De burgemeester van Utrecht, Sharon Dijksma, heeft fel gereageerd op een open brief van de supportersvereniging van Utrecht. De besturen van de twee verenigingen lieten eerder deze week weten ‘klaar’ te zijn met de burgemeester, omdat er geen sprake zou zijn van goede samenwerking met het gemeentebestuur. Ook was er wederom kritiek op de maatregel om geen publiek toe te laten bij een thuiswedstrijd, na de geweldsexplosie bij FC Utrecht vorig jaar op 26 mei.
Burgemeester Sharon Dijksma reageert fel op open brief van supportersverenigingen FC Utrecht

De burgemeester laat weten ‘nogal verbaasd’ te zijn dat de supportersgroepen niet meer met haar in gesprek willen. Ook wijst de burgemeester erop dat ze met ‘intimidatie en dreiging met geweld’ te maken heeft gehad omdat ze de ‘excessen in het voetbal’ heeft willen aanpakken. Zo zouden voetbalfans in het zwart gekleed in haar straat hebben staan posten; ‘Loerend op een kans om mij ook persoonlijk te grazen te nemen.’
De burgemeester sluit de brief, die hieronder in het geheel te lezen is, af met de opmerking dat zij altijd bereid is om het gesprek aan te gaan.
“Beste Teun en Christian,
Ik heb jullie brief ontvangen en moest deze boodschap letterlijk even laten bezinken. Ook omdat jullie aangeven voorlopig niet meer in gesprek te willen hetgeen me nogal verbaasd heeft. Vooral omdat ik dat niet even via een persoonlijk appje of belletje hoor, maar meteen in een openbare brief. Die keuze is uiteraard geheel aan jullie.
De aanhef van de brief is dat jullie voor nu even ‘klaar met mij zijn’. Dat kan. Maar ik ben er, om het even hard terug te zeggen, nog niet klaar mee. Ik had dit liever aan mijn (keuken)tafel persoonlijk willen delen, zoals we eerder vlak na mijn aantreden bij Christian ook aan zijn keukentafel hebben gezeten, maar nu er door jullie kennelijk doelbewust een publiek debat wordt ontketend, word ik gedwongen daarin ook mijn kijk op de zaak mee te geven. Dat zal ik doen. Eerlijk en duidelijk. Zoals jullie mij kennen.
Allereerst dit. In jullie brief wordt tussen de regels door gesuggereerd dat ik onze club, FC Utrecht, het succes niet zou gunnen. Dat ik een bestuurder ben die alleen langs wil komen voor een feestje. Jullie kennen mij klaarblijkelijk niet echt. Ik gun onze club alle succes van de wereld en ik hoop van harte dat het lukt om Europees voetbal te gaan spelen. Ik kijk uit naar het moment waarop we in de Galgenwaard weer wedstrijden spelen zoals eerder tegen Napoli en Liverpool. En ja; dat brengt voor mijn mensen van Openbare Orde en Veiligheid en voor onze politie ongetwijfeld een hoop extra kopzorgen met zich mee. En voor mij als burgemeester. Maar in mijn ogen is voetbal een volkssport. Eén van de laatste plekken waarin alle rangen en standen van de bevolking elkaar ontmoeten en maar één gemeenschappelijk doel hebben. Genieten van de sport en willen winnen met je club. FC Utrecht vormt een belangrijk onderdeel van het DNA van onze stad en dat moet je juist omarmen. Tegelijkertijd is het mijn taak als burgemeester om dit wel een feest voor de stad als geheel te laten blijven. En daar wringt natuurlijk de schoen.
Al voorafgaande aan de geweldsexplosie op 26 mei vorig jaar moest er bij haast alle thuiswedstrijden ME paraat staan achter de schermen. Dat betekent dat we vaak een beroep doen op agenten uit de bredere regio of zelfs de rest van het land om ervoor te zorgen dat alles ordentelijk verloopt. Die agenten zijn op die dagen dan niet beschikbaar in hun eigen wijk of dorp. Het vreet energie van de politie en is op lange termijn ook echt niet meer vol te houden. De avond van die 26e mei is dat tegengaan van geweld helaas totaal mislukt. Een ongekende explosie van extreme agressie, waarbij tenminste 400 (!) zogenaamde supporters betrokken waren, mondde uit in een situatie waarin de omgeving van het stadion kort en klein werd geslagen met slachtoffers onder onschuldige burgers en politiemensen. Het leek wel een oorlogssituatie. Meerdere agenten hebben blijvend gehoorschade opgelopen die avond. Zij dragen de rest van hun leven de gevolgen van iets wat een feest voor iedereen zou moeten zijn. Maar daar hoor ik jullie weinig over.
Ik heb na die wedstrijd en na het bijwonen van de ‘debriefing’ van de ME me voorgenomen een duidelijke grens te trekken. Het kan niet zo zijn dat onschuldige burgers en onze eigen politiemensen in een regelrechte oorlog terecht komen met honderden totaal losgeslagen ‘voetbalsupporters’. In de dagen daarna bleek al snel dat de supportersclubs liever de reactie op het geweld wilden veroordelen dan de hand diep in eigen boezem te steken. Niet de schade aan de mensen en de stad was onderwerp van discussie, wel het zogenaamde ‘collectief straffen’.
De besluitvorming van de Driehoek van burgemeester, de Hoofdofficier van Justitie en de districtschef van politie Utrecht om een enkele wedstrijd zonder publiek te laten spelen werd voor jullie de perfecte afleidingsmanoeuvre om in eigen kring vooral niet te hoeven praten over de ‘parels in de achterban’ die totaal doorgesnoven en volgestouwd met drank stoeptegels naar de hoofden van politieagenten gooien. Er zijn in meerdere situaties waarschuwingsschoten gelost door in het nauw gebrachte agenten en zelfs dat werd door jullie in een brief aan onze Raad destijds opzichtig in twijfel getrokken. Waarom zouden we daarover in vredesnaam liegen? Niet het extreme geweld zelf, maar de reactie op dat geweld moest kennelijk kostte wat kost de publieke opinie domineren. Niks geen zelfreflectie, diepe en doorleefde spijt of zelfs schaamte over het gedrag van de extreem gewelddadige en totaal onnavolgbare relschoppers. Wel het stelselmatig klein maken van wat de feiten zijn; het waren slechts ‘enkelen’ (het waren minstens 400 losgeslagen idioten), het individualiseren van de besluiten van de Driehoek door mij als persoon te munten en het constante opstoken van de achterban met suggestieve posts op social media die afleiden van waar het echt over zou moeten gaan. Hoe kan het dat iets wat een feest voor iedereen zou moeten zijn zo ongelooflijk is ontspoord?
Terwijl de stad eigenlijk in opstand zou moeten komen over de gigantische maatschappelijke en menselijke offers die gepaard gaan met deze bizarre situatie werd er gedemonstreerd tegen de reactie van mij als burgemeester op dit excessieve geweld. Dat jullie daarbij volgens de politie samen opliepen met meerdere relschoppers die al een stadionverbod op zak hadden mocht de pret kennelijk niet drukken. Niet de 400 daders werden die dag veroordeeld maar degene die het waagde een moreel oordeel te vellen over dit explosieve geweld en niet bang is om daar consequenties aan te verbinden. Op de dag van die demonstratie cirkelde een politiehelikopter boven onze stad en de drones van de politie hingen letterlijk boven mijn huis. Leden van de ‘harde kern’ van de Bunnikside stonden namelijk al in de ochtend van die ‘wedstrijd zonder publiek’ in hun kenmerkende zwarte hoodies te posten in mijn straat. Loerend op een kans om mij ook persoonlijk te grazen te nemen. In navolging van oproepen die op jullie socials waren gedaan om tijdens de publiekloze wedstrijd ‘bij Dijksma thuis langs te gaan’.
Ik ben burgemeester, voorzitter van de Driehoek, maar ook moeder van drie geweldige kinderen. En die kinderen worden in jullie brief aan mij nu ook onderdeel van een discussie waar zij part noch deel aan hebben. Is het niet genoeg dat ze moeten leven met het pure feit dat hun moeder soms onderwerp van controverse is? Is het niet genoeg dat ze moeten leven met het feit dat er na dit soort openbare brieven van jullie aan mij onmiddellijk een nieuwe situatie ontstaat rondom de persoonlijke veiligheid van mij en mijn kinderen en mijn eigen bewegingsvrijheid? Jullie weten toch dat jullie acties ook door een deel van de geradicaliseerde achterban nauwgezet worden bekeken? En dat een brief aan mij die qua toon en aanspreekvorm ronduit passief agressief (en onfatsoenlijk) is zal worden ervaren als een vrijbrief om er dan zelf nog even een tandje bij te zetten?
Ik heb in de maanden na 26 mei 2024 ervaren dat burgemeesters die het wagen om de excessen in het voetbal aan te kaarten daar grote persoonlijke offers voor moeten brengen. Intimidatie, dreiging met geweld; het is allemaal onderdeel geweest van wat ik heb meegemaakt. In gesprek met veel van mijn collega’s bemerkte ik dat het helaas geen unieke situatie is. Dit gebeurt aan de lopende band met burgemeesters die een club hebben in de Eredivisie. Maar ik ben niet langer bereid om hierover te zwijgen en alle onjuiste aantijgingen, bedreigingen en intimidaties nog langer zonder tegenspraak te aanvaarden.
Inmiddels is de relatie met de club wat mij betreft weer goed. We houden de lijnen kort en werken samen om met tal van maatregelen het geweld verder te beteugelen. Met de KNVB zijn we in gesprek om te bekijken wat we samen en ieder vanuit onze eigen verantwoordelijkheid nog meer kunnen doen om het voetbalgeweld verder terug te dringen. Daarover hebben we binnenkort een vervolggesprek. Niemand zit te wachten op een eerste dode; dat had op 26 mei vorig jaar zomaar kunnen gebeuren. Veel agenten verkeerden letterlijk in doodsnood. Het pure feit dat we nu bijna een jaar na dato nog in een achterhoedegevecht worden getrokken door supportersclubs die weigeren de ongemakkelijke waarheid onder ogen te zien, is ronduit zorgelijk.
Tenslotte nog enkele punten. Dat de wedstrijd tegen Ajax eerste Paasdag al om 12.15u begint en niet om 14.30u is een besluit van de KNVB; niet van mij. Ik heb me laten vertellen dat dit normaal is wanneer het een risicowedstrijd betreft. Waar ik wel voor gepleit heb is om deze wedstrijd niet op 4 mei te spelen; de dag van Dodenherdenking. Het is logisch dat hier gehoor aan is gegeven en ik respecteer vervolgens het besluit van de KNVB de wedstrijd zo vroeg te laten beginnen.
Verder wil ik jullie verzoeken de foto met mijn kinderen van jullie socials te halen. Nog los van het feit dat deze foto mijn eigendom is, sta ik erop dat mijn kinderen buiten deze discussie blijven. Ik geloof ook werkelijk niet dat jullie dit nodig hebben. Verder hebben we bij mijn aantreden inderdaad afgesproken elkaar te tutoyeren. Dat geldt voor mij als persoon; maar daarmee heb ik niet gezegd dat het ambt het type disrespect verdient als de gekozen toon in de brief aan mij.
Rest mij nogmaals te zeggen dat ik blij ben met alle goede resultaten die FC Utrecht boekt en dat daar geen enkel misverstand over mag bestaan. En mijn deur staat altijd open voor gesprek.
Met vriendelijke groet,
Sharon Dijksma
Burgemeester van Utrecht”



