Het schuldenexperiment uit Arnhem, waarbij de schulden van veertig gezinnen werden afgekocht, krijgt voorlopig geen Utrechtse variant. Hoewel het college van burgemeester en wethouders veel waarde ziet in de resultaten van het experiment en parallellen ziet met Overvecht, kiest de gemeente voor een eigen aanpak.
Utrecht neemt schuldenexperiment uit Arnhem voorlopig niet over in Overvecht

In Arnhem werden huishoudens met schulden niet alleen financieel geholpen, maar ook langdurig begeleid door een vaste coach. Uit evaluaties blijkt dat het afkopen van schulden voor meer rust en minder stress zorgt, waardoor mensen beter kunnen werken aan hun gezondheid, participatie en toekomstperspectief.
Overvecht
Volgens het Utrechtse college zijn er duidelijke overeenkomsten met de situatie voor gezinnen in Overvecht. "Wij zien parallellen met Utrecht (en een wijk als Overvecht specifiek)", schrijft het college. Ook daar hebben inwoners soms niet alleen te maken met schulden, maar bijvoorbeeld ook met gezondheidsproblemen, bestaansonzekerheid en problemen op het gebied van werk en participatie.
Toch ziet de gemeente op dit moment geen aanleiding om het Arnhemse experiment één-op-één over te nemen. Het afkopen van schulden is volgens het college kostbaar, arbeidsintensief en organisatorisch complex. Bovendien was het experiment in Arnhem afhankelijk van externe financiering en gericht op een relatief kleine groep gezinnen.
Lessen
Wel neemt Utrecht verschillende lessen uit Arnhem mee. Daarbij gaat het onder meer om het belang van vroegtijdig contact, een integrale aanpak waarbij niet alleen naar schulden wordt gekeken en langdurige begeleiding door één vaste professional.
"Het wegnemen van schulden creëert rust en ruimte. Maar minstens zo belangrijk is de vertrouwensband met een coach die langere tijd naast mensen blijft staan en samen met hen werkt aan herstel, perspectief en meer bestaanszekerheid", aldus het college.
In Overvecht wordt inmiddels onderzocht hoe deze lessen toegepast kunnen worden. De gemeente gaat hierover in gesprek met partners in de stad en verkent een mogelijke samenwerking met het Instituut voor Publieke Waarden (IPW), dat ook betrokken was bij het Arnhemse experiment.



