Nu de lente is aangebroken, is ook het hoogseizoen gestart voor een specifieke groep Utrechters: de tuiniers. Wie goed oplet, komt door de hele stad de mooiste bloemen en de meest diverse groenten tegen. Soms op openbaar terrein, soms verscholen achter een hek. Maar wie zijn de mensen die Utrecht een stukje groener maken? DUIC neemt een kijkje.
Manja haalt wijze lessen uit haar tuintje: ‘Ik had nooit bedacht dat tuinieren zo sociaal is’

Manja Litjens (46) uit Hoograven had in haar pre-tuinierdersleven nooit bedacht dat het haar zó veel plezier zou brengen. In december 2023 begon ze op De Groene Lunet als starter op een klein perceel met tuinieren. Drie jaar later heeft ze een drie keer zo groot stuk grond, weet ze al heel wat kneepjes van het tuinierdersvak, onderhoudt ze goed contact met haar moestuinburen en haalt ze wijze lessen uit haar tuin.
Nog net binnen de stadsgrenzen van Utrecht ligt moestuinvereniging De Groene Lunet. Het park aan het Ravelijnpad telt 79 tuinen, waaronder een handjevol starterspercelen. Via zo’n tuin komt Manja eind 2022 bij de vereniging terecht. Het dan nieuwe concept geeft beginnende tuiniers een proeftijd en zorgt voor een snellere doorstroming op de wachtlijst. Een tuin van 75 vierkante meter wordt gesplitst in drie delen. Na een jaar met een starterstuin beslissen nieuwe leden of ze doorgaan, doorgroeien of stoppen.
Ook Manja krijgt 25 vierkante meter onder haar hoede. “Vier courgettes en je tuin stond al bijna vol”, lacht ze. “Maar ik vond het direct geweldig. Ik gooide de tuin helemaal vol: pepers, aardbeien, erwten, kamille, bonen en pompoen. Zelf wist ik nog niks, maar tegenover me zit een levende encyclopedie. Zij heeft me van alles geleerd, zoals wanneer en hoe vaak ik courgettes moest oogsten.”
Wilde tuin
Inmiddels tuiniert Manja er al een aantal jaar flink op los. Ze onderhoudt nu 75 vierkante meter en blijft van alles uitproberen, kriskras door elkaar. Bloemkool, broccoli, vlierbloesem, bonen, noem maar op. “Ik vind een wilde tuin leuk. Dat is ook goed voor de biodiversiteit. Met subsidie van de gemeente hebben we een regenton met korting gekocht. De tomatenoverkapping-constructie eromheen heb ik samen met mijn man in elkaar gezet. Ik hou ervan om gewoon wat te proberen, liefst met spullen die ik onderweg vind, bij de kringloop koop of krijg van medetuinders.”
De Utrechtse komt een paar uur per week naar de tuin, vaak in de ochtend. Soms alleen, soms samen met haar man Michiel. “In de tuin zijn we heel verschillend, zijn we achter gekomen. Hij werkt volgens een plan en ik doe maar wat. Voor mij is het een plek waar ik mijn creativiteit in kwijt kan. Ik vind het heel fijn om midden in het groen te zitten en letterlijk te aarden. Ook in ons huis aan de Julianaweg hebben we veel groen en er lopen konijnen rond. We hebben een tijdje gekeken naar een huis buiten de stad, maar met de moestuin voelt ons leven groen genoeg.”
Nieuw in de tuinoogst dit jaar is rabarber. Manja vond dit “altijd maar een lastige plant”, maar tijdens een recente plantjesruildag op de vereniging ontdekte ze dat een buurvrouw, een paar tuinen verderop, de roodgroene stengels wel goed liet groeien én er raad mee wist qua oogsten.
Ze vroeg om advies en besloot er direct een video over te maken voor het Instagram-account van De Groene Lunet, dat ze sinds kort beheert. Daar deelt ze ook tips en recepten van mede-tuinders.
Rode draad
In haar dagelijkse leven houdt Manja zich met heel andere zaken bezig. Ze werkt lange tijd in de onderzoekswereld: eerst 12 jaar binnen de immunologie op het laboratorium en daarna enkele jaren met klinische studies, waar ze onder meer meewerkt aan vasculaire schadeonderzoek (schade aan bloedvaten) en onderzoek doet naar betere behandelopties voor epilepsie bij kinderen. Tegelijkertijd heeft ze sinds een paar jaar een eigen (kinder)coachpraktijk voor onder andere verlies en rouw.
In het onderzoekswerk miste ze vooral het patiëntencontact. Daarom richt ze zich sinds een paar jaar volledig op haar (kinder)coachpraktijk, waarvoor ze hard werkt om naamsbekendheid te krijgen: “Omdat coaching niet onder de Zorgverzekeringswet valt, worden behandelingen door zorgverzekeraars niet vergoed vanuit het basispakket. Dat is zo zonde, want wachtlijsten in de psychologische hulp worden alleen maar groter, maar mensen weten mij vaak niet te vinden. Dat terwijl (kinder)coaches vaak al een goede stap in de juiste richting kunnen geven voor mensen met een hulpvraag.”
Ook brengt het tuinieren het sociale contact waar ze van houdt. “Ik had nooit verwacht dat tuinieren op zo’n complex zo sociaal is. De Groene Lunet heeft een heel open terrein en mijn tuin ligt bij de ingang. Daardoor heb je veel contact met de andere leden.”
Tekst loopt door onder afbeelding
Confronterend
Volgens Manja kan iedereen tuinieren. “Maar je moet kunnen incasseren dat je oogst wordt opgegeten, zoals laatst mijn bloemkool door slakken. Of dat je oogst niet lukt door de weersomstandigheden. In het begin moest ik daardoor denken aan de hongersnood in Afrika. Als daar iets niet groeit door het uitblijven van de regen, is er geen eten. Ik kan dan alsnog naar de supermarkt. Dat vond ik heel confronterend. Als ik afhankelijk zou zijn van mijn moestuin, had ik niks. Dat zouden meer mensen zich moeten beseffen!"
Waar Manja ook meer bewustzijn voor zou willen creëren, is duurzaamheid. “Ik vind het absurd dat alles nieuw moet zijn. Dat kan gewoon echt niet meer. Er bestaan al zoveel spullen.” Volgens haar zijn er veel simpele manieren om duurzamer te leven. “Op de markt verbaas ik me er bijvoorbeeld over dat ik de enige ben die een zak voor de noten hergebruik. Ik heb een allergie voor gemak. Soms kan ik erin doorslaan, maar ik denk ook: ‘Waarom niet?’”
Straw-berry
Manja komt nog wekelijks op de markt voor groenten en fruit. “Echt volledig uit mijn tuin eten lukt niet. Maar als het courgette-seizoen is, eten we bijvoorbeeld wel héél veel courgettes.”
Tot slot geeft ze nog een recente les mee uit de tuin. “De moestuin ligt op kleigrond. Dat houdt water goed vast, maar bij veel regen kunnen de fruitplanten die op de grond liggen gaan rotten, zoals aardbeien. Ik kreeg de tip om er stro onder te leggen. En toen ontdekte ik waarom een aardbei ‘strawberry’ heet. Wist jij dat?”



