Politiek stelt vragen over hulp aan dieren na explosie in Visscherssteeg in Utrecht

Afbeelding

Gemeenteraadsleden van de Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben vragen gesteld over de hulpverlening aan dieren na de explosie en brand in de Visscherssteeg in januari. Volgens dierenhulporganisaties en bewoners kwam de hulp voor dieren traag op gang en kregen gespecialiseerde zoekteams pas dagen later toegang tot het gebied. De partijen willen van het college weten waarom dat zo is en of de hulp aan dieren bij rampen in Utrecht wel goed geregeld is.

Bij de explosie op 15 januari raakten meerdere woningen zwaar beschadigd. Hoewel er geen mensen omkwamen, raakten verschillende huisdieren vermist onder het puin. Uiteindelijk werden alle katten en honden teruggevonden, maar dat duurde dagen. Zo werd een kat op 20 januari buiten het afgezette gebied gevangen en werden twee andere katten pas op 22 en 23 januari gevonden, nadat dierenhulpverleners samen met de eigenaren het gebied mochten betreden.

Volgens de Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben meerdere betrokkenen signalen afgegeven dat dierenhulporganisaties niet direct werden ingeschakeld en aanvankelijk geen toegang kregen tot de rampplek. Ook zouden organisaties als de dierenambulance op eigen initiatief zijn gekomen, in plaats van dat zij werden opgeroepen door de hulpdiensten. Dierenambulance Utrecht gaf aan dat er wel bereidheid was om samen te werken, maar dat de communicatie traag op gang kwam en hun rol niet meteen duidelijk was. Bewoners zouden ondertussen wanhopig zijn geweest omdat zij hun huisdieren niet konden zoeken.

Protocol

De partijen willen onder meer weten wie verantwoordelijk was voor de coördinatie van dierenhulp, waarom gespecialiseerde organisaties pas later toegang kregen en of er een duidelijk protocol bestaat voor hulp aan dieren bij rampen. Ook vragen zij of de gemeente bereid is om samen met de Veiligheidsregio en dierenorganisaties betere afspraken te maken, zodat dieren bij toekomstige calamiteiten sneller geholpen kunnen worden.

Daarnaast vragen de raadsleden aandacht voor de nazorg. Zij willen weten of alle huisdieren van getroffen bewoners inmiddels op een veilige plek verblijven en of dierenorganisaties en bewoners die hebben geholpen voldoende zijn ondersteund en bedankt.