Waar ging het mis bij woonproject Maliebaan 59?

Maliebaan 59
Maliebaan 59 Bas van Setten

Geschreeuw op de gang. Bewoners die liggen te slapen terwijl onbekenden in hun kamer sluipen. Politie die wéér voor de deur staat vanwege huiselijk geweld. Het zijn voorbeelden van incidenten bij het woonproject aan de Maliebaan 59 in Utrecht, waar studenten samenwoonden met jongeren die net uit de jeugdzorg kwamen. Wat begon als een idealistisch experiment rond gemengd wonen, veranderde volgens oud-bewoners in een onveilige en chaotische leefomgeving.

In 2021 begint de gemeente Utrecht aan de Maliebaan 59 een woonproject waarin studenten gaan samenwonen met jongeren uit de jeugdzorg of begeleid wonen. De gemeente Utrecht zette het project op als een vijfjarige pilot. Vastgoedbeheer Campolis kreeg daarbij het beheer en de begeleiding van het project in handen. Het idee: bewoners ondersteunen elkaar en bouwen samen aan een gemeenschap. Maar vier oud-bewoners schetsen een ander beeld. “Het idee was mooi” zegt oud-bewoner Thomas. “Maar op een gegeven moment voelde het als water naar de zee dragen.”

Het project aan de Maliebaan is voor Thomas inmiddels al een paar jaar achter de rug, maar voor de oud-bewoner kwam alles opnieuw naar boven toen hij onlangs de webpagina over het project van Campolis teruglas.

Daarop schrijft Campolis onder meer dat het bedrijf “actieve betrokkenheid bij het gemeenschapsleven stimuleert” en bewoners aanmoedigt “elkaar te ondersteunen in hun persoonlijke ontwikkeling”. Ook wordt gesproken over begeleiding “van A tot Z”. “Campolis houdt nauw contact met de bewoners om ervoor te zorgen dat het welzijn van alle jongeren gewaarborgd blijft.’’, luidt de tekst op de webpagina.

Voor Thomas, die vanaf de start van het project in december 2021 tot mei 2024 woonde, voelde die beschrijving niet als de werkelijkheid die hij en andere bewoners ervoeren. “Ik las dat terug en dacht: dit is niet hoe het in de praktijk voelde” zegt hij. “Er zijn daar echt heftige dingen gebeurd.” Ook Roos, Amber en Lisa, drie andere oud-bewoners die liever niet met eigen voornaam in de krant genoemd willen worden, woonden langere tijd in het project.

Tekst loopt verder onder afbeelding

<p>Maliebaan 59</p>
Maliebaan 59 (Bas van Setten)

Screening

Roos, Amber en Thomas kwamen binnen via een advertentie die ze voorbij zagen komen op Facebook. De selectie ging middels het schrijven van motivatiebrieven. “In het begin zaten er echt mensen die er iets van wilden maken” zegt Amber.

Maar volgens meerdere bewoners veranderde dat later. Studenten die vertrokken konden zelf opvolgers aandragen. Nieuwe bewoners kwamen via verenigingen of kennissen binnen zonder goed te beseffen wat er van hen werd verwacht. “Dan hoorde iemand gewoon dat je daar makkelijk een kamer kon krijgen” zegt Thomas.

Ook over de selectie van zorgjongeren ontstonden volgens bewoners later vragen. “Er zaten mensen tussen die echt gemotiveerd waren om zelfstandig te wonen” zegt Amber. “Maar ook bewoners waarvan ik achteraf denk: die hadden eigenlijk nog veel meer begeleiding nodig.”

‘We gingen er echt voor’

Volgens de oud-bewoners begon het project aanvankelijk hoopvol. Er werden schoonmaakroosters gemaakt. Studenten organiseerden gezamenlijke diners, vergaderingen en activiteiten. “We hebben barbecues georganiseerd, samen gegeten, geprobeerd contact te maken” vertelt Amber. Ook Lisa zegt dat bewoners in het begin veel energie in het project stopten. “Ik keek daar echt naar uit” zegt zij.

Maar in de praktijk bleek het moeilijk om van het grote pand een hechte gemeenschap te maken. “Het huis was enorm” zegt Roos. “Mensen leefden heel erg langs elkaar heen.” Thomas omschrijft sommige bewoners als “schimmen” die snel van kamer naar kamer bewogen en nauwelijks contact maakten. “Je zag soms letterlijk iemand door de gang schieten en meteen weer verdwijnen achter een deur” vertelt hij.

Het pand bestaat uit vierentwintig kamers verspreid over meerdere verdiepingen. Er is een gedeelde keuken, gemeenschappelijke ruimtes en een grote kelder.

Volgens de bewoners werd het steeds moeilijker om iets te ondernemen waar animo voor was. “Dan organiseerden we iets en kwam er gewoon niemand opdagen” zegt Roos. “Die integratie kwam totaal niet van de grond.”

Tekst loopt verder onder afbeelding

<p>Gemeenschappelijke ruimte</p>
Gemeenschappelijke ruimte (Ingezonden beeld )

Niet klaar voor zelfstandig wonen

Gaandeweg ontstonden steeds meer problemen in het huis. Er waren bewoners met zware verslavingsproblemen, psychische problemen of agressief gedrag. “Er waren gewoon mensen die nooit zelfstandig hadden moeten wonen” zegt Thomas.

Een terugkerend voorbeeld in alle gesprekken is een vrouw die samenwoonde met haar vriend op een kleine kamer. Volgens bewoners hadden zij regelmatig heftige ruzies waarbij de politie moest komen.

“Ze sloegen elkaar in elkaar” zegt Roos. “Soms hoorde je dat door het hele huis.” Amber vertelt dat zij zich door de vrouw geïntimideerd voelde. “Ik dacht op een gegeven moment: ik moet nu niet mijn standpunt blijven verdedigen, want dan krijg ik misschien een klap.”

Thomas vertelt dat de politie uiteindelijk zo vaak is gebeld dat agenten het adres inmiddels goed kenden. Het dieptepunt was dat het ruziënde stel pepperspray tegen elkaar gebruikte in het trappenhuis. “Na het incident heeft het stel een waarschuwing gekregen, maar er hebben daarna nog vele incidenten plaatsgevonden zonder gevolgen. Dit incident vond plaats op 22 september 2022. Ze hebben er nog tot mei 2024 gewoond.’’, aldus Roos.

Afwas doen

Volgens bewoners liepen confrontaties in het huis soms onverwacht hoog op. Thomas vertelt dat hij op een avond iemand aansprak op de afwas die al dagen in de keuken stond. “Dan keek iemand je boos aan terwijl die een mes vast had” zegt hij. “Dat zijn momenten waarop je denkt: laat maar zitten.”

Volgens de oud-bewoners ontstond daardoor langzaam een sfeer waarin bewoners elkaar steeds minder durfden aan te spreken. “Je wist nooit hoe iemand zou reageren” zegt Lisa. “Dus mensen trokken zich terug.”

Schimmige figuren

Verder wordt er gesproken over dat er vaak onbekenden in het pand aanwezig waren. Vage figuren sliepen regelmatig op de banken in de kelder. Thomas beschrijft hoe hij soms thuiskwam en de hele kelder blauw stond van de wietlucht. “Dan liep je beneden en zaten daar ineens drie gasten die je nog nooit had gezien” vertelt hij. Die constante onduidelijkheid maakte het wonen vermoeiend. Roos vertelt dat zij op een gegeven moment niet meer alleen naar de kelder wilde. “Je voelde gewoon aan alles dat daar mensen rondhingen die daar eigenlijk niet hoorden.”

Thomas vertelt dat er op een gegeven moment ineens een dochtertje van een bewoner van een jaar of vier in het huis verbleef. “Hoe kan dat allemaal?” zegt hij.

Tekst loopt verder onder afbeelding

Ingezonden beeld

Oud en Nieuw

Een van de meest heftige incidenten vond volgens Lisa plaats tijdens oud en nieuw van 2023 op 2024. Lisa die vierde die avond samen met huisgenoten en vrienden in het pand. Volgens haar kwamen later op de avond onbekende mannen binnen. “In eerste instantie denk je nog: prima, het is oud en nieuw” vertelt ze. “Iedereen loopt een beetje in en uit.” Maar later die avond veranderde de sfeer. “Ik kwam de woonkamer in en overal lag glas” vertelt Lisa. “Spullen waren kapotgeslagen. De woonkamer was leeggeroofd.”

Volgens haar werd iemand later betrapt met gestolen AirPods in zijn zak. Ook zou vuurwerk binnen zijn afgestoken. “Het was totale chaos” zegt Lisa. De politie moest langskomen. “Iedereen vertelde een ander verhaal. Mensen probeerden weg te lopen. Niemand wist meer wat er precies gebeurd was.” Later die nacht werd Lisa naar eigen gevolgd door twee mannen die haar tot in het huis achterna liepen en ongepaste seksuele opmerkingen riepen. “Sindsdien deed ik mijn kamer altijd op slot” vertelt zij. Ze noemt het zelf een kantelpunt. “Vanaf dat moment voelde het voor mij echt niet meer veilig.”

Meerdere bewoners vertellen over diefstallen in het pand. Speakers, spullen uit de keuken en persoonlijke bezittingen zouden verdwijnen. Maar sommige situaties gingen volgens bewoners verder. “Er zijn bewoners wakker geworden terwijl onbekenden in hun kamer stonden” zegt Lisa.

Kapotte verwarming

Naast sociale problemen beschrijven de oud-bewoners ook praktische problemen in het pand. Volgens bewoners werkte de verwarming lange tijd niet goed en stond die constant aan. Daardoor zouden servicekosten fors zijn opgelopen. “We hebben daar echt eindeloos achteraan gemaild” zegt Lisa.

Daarnaast vertellen bewoners dat de brandveiligheid volgens hen op een gegeven moment onvoldoende op orde was. Volgens Roos kwam de brandweer langs voor controles en moest er tijdelijk zelfs beveiliging aanwezig zijn in het pand.

Over de hygiëne in het huis vertellen de bewoners dat schoonmaakroosters moeilijk vol te houden waren, omdat sommige bewoners nergens op reageerden. “Je had gewoon niet genoeg basiscontact om iemand ergens op aan te spreken” zegt Roos.

‘We voelden ons niet serieus genomen’

Volgens de studenten werden problemen in het huis voortdurend gemeld bij Campolis. Er werd geappt, gemaild en vergaderd over ruzies, vervuiling, diefstallen, onbekenden in het pand en gevoelens van onveiligheid.

Thomas vertelt dat hij samen met een kleine groep bewoners probeerde overzicht te houden over alles wat er speelde. “We waren constant bezig met mails sturen en gesprekken voeren” zegt hij. “Maar het voelde alsof dezelfde problemen steeds terugkwamen.’’

Volgens bewoners werden incidenten wel besproken tijdens bewonersvergaderingen, maar bleef het vaak bij gesprekken. Die vergaderingen vonden volgens hen onregelmatig plaats. “Dan zat je weer met hetzelfde groepje mensen aan tafel” vertelt Roos. “De mensen waar het vaak over ging kwamen meestal niet opdagen.”

Een terugkerende frustratie onder bewoners was volgens hen dat Campolis problemen vaak bleef benaderen als sociale spanningen die opgelost konden worden door meer contact tussen bewoners. “Dan werd gezegd dat we meer samen moesten eten” vertelt Lisa. “Terwijl wij het hadden over veiligheid.”

Volgens de gesproken bewoners kregen studenten weinig concrete begeleiding in hoe zij moesten omgaan met bewoners met zware psychische problemen, agressief gedrag of verslavingsproblematiek. “Je kreeg eigenlijk nooit echt handvatten” zegt Amber. “Het was meer: zoek het samen maar uit.”

Vrienden gemaakt

Toch kijken de oud-bewoners niet alleen negatief terug op hun tijd aan de Maliebaan. Juist dat maakt het project volgens hen ingewikkeld om op terug te kijken. “Ik heb daar ook echt vrienden gemaakt” vertelt Roos. “Als het alleen maar ellendig was geweest, was niemand daar zo lang blijven wonen.”

Ook Lisa zegt dat er momenten waren waarop het project wél goed voelde zoals het ooit bedoeld was. “Je had soms avonden dat je samen kookte, in de tuin zat of gewoon echt leuke gesprekken had” vertelt ze. “Dan dacht je: oké, dit is waarom dit idee eigenlijk zo mooi is.”

Thomas zegt dat juist die momenten ervoor zorgden dat bewoners lang bleven proberen om er iets van te maken. “Er zat echt een groep mensen die het beste met elkaar voorhad” vertelt hij. “Dat maakte het dubbel. Want daardoor bleef je denken: misschien kan het toch nog goedkomen.” Amber herkent dat gevoel. “Het waren niet alleen maar slechte momenten” zegt ze. “Je woonde ook met leuke mensen op een bijzondere plek midden in Utrecht.”

Volgens meerdere bewoners lag het probleem daarom niet per se bij het idee achter gemengd wonen zelf. Alle vier zeggen zij nog steeds te geloven dat zulke projecten kunnen werken, mits er veel professionele begeleiding, strengere screening en kleinschaliger wonen is. “Het concept is niet per se het probleem” zegt Roos. “Maar de uitvoering wel.”

Ook Lisa gelooft nog steeds in het idee achter dit soort woonprojecten. “Kwetsbare jongeren verdienen ook gewoon een plek waar ze veilig kunnen wonen” zegt ze. “Maar dan moet je daar wel echt begeleiding en structuur omheen organiseren.”

Ingezonden beeld

Idee blijft mooi

Inmiddels wonen alle vier de oud-bewoners ergens anders. Sommigen wonen opnieuw in een regulier studentenhuis, anderen hebben inmiddels een zelfstandige woning gevonden. Geen van hen zou terug willen naar de situatie aan de Maliebaan.

Maar ondanks alles hopen ze wel dat toekomstige woonprojecten lessen trekken uit wat daar gebeurde. “Het idee achter zo’n project blijft mooi” zegt Amber. “Alleen moet je het niet overlaten aan goede bedoelingen alleen.”

Reactie van Campolis

Mede-eigenaar van Campolis Hielke Jan van der Leij bevestigt tegenover DUIC dat zich aan het begin van het project aan de Maliebaan meerdere incidenten hebben voorgedaan. Wat hij ten zeerste betreurt. Klachten van overlast werden serieus genomen en binnen het kader van de wet opgepakt. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het project volgens hem in de kern succesvol was en bedoeld was als een pilot waar veel van geleerd is.

“Dat het niet altijd vlekkeloos is verlopen, daar ben ik het direct mee eens” zegt hij. “Het was een pilotproject. In het begin was het aftasten en voelen.”

Volgens hem waren veel van de problemen bovendien niet uniek voor dit project. “Ik geloof niet dat als je onderzoek doet naar alle studentencomplexen in Utrecht dat dit het enige complex is waar een keer huiselijk geweld is geweest, iemand binnensluipt of waar een keer ruzie is onder huisgenoten” zegt hij. Ook verwijst hij naar inbraken en overlast in andere studentenhuizen. Dat dit in andere complexen mogelijk ook voorkomt, wil echter niet zeggen dat hij blij is met het feit dat er incidenten zijn geweest op de Maliebaan.

Hielke Jan benadrukt dat Campolis wel degelijk substantieel meer begeleiding bood dan van een reguliere beheerder verwacht mocht worden en dat medewerkers regelmatig aanwezig waren in het pand. Volgens hem werd die begeleiding later opgeschaald toen bleek dat er meer ondersteuning nodig was. “In tijden van incidenten waren we 24 uur per dag bereikbaar, en structureel zichtbaar aanwezig” zegt hij.

Over de meldingen van insluipers en onbekenden in het pand zegt Hielke Jan dat die volgens hem mede werden veroorzaakt doordat bewoners deuren open lieten staan of sleutels onderling kopieerden. Hij geeft aan dat Campolis daarop extra beveiligingsmaatregelen heeft genomen. Er zijn elektronische sloten geplaatst en camera’s in overleg met de bewoners. Volgens Hielke Jan is over het insluipen ook meerdere keren met bewoners gesproken. “Als je de deur open laat staan ‘s avonds, dan lopen er mensen naar binnen’’ waarmee hij aangeeft dat bewoners ook een eigen verantwoordelijkheid hebben.

Ook reageert hij op de verhalen over het stel waarvoor de politie volgens hem twee keer moest langskomen vanwege huiselijk geweld. Volgens hem werd daar wel degelijk tegen opgetreden. “Dat gedrag werd absoluut niet getolereerd” zegt hij. “Maar je kunt niet zomaar iemand uit zijn huis zetten. Uiteindelijk is dat wel gebeurd met hulp van de kantonrechter.”

Na ieder incident in welke vorm werd hier over geëvalueerd met alle betrokkenen en op basis daarvan werd voor het project Maliebaan de screening van nieuwe bewoners aangescherpt en zijn lessen uit de Maliebaan meegenomen naar nieuwe projecten in onder meer Houten en Vleuten laat hij weten. Daarbij wordt volgens hem meer gewerkt met kleinschaligere woonvormen en uitgebreidere intakegesprekken.

Hielke Jan zegt daarnaast dat sommige universitaire studenten volgens hem minder gewend zijn aan complexe sociale situaties. “Universiteitsmensen zijn misschien een beetje wereldvreemd” zegt hij. “Dat klinkt misschien lelijk om te zeggen, maar als je van huis naar de universiteit gaat en gymnasium hebt gedaan, leef je soms wat beschermder, dan dat je iets meer streetwise bent”. Hij geeft tevens aan dat er naar aanleiding daarvan besloten is om variëteit aan te brengen in achtergrond van bewoners, meer HBO en MBO studenten en meer jeugdzorg dan daklozen, waardoor het huis een beter afspiegeling was van de maatschappij.

Ondanks de kritiek van de oud-bewoners kijkt hij uiteindelijk positief terug op het project. “Ik ben persoonlijk wel heel trots op wat daar gebeurd is, en op alle projectbetrokkenen, medewerkers en bewoners” zegt hij. “Er zijn heel veel bewoners geweest die elkaar hebben geholpen en via dit project een stap hebben kunnen zetten op de woningmarkt.’’

Schriftelijke reactie van de Gemeente Utrecht

De gemeente zag het in 2021 als een kans in het (monumentale) pand aan de Maliebaan een woonproject te starten met 24 jongeren waarvan acht dakloze jongeren die naar verwachting nog een half jaar een steuntje in de rug nodig hadden en 16 studenten. Aan Campolis is gevraagd het woonproject te beheren; aanmeldingen, verhuur, sociaal beheer en ondersteuning van de gemeenschap. De jongeren huren een kamer voor maximaal 2,5 jaar.

In begin van het project waren er verschillende klachten van bewoners die vooral gingen over het pand zelf; het onderhoud, de isolatie en brandalarminstallatie. Hier zijn samen met de gemeente op verschillende manieren oplossingen voor gezocht en toegepast. Bewoners zijn bijvoorbeeld voor een deel gecompenseerd voor de hoge energiekosten, er zijn enkele isolatie maatregelen genomen en de brandmeldinstallatie is gecontroleerd.

De gemeente is eind mei 2024 op de hoogte gebracht door bewoners over de voorvallen in het pand gedurende de maanden daarvoor en zij vertelden over hun zorgen over de situatie in huis. Ook de ervaringen die in het artikel genoemd worden, kwamen aan de orde. In gesprek met de bewoners en met Campolis zijn er afspraken gemaakt over oplossingen en verbeteringen. Zo zijn camera’s geplaats, sloten vervangen voor digitale sloten, is er een grote schoonmaak geweest van alle gezamenlijke ruimtes in het pand door een schoonmaakbedrijf en is er gedurende de rest van 2024 ook schoongemaakt in de buitenomgeving van de Maliebaan. Met de jongeren die zorgden voor problemen in het huis en met de zorgpartijen is veel contact geweest. Van twee bewoners is toen besloten de huurovereenkomsten te beëindigen. In september 2024 is opnieuw een gesprek geweest met een aantal bewoners, de woonsituatie was toen een stuk verbeterd en er waren positieve acties door bewoners ingezet.

Uiteraard betreuren we het als gemeente dat bewoners deze nare ervaringen hebben meegemaakt in hun eigen huis waardoor het samenleven in korte tijd niet meer veilig voor hen voelde. We herkennen dat gemengd wonen projecten eigen uitdagingen hebben en ondervonden dat de schaalgrootte van het pand aan de Maliebaan ongunstig was. Vanwege die uitdagingen zet de gemeente altijd stevig in op sociaal beheer. Tegelijk betekent een dergelijk woonproject voor een groot aantal jongeren een nieuwe start van hun leven. Het is goed te lezen dat de jongeren die geïnterviewd zijn ook de mooie kant van het project zich herinneren.