Gemeente Utrecht over nieuwe Europese natuurregels: ‘Precieze gevolgen hebben we nog niet scherp’

Rijnenburg
Rijnenburg Bas van Setten

De gemeente Utrecht weet nog niet precies welke gevolgen de Europese Natuurherstelverordening gaat hebben voor toekomstige woningbouw en gebiedsontwikkelingen. Wel verwacht het college dat de nieuwe regels invloed kunnen krijgen op grote projecten, zoals de ontwikkeling van Rijnenburg. Ook is nog onduidelijk of Utrecht straks aan alle eisen kan voldoen.

De Europese Natuurherstelverordening trad in 2024 in werking. De wet verplicht EU-lidstaten om natuurgebieden te herstellen en beter te beschermen. Voor steden betekent dit onder meer dat de hoeveelheid groen en de zogenoemde boomkroonbedekking, het oppervlak dat wordt bedekt door boomkruinen wanneer je van bovenaf kijkt, tot 2030 niet mag afnemen. Daarna moet die juist gaan toenemen.

De verordening staat los van de bekende stikstofregels, maar beide hebben wel invloed op ruimtelijke ontwikkelingen. Waar stikstofregels vooral gaan over de uitstoot van stikstof en de effecten daarvan op beschermde natuurgebieden, richt de Natuurherstelverordening zich op het daadwerkelijk vergroten en verbeteren van natuur en groen.

Volgens het college zijn de precieze gevolgen voor Utrecht nog niet duidelijk. "Nee, de precieze gevolgen voor de stad Utrecht hebben we nog niet scherp, omdat het Rijk nog bezig is met de nationale uitwerking van de verordening", schrijft het stadsbestuur. Dat blijkt uit antwoorden van het college op schriftelijke vragen van GroenLinks/PvdA, D66 en Volt.

Meer groen, maar onzeker of het genoeg is

Wel denkt de gemeente dat Utrecht waarschijnlijk aan de eerste belangrijke eis kan voldoen. Door groencompensatie en nieuwe aanplant groeit de hoeveelheid groen in de stad nog altijd. In 2025 kwam er volgens de gemeente netto ongeveer tien hectare groen bij. Daarom verwacht het college dat Utrecht kan voldoen aan de verplichting dat er in 2030 niet minder groen mag zijn dan in 2024.

Voor de boomkroonbedekking is dat minder zeker. Veel bomen die de afgelopen jaren zijn geplant, zijn nog jong. Het duurt jaren voordat deze bomen groot genoeg zijn om een flinke bijdrage te leveren aan het totale boomkroonoppervlak van de stad. Het college schrijft daarom dat het nog onzeker is of Utrecht ook op dat onderdeel aan toekomstige eisen kan voldoen.

Gevolgen voor Rijnenburg

Vooral bij grote uitbreidingslocaties kunnen de nieuwe regels een rol gaan spelen. Het college noemt daarbij expliciet Rijnenburg, het gebied aan de zuidwestkant van Utrecht waar de komende decennia duizenden woningen moeten verrijzen.

Nog onderzocht wordt of zulke uitbreidingslocaties straks onder de Europese definitie van een ‘stedelijk ecosysteem’ vallen. Als dat zo is, kan het betekenen dat bestaand groen dat verdwijnt voor woningbouw volledig moet worden gecompenseerd. Volgens het college zou zo’n grootschalige compensatie mogelijk problematisch zijn.

"Dat zou betekenen dat aanwezig groen waar woningbouw gepland is, zou moeten worden gecompenseerd", schrijft het college. "Omdat dergelijke grootschalige compensatie op voorhand onhaalbaar wordt geacht en tevens niet inpasbaar binnen de stedelijke contour van Utrecht."

De gemeente waarschuwt daarnaast dat te strenge normen gevolgen kunnen hebben voor de verdere groei van de stad. Een te hoge doelstelling voor groen en boomkroonbedekking kan volgens het college "belemmerend werken op een efficiënte verstedelijking".

Worden de natuurregels strenger?

De gemeente verwacht dat de natuurregels in de praktijk wel degelijk verder zullen worden aangescherpt. Niet alleen openbaar groen gaat straks meetellen, maar mogelijk ook particuliere tuinen, groene daken, groene gevels en water. Dat kan gevolgen hebben voor toekomstig beleid en voor nieuwe bouwprojecten.

Ook wat er gebeurt als Utrecht zich straks niet aan de regels kan houden, is nog niet bekend. Volgens het college liggen de Europese verplichtingen formeel bij de Nederlandse staat. Hoe eventuele nationale regels eruit gaan zien en welke sancties daarbij horen, moet het Rijk nog uitwerken.