Vijf vragen over de nieuwe mobiliteitsplannen van Utrecht

Afbeelding

Het is inmiddels geen geheim meer: Utrecht groeit en de gemeente breekt het hoofd over hoe al die stromen bewoners, bezoekers en forenzen in goede banen naar en door de stad te leiden.

Minder auto’s, meer fietsers, minder benzine- en dieselvoertuigen, meer elektrisch deelvervoer. Alle afwegingen en toekomstplannen op het gebied van het verkeer in de stad staan in het mobiliteitsplan van de gemeente. In november verscheen een nieuwe versie van dit document: het Mobiliteitsplan 2040. Tijd om eens in dit omvangrijke document te duiken.

Vijf vragen over het nieuwe mobiliteitsplan.

1 Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen het vorige en het nieuwe mobiliteitsplan?

Het nieuwe mobiliteitsplan leunt voor een groot deel op het oude plan uit 2016. De gemeente wilde het plan toch graag updaten, zodat de stad ook de komende twintig jaar kan blijven groeien. Gevolgen van de groei van Utrecht tot nu toe, zijn dat de fiets en het openbaar vervoer meer worden gebruikt. Het autoverkeer binnen de Ring is bijna niet toegenomen en die ontwikkeling wil de gemeente vasthouden. Daarom moeten Utrechters, als het aan de gemeente ligt, nog vaker kiezen voor de fiets en het openbaar vervoer. Ook lopen en deelmobiliteit spelen een grote rol in het nieuwe mobiliteitsplan.

De gemeente houdt in het nieuwe mobiliteitsplan vast aan een paar kaders uit het oude plan. Netwerken voor voetgangers, fietsers, ov, auto en goederenvervoer hebben speciale aandacht, net als het ontwikkelen van mobiliteitsknooppunten en grote P+R-parkeerplaatsen buiten de stad. Ook snelheidslimieten op Utrechtse wegen komen in het nieuwe plan terug. Hoewel dus een aantal dezelfde onderwerpen aan bod komen, verlegt de gemeente de accenten in het nieuwe plan.

Tekst gaat verder onder afbeelding

2 Wat zijn de belangrijkste punten uit het Mobiliteitsplan 2040?

De meest in het oog springende veranderingen zijn de komst van twee Utrechtse tramlijnen en het ombouwen van treinstation Lunetten tot intercitystation Lunetten-Koningsweg. Tramverbinding de Waterlinielijn begint bij Westraven/A12 in het zuiden van Utrecht en loopt langs het nieuwe intercitystation in Lunetten en Utrecht Science Park. Eindpunt van de lijn is Zeist. De gemeente wil verder de Merwedelijn bouwen, een tramverbinding van Utrecht Centraal via de Merwedekanaalzone naar Nieuwegein en IJsselstein. Halverwege dat traject komt een aftakkende tramlijn naar Papendorp.

Voetgangers en fietsers
Maar ook fietsers spelen een belangrijke rol in de plannen. Voor fietsers komen er bijvoorbeeld veilige hoofdfietsroutes die grote stromen fietsers aankunnen. Die routes lopen om het centrum heen en sluiten aan op ov-knooppunten. Verder komen er rustigere routes die geschikt zijn voor alle doelgroepen, zoals ouderen die kwetsbaar zijn op de fiets. Ook wijken onderling krijgen betere, logischere fietsverbindingen. De gemeente wil in gebieden waar weinig ruimte is meer de nadruk leggen op ‘verblijven’.

Voetgangers en fietsers krijgen op die plekken de prioriteit, staat in het plan. Dat gaat bijvoorbeeld gebeuren op de Catharijnesingel, het Ledig Erf en Utrecht Science Park. Verder moeten kruispunten goed oversteekbaar zijn, zonder dat mensen heel lang hoeven te wachten.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Voetgangers zijn straks samen met fietsers de hoofdgebruikers in de A-zones van de stad (het centrum, Utrecht Science Park en Leidsche Rijn Centrum). Dat houdt in dat het voetgangersgebied in de binnenstad en op Utrecht Science Park wordt vergroot. In de binnenstad komt ook buiten het voetgangersgebied meer aandacht voor wandelaars. De ruimte is beperkt en het aantal bezoekers aan de binnenstad gaat volgens de gemeente nog sterk toenemen, daarom wordt gekeken op welke manier de fietser in het voetgangersgebied ‘te gast’ kan zijn.

Auto
Het autoverkeer kan volgens de gemeente in Utrecht niet verder groeien. De gemeente wil wel dat mensen, als dat nodig is, met de auto bij huis, werk, winkels of andere voorzieningen kunnen komen. Tegelijkertijd worden alternatieve vervoersmiddelen aantrekkelijker gemaakt, in de hoop dat Utrechters daarvoor kiezen. Alle wegen en straten in Utrecht krijgen volgens het nieuwe mobiliteitsplan een snelheidslimiet van ‘30 km/u, tenzij’.

Op verbindingswegen in de stad blijft de maximumsnelheid 50 km/u als die route de snelste naar de Ring is. Er zijn uitzonderingen, zoals de Haarrijnse Rading, Veldhuizerweg en de NOUW2, de weg over de Gele Brug, langs Lage Weide naar de A2. Daar is een maximumsnelheid van 70 km/u nodig vanwege de bereikbaarheid.

Parkeerplaatsen en woonstraten
De gemeente wil bij nieuwe bouwprojecten maar beperkt parkeerplaatsen voor auto’s toevoegen. In die gebieden, zoals te zien bij in de Merwedekanaalzone, stimuleert de gemeente alternatieven zoals deelmobiliteit. De capaciteit van bestaande parkeerplaatsen moet efficiënter gebruikt worden en parkeerplaatsen zullen verplaatst worden van de straat naar parkeergarages of voorzieningen aan de rand van de stad. Op plekken waar overlast ontstaat door geparkeerde auto’s of waar de bereikbaarheid van de stad in het geding komt, wordt betaald parkeren ingevoerd.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Samen met bewoners van bestaande buurten gaat de gemeente kijken naar kansen voor meer groen in wijken, meer ruimte voor voetgangers en plaats voor verblijven en spelen, door bijvoorbeeld bankjes of terrasjes neer te zetten. Straten of soms zelfs buurten kunnen hiervoor anders worden ingericht.

3 Wat is het ‘Wiel met Spaken’?

Niet alleen binnen de stad zelf, maar ook eromheen moeten verkeerssituaties volgens de gemeente gaan veranderen. Daarin speelt het concept Wiel met Spaken een belangrijke rol. Dat concept is in het nieuwe mobiliteitsplan voor het eerst uitgewerkt en laat zien hoe verkeer in maar vooral ook rondom de stad zich gaat bewegen.

Het Wiel met Spaken is een netwerk van bus-, tram- en treinverbindingen en bestaat uit ‘spaken’ die de regio rondom Utrecht verbinden met onder meer Utrecht Centraal en het centrum van de stad. Daarnaast zijn er frequente ‘wielverbindingen’ tussen de regio, P+R-parkeerplaatsen en economische kerngebieden. Utrecht Centraal is de as van het wiel en belangrijke knooppunten in het netwerk liggen op de kruisingen van de spaken met het wiel.

Het gaat dan bijvoorbeeld om ‘voorstadstations’ zoals Lunetten-Koningsweg. Nieuwe woningen en bedrijven komen vanwege de goede bereikbaarheid vooral te liggen langs deze bestaande en nog te bouwen ov-knooppunten, waardoor minder gereisd hoeft te worden. Ov-verbindingen lopen vanuit stations en P+R-parkeerplaatsen in de regio over de spaken naar het dichtstbijzijnde knooppunt op het wiel, naar de bestemming aan het wiel zelf of naar Utrecht Centraal. Onder meer de twee nieuwe tramlijnen gaan zo’n spaakverbinding vormen.

Op de knooppunten kunnen reizigers makkelijk overstappen op bus-, tram- en treinverbindingen, maar ook op de fiets en deelvervoer. In 2040 moet op alle belangrijke verbindingen elke tien minuten een trein rijden. Onder meer het ombouwen van station Lunetten tot intercitystation moet ervoor zorgen dat het openbaar vervoer een aantrekkelijke keuze wordt en dat het niet meer noodzakelijk is om via Utrecht Centraal te reizen.

4 Hoe worden de plannen gefinancierd?

Van de meest concrete plannen, de twee tramlijnen en station Lunetten, is bekend hoeveel geld er ongeveer nodig is. De aanleg van de twee tramlijnen en intercitystation Lunetten-Koningsweg gaan, zoals het er nu naar uitziet, 2,5 miljard euro kosten. Daarvan is 380 miljoen euro al door de gemeente gereserveerd. Ook heeft Utrecht samen met omliggende gemeentes en de provincie een aanvraag van 2,1 miljard euro gedaan bij het Nationaal Groeifonds van de Rijksoverheid.

5 Hoe gaat het nu verder?

De plannen worden niet allemaal tegelijk uitgevoerd en de veranderingen gaan geleidelijk. “Een nieuwe tramlijn leg je niet in een paar jaar aan”, aldus de gemeente. De uitgangspunten uit het nieuwe mobiliteitsplan worden eerst toegepast in gebieden die op dit moment nieuw ontwikkeld worden. Pas daarna worden stap voor stap nieuwe concepten doorgevoerd in de bestaande wijken. Het Mobiliteitsplan 2040 ligt van 8 december 2020 tot en met 1 februari 2021 ter inzage bij de gemeente. Ook is er op 11 januari een digitale informatiebijeenkomst. Na die periode gaat de gemeente alle ontvangen reacties verwerken in het plan. Het aangepaste Mobiliteitsplan 2040 wordt vervolgens begin dit jaar voorgelegd aan de gemeenteraad, die het in het voorjaar zal bespreken.