Op bezoek bij familiebedrijf Slijterij Besseling op de Kanaalstraat Op bezoek bij familiebedrijf Slijterij Besseling op de Kanaalstraat

Op bezoek bij familiebedrijf Slijterij Besseling op de Kanaalstraat

Op bezoek bij familiebedrijf Slijterij Besseling op de Kanaalstraat
Slijterij Besseling zit al bijna vijftig jaar op de Kanaalstraat. In 1973 opende de opa van Kasper, de huidige eigenaar, zijn wijntapperij op de hoek op nummer 65. Kaspers vader, Jan Besseling, ging bij zijn vader in de zaak werken en nam die uiteindelijk van hem over. Inmiddels staat de derde generatie in de winkel. DUIC bracht een bezoekje aan dit Utrechtse familiebedrijf.

Slijterij Besseling zit al bijna vijftig jaar op de Kanaalstraat. In 1973 opende de opa van Kasper, de huidige eigenaar, zijn wijntapperij op de hoek op nummer 65. Kaspers vader, Jan Besseling, ging bij zijn vader in de zaak werken en nam die uiteindelijk van hem over. Inmiddels staat de derde generatie in de winkel. DUIC bracht een bezoekje aan dit Utrechtse familiebedrijf.

Sinds afgelopen januari is de 30-jarige Kasper Besseling de volledige eigenaar. “Tot aan de laatste fles”, zegt Kasper. Hij is nu een jaar of zes fulltime betrokken bij de zaak. “Vroeger ging ik als klein jochie al wel mee naar de winkel. Dan bracht mijn moeder me en mocht ik een paar uurtjes ‘werken’ bij papa. Flesjes afstoffen bijvoorbeeld. En ook als er een keer bijgesprongen moest worden, deed ik dat. Of als er een grote bestelling ingepakt moest worden, zaten mijn moeder en ik aan de keukentafel flesjes in te pakken. Ik ben eigenlijk altijd wel verbonden geweest met de winkel, maar ik heb ook een hele tijd iets anders gedaan.”

Voordat hij fulltime bij zijn vader ging werken, was hij landmeter. Maar werken voor een baas was niets voor hem en ook de economische crisis hielp niet mee. Hij heeft nooit druk gevoeld om de winkel over te moeten nemen. Zijn vader heeft weleens geroepen: ‘Had ik toch niet ooit iets anders moeten gaan doen?’ Hij vroeg zich af of hij wel is gaan doen wat hij wilde, zegt Kasper.

“Ik blijf van die vaste keuzes lastig vinden, maar zo voelt het als je zoiets gaat doen. Als een definitieve keuze waar je niet meer vanaf zou kunnen, maar zeker nu is het normaal om van baan te switchen en je om te scholen. Vroeger was je ‘de zoon van de slijter’ en dan werd je dat ook gewoon. Die druk was er bij ons nooit. Maar het heeft er altijd al wel in gezeten dat ik voor mezelf wilde werken. Dat riep ik vroeger al.”

Houten vaten
Qua interieur is er weinig veranderd. De houten vaten, die nu rechtop staan, werden vroeger gebruikt om wijnen uit te tappen. De bovenkanten zijn schoolbordzwart. Met een krijtje kon er zo op worden geschreven wat erin zat. In de zaak hangt nog een zwart-witfoto van Kaspers opa voor de oude houten vaten terwijl hij een glas wijn omhoog houdt. Op diezelfde plek achterin de zaak staat nu een stellage van houten kistjes met daarin grote glazen potten. De opstelling is een knipoog naar de tijd dat de houten vaten er nog stonden, legt Kasper uit. “Alleen vroeger deden we het met sherry, port en wijn. Nu zijn het meer houdbare dingen. Wat kleinschaliger en in glas.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

In de glazen vaten zitten onder meer whisky, rum en gin die hij zelf heeft geblend. Samen met Arnaud Verbeek, voormalig eigenaar van restaurant Noir op de Lange Nieuwstraat, maakte hij zo bijvoorbeeld een zwarte gin. “Je hebt veel merken die blends maken. Dan wordt er een whisky gemaakt van zestien verschillende whisky’s. Ze destilleren de drank niet zelf, maar kopen al die whisky’s in en gooien dat in bepaalde verhoudingen bij elkaar. Zo wordt het hun eigen whisky. Wij dachten: dat kunnen we ook wel doen. Niemand heeft dit. Het zijn eigen imports en die blenden we.”

Hoewel hij het niet heel moeilijk vindt, was het de eerste keer best ingewikkeld. “Daar heb ik weken over gedaan. Met wat vrienden en mijn vader hebben we geproefd en gingen we met maatbekertjes aan de slag. Met z’n allen probeerden we erachter te komen wat lekker was.”

Elektromotor
Qua assortiment zijn er de afgelopen jaren wel wat dingen veranderd. Zo hebben ze een ander assortiment opgebouwd dan de grote ketenslijters. Op de planken staan onder meer twaalf soorten Georgische wijn, het oudste wijnland ter wereld. “Je beweegt altijd mee”, zegt Kasper. “Die speciaalbieren bijvoorbeeld. Vroeger hadden we een kratje La Chouffe en een kratje La Trappe en dat was het wel. Dat heb je met gin ook: dat was ineens hip. Mijn vader snapte daar helemaal niks van: wat moet je met een fles gin van veertig euro? Dat gaat niemand toch kopen, dacht hij. Maar ik heb nu wel 25 soorten staan, waarvan de helft rond de veertig euro is.”

Tekst gaat verder onder afbeelding


Iets dat nog wel precies hetzelfde is, staat op de toonbank. Kasper klopt op de bovenkant van de grote oude kassa. “Deze hebben we sinds 1973.” Het is dezelfde kassa waar je linksonder op de foto van zijn opa een deel van ziet.

De elektrische kassa met een slinger aan de zijkant is nog in zijn oude staat. Die is de afgelopen tientallen jaren elke dag gebruikt, daarom doet die het nog, denkt Kasper. “Er zit een elektromotor in om de tandwielen aan te drijven. In principe werkt die op stroom, maar die viel vroeger nog weleens uit. En dan kon je met de slinger verder.” Toen zijn opa de kassa overnam, was die al tweedehands. “Die gaat ondertussen al vijftig jaar mee.”

Over de rooie
Net zoals Kasper, deed zijn opa eerst ander werk voordat hij de slijterij opende. “Mijn opa begon best laat met de zaak. Hij zat eerst als vertegenwoordiger in het witgoed. Dat was hij helemaal zat: rennen, vliegen en elke dag gebeld worden. Dus van de ene op de andere dag zegde hij zijn baan op. Mijn oma was helemaal over de rooie, want het was best een goede baan.” Zelf was hij blij met de beslissing. “Een winkel was afgekaderd: je hebt openingstijden. Je kon niet door blijven werken. Daar was hij heel blij mee, mijn oma uiteindelijk ook.”

In nog geen vijftig jaar staan er dus drie generaties in dezelfde winkel. “Best apart en vrij snel”, vindt Kasper. “Dat komt dus omdat mijn opa zo laat is ingestapt. Mijn vader was twintig toen hij bij mijn opa ging werken. Toen heeft hij het overgenomen en kwam opa bij mijn vader in dienst. Mijn vader heeft het de langste periode gedaan. Nu heb ik met mijn vader dezelfde transitie meegemaakt. Soms helpt hij nog wel achter de schermen. Hij vindt het nog steeds superleuk, maar is er wel een soort van klaar mee. Hij zat 45 jaar in het vak. Ik snap wel dat je dan zegt: het is mooi geweest.”

1 Reactie

Reageren
  1. Koel Hoofd

    Dit is een nou een Goeie Slijter!

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).