecht waarvan het gebouw nog wel bestaat, is te vinden in de Schildersbuurt (Utrecht Oost). Dit hulpbureau ging open in 1911 en sloot in 1963. Bijzonder is de sierlijke architectuur met een rondboog en een tegeltableau, maar ook het aangebouwde brandspuithuis. Verder is de plek opmerkelijk: toen het bureau werd geopend, was de Schildersbuurt nog niet gebouwd. Er stonden alleen nog nieuwe woningen aan de Gerard Doustraat en oude, vervallen huizen aan de Vossegatschedijk. Waarom kwam er dan toch een politiepost?

In 1910 legde wethouder Jo Fockema Andreae de gemeenteraad uit waarom dit tiende hulpbureau er volgens hem moest komen: β€˜Als noodzakelijk moet worden geacht, dat dit bureau gereed zij, wanneer de in aanbouw zijnde [Kromhout]kazerne aan de Prins Hendriklaan in gebruik zal worden genomen, te meer omdat dan in de omgeving zeker reeds tal van woningen zullen zijn verrezen en het tegenwoordige politietoezicht in dat stadsgedeelte, met het Wilhelminapark en omgeving, is nu reeds onvoldoende.’

Niet de hele gemeenteraad was het hier mee eens, al stemde de meerderheid voor. Het eigenzinnige raadslid Adriaan Hermanus Laseur (1849-1922) vond een politiepost overbodig in de 'meest vreedzame buurt der stad'. Het argument dat de bouw van de Kromhoutkazerne politie in de buurt noodzakelijk maakte, vond hij onzinnig: 'Een kazerne maakt 't niet rumoeriger, integendeel in een kazerne heerscht orde. Bovendien loopt daar een schildwacht voor of er naast of er achter (gelach).' En over de omwonenden die kennelijk om politie hadden gevraagd, sprak Laseur: 'Wat is er nu gebeurd? Er is daar verleden jaar door een hek eens een roos gestolen (gelach). En daarom hebben de bewoners een boel lawaai gemaakt.' De toevoegingen '(gelach)' zijn van de verslaggever die de reactie van andere raadsleden noteerde.

Klein paleisje

Het politiebureau aan de Gerard Doustraat was een ontwerp van directeur gemeentewerken Ferdinand Jacob Nieuwenhuis. Hij tekende ook een variant met bovenwoning, maar B&W kozen voor de versie zonder verdieping (wel een zolder). De bakstenen muren werden voorzien van accenten in natuursteen en geglazuurde steen. De grote boogvormige entree leidde via een sierlijk gesmeed hekwerk naar een halfopen vestibule en kon 's nachts afgesloten worden met grote houten deuren. Boven de boog werd een tegeltableau aangebracht met de tekst 'Politie', gemaakt door de tegelfabriek 'Holland' in Hoograven. De afgeschuinde rechterhoek van het gebouwtje kreeg een raampartij.

Het politiebureau bood plaats aan acht agenten en een hoofdagent. Het gebouw omvatte een agentenkamer, een kamer voor de hoofdagent, een 'verbandkamer' en drie cellen. Daarnaast werd er aan de rechterkant een brandspuithuis aangebouwd, wat voor een kostenbesparing zorgde ten opzichte van een aparte brandweerpost in de buurt.

Het kritische gemeenteraadslid Laseur had uiteraard ook opmerkingen over het ontwerp van Nieuwenhuis: 'Het plan is veel te groot opgezet. Het wordt een paleis in 't klein, en de inrichting is zoo, dat de, agenten niet kunnen zien wat er buiten gebeurt. Dat zou noodig kunnen zijn, als de agenten daar kwamen om te rusten. Maar daarvoor wordt dit bureau niet gebouwd; een rusthuis is het niet.'

Prikpost en woonhuis

Of de agenten het druk hadden, valt te bezien. Net als bij andere politieposten vermelden krantenberichten alleen kleine incidenten zoals dronkenschappen, kattenkwaad en gewonden die geholpen werden in de 'verbandkamer'. Zoals in 1915 een 10-jarige jongen die zich bij het maaien van gras in de rechterhand had gesneden. In 1924 werden twee knapen op het bureau gebracht die in de vijver van het Wilhelminapark hadden gevist, wat niet mocht.

Ook na de Tweede Wereldoorlog speelden dit soort kleine zaken met jeugd uit de buurt. Jan Lijftogt, oud-bewoner van de Frans Halsstraat en later huisarts in Nieuw-Zeeland, herinnerde zich hoe hij met een vriendje elektriciteitsbuizen had gepikt om als blaaspijp te gebruiken. Ze moesten voor straf in het politiebureau in de hoek staan en vriendje Jaap kreeg een draai om z'n oren. 'Ik kreeg gelukkig slechts een kleine tik op mijn broek en toen werden we weer losgelaten.' Dit is opgetekend in het door bewoners gemaakte boek β€˜Gerard Doustraat 100 jaar 1907-2007’.

In 1963 werd de politiepost opgeheven. Als nieuwe gebruiker meldde zich de GG&GD (Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst), onder meer als prikpost voor vaccinaties. 'Douchen in een oude politiecel, dat kan in het nieuwe wijkgebouw van de GG en GD aan de Gerard Doustraat', schreef het Utrechtsch Nieuwsblad. 'Waar nu de spuitjes worden gegeven, werkte men vroeger aan procesverbalen. De oude politiepost is keurig opgeknapt door de gemeentelijke dienst van openbare werken.' De sierlijke entree in de boog is toen vervangen door moderne kozijnen met glas. Binnen kregen de ruimtes als bestemming wachtkamer, zusterkamer en dokterskamer, plus een ruimte voor de logopediste en schooltandarts.

Na de eeuwwisseling volgden enkele jaren van leegstand, waarna het voormalige hulppolitiebureau annex brandspuithuis een nieuwe bestemming kreeg als woonhuis. De bewoners hebben het smeedijzer in de boog deels teruggebracht. Het tegeltableau herinnert nog aan de politie. Opmerkelijk is wel dat het fraaie gebouwtje uit 1911 geen monumentenstatus heeft. a

Politiebureau en brandspuithuis kort voor de Tweede Wereldoorlog.