Bij een onderzoek naar de waterkwaliteit van onder andere zwemplekken, parkvijvers en rivieren in de gemeente Utrecht zijn op meerdere plekken PFAS-stoffen gevonden. Zwemmen en het water gebruiken voor irrigatie is nog steeds veilig, maar het eten van zelf gevangen vis wordt overal afgeraden.
PFAS in Utrechtse wateren; moestuin besproeien en zwemmen kan, maar vis eten wordt afgeraden

Eerder werd bekend dat de sloot achter de brandweerkazerne aan de Sartreweg verontreinigd was met PFAS. De concentraties van de stoffen waren zó hoog dat werd afgeraden om in de sloot te zwemmen en om het water te gebruiken om de moestuin te besproeien.
PFAS worden gebruikt in anti-aanbakpannen, verf, cosmetica, waterafstotende kleding, maar ook in blusschuim. Vanwege oefeningen met dit schuim op het terrein van de kazerne zijn de stoffen in de sloot terechtgekomen.
Monsters
Naar aanleiding van onder meer dit voorval heeft de gemeente besloten watermonsters te nemen op 23 locaties. Denk hierbij aan alle officiële zwemplekken, parkvijvers, bij moestuinen en wateren zoals de Kromme Rijn, Oudegracht, Vecht en Leidsche Rijn. De resultaten zijn vervolgens getoetst aan de waarden voor zwemwater, irrigatiewater en consumptie van vis.
Uit het onderzoek blijkt dat op meerdere plekken PFAS zijn gevonden. “Het oppervlaktewater voldoet op geen enkele plek aan de kwaliteit voor consumptie van zelf gevangen vis”, schrijft het college van B&W. “Maar in de praktijk zal dit niet tot onaanvaardbare risico’s leiden. Dit komt omdat de norm uitgaat van dagelijkse consumptie van zelf gevangen vis.” De advieswaarden voor zwemwater en irrigatie worden niet overschreden.
Lokale bron
Het college benadrukt tot slot dat de concentraties die in de sloot achter de brandweerkazerne aan de Sartreweg werden gevonden veel hoger waren dan de waardes die in het nieuwe onderzoek werden aangetroffen. “Hieruit blijkt dat de verontreiniging bij de brandweerkazerne als een lokale bron kan worden beschouwd. De kleine verontreinigingen op andere plekken in de gemeente kunnen waarschijnlijk worden toegeschreven aan neerslag van roet- of stofdeeltjes uit de lucht en hoeven niet te worden gesaneerd.”



