Op pad met Oud-Utrecht: langs 19e-eeuwse woonadressen

De Keukenstraat met rijtuigen van stalhouderij Schoonhoven-Buytendijk.
De Keukenstraat met rijtuigen van stalhouderij Schoonhoven-Buytendijk. Het Utrechts Archief

De historische vereniging Oud-Utrecht maakt wandelingen door de stad, op zoek naar bijzonder erfgoed. Dit verhaal gaat over Jelske Vlaskamp en waar zij in de 19e eeuw woonde. Het wordt een wandeling door stedelijk erfgoed: de stegen.

Tekst: Bert Poortman

In 1859 is Jelske als 27-jarige vanuit Friesland in Utrecht komen wonen, alleenstaand en in verwachting. Voor een aanstelling als dienstbode zou Jelske nooit meer in aanmerking komen. Daarvoor stonden haar leeftijd en het gebrek aan goede referenties in de weg. Het was geen begerenswaardige positie wat de verdiensten betreft, maar wel voor de bijbehorende kost en inwoning. Zij had echter als dienstmeisje in Harlingen een hoedje van haar bazin ‘geleend’ en was daarmee gesnapt op een wandeling. Niet alleen ontslag volgde maar ook een veroordeling tot zes maanden eenzame opsluiting in de cellulaire gevangenis van Amsterdam. Dat was twee jaar voordat ze in Utrecht kwam wonen.

Ongewenst zwanger van een onbekend gebleven vader vond Jelske onderdak in de Vrouwjuttenstraat bij Hendrikje Biljard. Eind dat jaar beviel ze in het Apostel Gasthuis in de Lange Jufferstraat van een zoon. Zij overleefde de bevalling wat best opmerkelijk was gezien de bedenkelijke kwaliteit van de zorg in het toenmalige Academische Gasthuis. Na de bevalling vond ze een tijdelijk logeeradres in wijk C. Drie weken later overleed het kind.

De wandeling begint in de Donkerstraat, waar Jelske een kamer kon huren in een pand bijna op de hoek met de 3e Buurkerksteeg. Het huis had zes kamers en zij deelde haar ene kamer met een andere huurster. De kost verdiende ze als naaister want er was altijd wel verstelwerk aan kleding te doen.

Tekst loopt door onder foto

De Donkerstraat in 1903
De Donkerstraat in 1903(Het Utrechts Archief)

Haar eerste huwelijk

Een jaar later werd Jelske benaderd door Hendrikje Biljard, de vrouw van haar eerste woonadres. Haar broer was sinds een aantal maanden weduwnaar en zou graag in contact komen met Jelske om voor zijn kinderen te zorgen. Ze verhuisde naar het hofje achter de Keukenstraat om als huishoudster te werken in het gezin van de weduwnaar met vijf kinderen. Binnen een jaar was ze met hem getrouwd en ook al bevallen van een kind, dat overigens na twee dagen overleed.

Tekst loopt door onder foto

Strosteeg 1972
Strosteeg 1972(Het Utrechts Archief)

Het gezin Biljard ging in 1867 wonen in de Dorstige Hartsteeg. Wij lopen via de Oudegracht naar het zuiden en slaan bij de kerk van de Doopsgezinde Gemeente de Dorstige Hartsteeg in. Bij nummer 21 stond in de huidige tuin een klein huis voor 1,20 gulden huur per week. Jelske was net bevallen van dochter Antje, die op latere leeftijd haar steun en toeverlaat zou worden. Na drie jaren verhuisden ze terug naar de Keukenstraat, nu echter in een iets ruimer huis met een achterraam en deur (zie foto). Er volgde nog een verhuizing naar de naastliggende Magdalenasteeg (nu Magdalenastraat), en daar ging het mis met Jelske. Zij werd opgenomen in het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen Willem Arntsz. Wonderwel werd ze na drie maanden uit het gesticht ontslagen, genezen van een ernstige periode met aanvallen van depressie en manie.

Tekst loopt door onder foto

Kaart van het stegengebied rond de Visschersteeg in de 19e eeuw
Kaart van het stegengebied rond de Visschersteeg in de 19e eeuw(Bert Poortman)

Omlopend via de Quintijnsbrug komen we bij haar volgende adres op de tegenover de Nieuwegracht liggende Eligensteeg (nu Eligenstraat). Daar overleed haar man Jacob Biljard in 1884. Als turfdrager had hij altijd een goede verdienste en dat was nu afgelopen. Er werd weer verhuisd, naar de Visscherssteeg, terug naar wonen op slechts een kamer in een groter pand in een niet te beste buurt. Het buurtje stond vol met panden, ook voormalige pakhuizen, opgedeeld in kleine kamers met een lage huur. Zo’n kamertje was goedkoop maar je moest het wel stellen zonder een eigen schoorsteen of sanitair. Gekookt werd op een klein petroleumstel, als er geld was voor petroleum. De woningnood was niet alleen hoog, de verdiensten waren laag. Bovendien waren veel bewoners afhankelijk van de bedeling. Jelske ontving van de Hervormde Diaconie een gulden per week. Een kwart daarvan ging op aan huur van haar kamer.

Tekst loopt door onder foto

De kleine woningen in de Eligenstraat in 1963
De kleine woningen in de Eligenstraat in 1963(Het Utrechts Archief)

Haar tweede huwelijk

We lopen via de Oudegracht naar de Strosteeg waar Jelske kennis maakte met schoenmaker Cornelis Vermeulen. De Strosteeg is daar buitengewoon smal. Slechts een kort stukje ervan is naast het pand Royestein bewaard gebleven. Vermeulen woonde achter de tuin(muur) van Royestein en was voor de tweede keer weduwnaar geworden. Jelske trouwde in 1885 met hem en verhuisde naar de Strosteeg, bijna haar laatste adres. Op haar 63ste werd ze in 1895 opgenomen in het Oude Mannen- en Vrouwenhuis Oudaen en daar overleed ze binnen een maand.

Dit is een ingekorte route langs de woonadressen van Jelske. In totaal heeft ze in Utrecht op meer dan zestien adressen gewoond. Over het leven van Jelske is meer te vertellen. Lees daarvoor het boek van Aly van der Mark e.a.: ‘Twee Vrouwen Twee Levens’, Voor- en tegenspoed in de 19e eeuw - biografie, 2021.