
Verdachte van laster wil andere rechter: ‘Ik laat me niet afslachten’
Op het rooster van de rechtbank in Utrecht staat op 8 juni een lasterzaak tegen een 57-jarige man gepland. Hij wordt ervan verdacht een medewerker van een in Utrecht gevestigde organisatie zwart te maken door een YouTube-video te publiceren met onder meer beschuldigingen van betrokkenheid bij “allerlei gekke affaires”.
De verdachte verschijnt zonder advocaat en verdedigt vandaag dus zichzelf. Bij binnenkomst in de rechtszaal zit een familielid naast hem. Wanneer de rechter het familielid verzoekt plaats te nemen op de publieke tribune, stuiten die woorden op verzet. “Ik heb geen advocaat, ik verdedig mezelf”, zegt de verdachte. Na enige discussie neemt het familielid alsnog plaats in de zaal. “Dan kunt u nu lekker uw gang gaan, gefeliciteerd”, voegt de verdachte toe.
Al vroeg in de zitting vraagt de verdachte opnieuw om aanhouding van de zaak. Volgens hem kan de zaak vandaag niet inhoudelijk behandeld worden, omdat hij meer tijd nodig heeft voor zijn pleidooi en hij eist dat het vermeende slachtoffer opnieuw wordt gehoord. Ook tijdens een eerdere zitting in maart deed hij dat verzoek, dat toen werd toegewezen.
‘Pingpongspel’
“Ik ken het hele pingpongspel van het Openbaar Ministerie, die wijzen alles af”, zegt hij. Volgens de verdachte berust de aangifte op onwaarheden en is daardoor ook de tenlastelegging onjuist. “Zo bent u als rechter verkeerd geïnformeerd. Dat wil ik u niet aandoen.”
De officier van justitie is het daar niet mee eens en stelt dat van een valse aangifte geen sprake is. “Men wil mij veroordelen. Ik ben weer aan de beurt”, reageert de verdachte daarop.
De man zegt nieuw bewijsmateriaal aan te willen leveren, maar volgens de officier heeft hij daar voldoende gelegenheid voor gehad sinds de vorige zitting, inmiddels drie maanden geleden. Terwijl de officier spreekt, haalt de verdachte een envelop met daarin een USB-stick uit zijn tas en houdt die omhoog.
‘Ik haal het OM onderuit’
De rechter ziet geen aanleiding om de behandeling uit te stellen. Daarop staat de verdachte op en vraagt om een schorsing. “Ik heb een beamer, een beeldscherm en zeker vier uur nodig voor mijn pleidooi”, zegt hij. “Met mijn beeldmateriaal haal ik het Openbaar Ministerie onderuit.”
Wanneer hij opnieuw om een schorsing vraagt, roept zijn familielid vanaf de publieke tribune dat hij niet hoeft uit te leggen waarom. Uiteindelijk gunt de rechter hem vijf minuten onderbreking, maar maakt daarbij duidelijk dat hij daarna met de inhoudelijke behandeling zal beginnen.
De zaal als plaats delict
Na de schorsing vraagt de rechter of de verdachte inderdaad de betreffende YouTube-video heeft geplaatst. “Er kan geen inhoudelijke behandeling plaatsvinden”, antwoordt hij. Volgens hem bestaat er überhaupt geen strafzaak, omdat de aangifte vals zou zijn.
“Ik zie deze zaal als een plaats delict”, vervolgt hij. “Ik ben genoodzaakt aangifte te doen. Ik laat me hier niet afslachten en verleiden om mij te veroordelen. Ik voel me niet serieus genomen en zwaar onder druk gezet.”
Opnieuw verzoekt hij om aanhouding van de zaak. Ook dit verzoek wordt afgewezen. Vervolgens onderbreekt hij de officier van justitie en laat een geluidsopname horen. De rechter grijpt in en vraagt hem of hij nog iets wil zeggen over de beschuldigingen die tegen hem zijn gericht.
“Ik wil dat u de zaak aanhoudt en dat het slachtoffer wordt gehoord”, herhaalt de verdachte. “U zult steil achteroverslaan van mijn bewijs. Ik moet vechten voor wat ik waard ben.”
Rechter gewraakt
Daarna krijgen vertegenwoordigers van het vermeende slachtoffer het woord. Zij schetsen de gevolgen die de publicaties volgens hen hebben gehad. “Tot op de dag van vandaag worden er nieuwe YouTube-filmpjes geplaatst. Elke keer als de deurbel gaat, kijkt hij drie keer of hij de persoon wel echt kent.”
Wanneer de rechter vervolgens de officier van justitie het woord wil geven, onderbreekt de verdachte opnieuw de zitting. “Ik wraak u als rechter”, zegt hij, waarmee hij vraagt de rechter van de zaak te halen, omdat hij vreest dat diegene niet onpartijdig is. Vervolgens beoordeelt een wrakingskamer het verzoek; tot die beslissing ligt de behandeling van de zaak stil.
Op de vraag van de rechter wat de reden voor het wrakingsverzoek is, antwoordt de verdachte dat hij dit nog dezelfde avond schriftelijk zal toelichten. “Ik geef u de USB-stick”, zegt hij vervolgens. “U kunt mij niks overhandigen, want ik ben gewraakt”, reageert de rechter. In december staat een nieuwe zitting gepland, maar de vraag is of de inhoud van de zaak dan wel aan bod kan komen. a
Tekst: Josje Janssen/Foto: Bas van Setten