Omstreden ‘optocht’ met als Israëlische militairen verkleedde activisten niet onderzocht: geen aangifte gedaan

Afbeelding
Instagram / @mohammad4palestine

Er komt voorlopig geen onderzoek naar een omstreden optocht op 26 juli 2026, waarbij in Utrecht mensen in militaire kleding met Israëlische vlaggen op hun uniform een gewelddadige scène opvoerden. Dat schrijft minister van Justitie en Veiligheid David van Weel in antwoorden op Kamervragen. Volgens het Openbaar Ministerie zijn er naar aanleiding van het incident geen aangiften gedaan en is er daarom op dit moment geen aanleiding om een onderzoek te starten.

Bij de pro-Palestina-optocht op 26 juli werd een scène opgevoerd waarin personen in militaire gevechtskleding, voorzien van Israëlische vlaggen, de rol van Israëlische militairen speelden en gevangenen mishandelden en martelden. De activisten verplaatsten zich door Utrecht, onder meer langs de Ganzenmarkt en bij Utrecht Centraal. De indieners van de Kamervragen, Marjolein Faber (PVV) en Maikel Boon (PVV) omschreven de vertoning als een antisemitische haatmanifestatie.

Minister Van Weel zegt dat hij de beelden van de ‘optocht’ door Utrecht heeft gezien, maar wil zelf geen oordeel geven over de strafbaarheid van de vertoning. Volgens hem is het aan de politie en het Openbaar Ministerie, en uiteindelijk aan de rechter, om te bepalen of sprake is van een strafbaar feit of een discriminatoir aspect.

Niet aangemeld bij gemeente

Uit de antwoorden van de minister blijkt bovendien dat de optocht vooraf niet bij de gemeente Utrecht was aangemeld. De gemeente heeft het ministerie laten weten dat er geen kennisgeving van de optocht is gedaan en dat er ook geen contact is geweest tussen de organisatie en de gemeente.

Dat betekent volgens de minister niet automatisch dat de vertoning strafbaar is. Demonstraties mogen binnen de wettelijke kaders op verschillende manieren worden vormgegeven, zolang ze vreedzaam verlopen. Het aanzetten tot of plegen van haat, geweld, intimidatie of discriminatie valt volgens Van Weel niet onder die bescherming.

Of daarvan in dit specifieke geval sprake was, is volgens Van Weel aan het Openbaar Ministerie en eventueel de rechter.

OM ziet voorlopig geen aanleiding voor onderzoek

Ook het dragen van militaire kleding en het gebruik van Israëlische vlaggen is niet direct strafbaar. De minister wijst erop dat de strafbaarheid van uitingen afhangt van de precieze omstandigheden. Het tonen van een symbool, tekst of afbeelding of het roepen van een leus kan onder omstandigheden bijvoorbeeld groepsbelediging, aanzetten tot haat, discriminatie of geweld of opruiing opleveren.

In dit geval ziet het OM daar op dit moment geen aanleiding toe. Een belangrijke reden is dat er geen aangiften zijn gedaan naar aanleiding van het incident.

Burgemeester verantwoordelijk voor aanpak

De minister legt de verantwoordelijkheid voor het voorkomen en waar nodig begrenzen van demonstraties grotendeels bij de lokale politici. De burgemeester bepaalt welke preventieve maatregelen mogelijk en noodzakelijk zijn, in afstemming met de lokale driehoek van burgemeester, politie en Openbaar Ministerie, zegt Van Weel.