Bruut, bruter, brutalisme; de bruutste gebouwen van Utrecht op de kaart

De Sterrentoren, Leuvenplein. Foto's: Robert Oosterbroek & Bas van Setten
De Sterrentoren, Leuvenplein. Foto's: Robert Oosterbroek & Bas van Setten

Uitgesproken, rauw en massief. De gebouwen in het nieuwe boek BRUUT zijn het allemaal. En ze hebben nog een ding gemeen: beton. Dit standaardwerk over de architecturale stijl brutalisme toont honderd bouwwerken in Nederland. Het is een eerste inventarisatie van een stroming die aan populariteit wint. Internet en sociale media spelen daarbij een belangrijke rol. Foto’s van brutalistische gebouwen worden massaal gedeeld want ze blijken ‘Instagrammable’, zo is te lezen in het boek. BRUUT is onder meer gemaakt door Arjan den Boer, publicist bij DUIC en Utrechter Martijn Haan. We spraken hen over beton, het Oostblok en typisch Utrechtse voorbeelden van brutalisme.

Eerst even de definitie van brutalisme. De stroming wordt gekenmerkt door het gebruik van rauwe, ruwe materialen, zoals beton, en de nadruk op de zichtbaarheid van de structuur en de functionaliteit van het gebouw. De term ‘brutalisme’ is afgeleid van het Franse woord ‘béton brut’, wat ‘ruw beton’ betekent. Toch is er geen sluitende definitie van brutalisme. Zo zijn er regelmatig lange discussies te lezen op de Faceboekgroep The Brutalism Appreciation Society, met bijna 200.000 leden, of iets een brutalistisch gebouw is. “De definitie van brutalisme is dus niet in beton gegoten, maar vatbaar voor interpretatie”, aldus de auteurs van BRUUT.

De voorliefde voor brutalisme werd bij Arjan den Boer concreter toen hij ineens voor De Vierpoot stond op het terrein van het University College Utrecht. “Ik was voor DUIC op zoek naar gebouwen en liep er letterlijk tegenaan. Ineens zag ik daar een soort betonnen ruimteschip tussen de oude gebouwen van de voormalige Kromhoutkazerne. Ik vond het niet per se heel mooi, maar het was opvallend, gek en indrukwekkend. Het is een paar jaar geleden nog schoongemaakt, maar daarvoor was het helemaal bruin uitgeslagen en kreeg je er echt een Koude Oorlog-gevoel bij.”

Tekst loopt door onder afbeelding

[caption id=”attachment_410636” align=”alignnone” width=”1600”] De Vierpoot, Maupertuusplein[/caption]

Het belangrijkste criterium voor de honderd gebouwen is het gebruik van beton. “Liefst zo ruw mogelijk, liefst ongeverfd en onbewerkt, liefst in het werk gegoten, maar prefabbetonnen panelen en betonsteen tellen ook mee”, aldus de auteurs in het boek. Een ander criterium is de periode. In het boek zijn alleen bouwwerken te vinden gebouwd vanaf de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig – een periode die ruwweg samenvalt met de Koude Oorlog.  De Vierpoot is gebouwd in 1985 en daarmee een van de ‘jongste’ gebouwen uit het boek.

Opvallend is ook dat de term brutalisme in Nederland zelden voorkwam toen al deze bouwwerken gebouwd werden. “In krantenarchieven hebben we de term tien keer gevonden in publicaties van voor het jaar 2000. Internationaal werd het wel al meer gebruikt, maar in Nederland dus niet of nauwelijks. Zoals vaak bij kunststromingen wordt het etiket er pas later opgeplakt. De meeste architecten gebruikten de term ook niet. Zo sprak ik architect Bertus Mulder (een van de weinige nog levende architecten die in boek voorkomt, red.) en hij liet weten niets met brutalisme te hebben. Toch staat hij juist in het boek.”

Tekst loopt door onder afbeelding

[caption id=”attachment_410637” align=”alignnone” width=”1600”] Studentencomplex Tuindorp-West, Van Lieflandlaan[/caption]

Utrecht

In het boek staan honderd gebouwen, uit heel het land. Acht bouwwerken uit Utrecht hebben de selectie gehaald. De eerder genoemde Vierpoot, een apotheek aan de Roelantdreef in Overvecht, het Dingemanshuis aan de Huizingalaan, de Sterrentoren aan het Leuvenplein, het Androclusgebouw aan de Yalelaan, het Hugo Kruytgebouw aan de Padualaan, Studentencomplex Tuindorp-West aan de Van Lieflandlaan en het voormalige kantoor van Regionaal Ziekenfonds Midden Nederland aan de Vliegend Hertlaan. Volgens de auteurs is de Sterrentoren – die Den Boer ook al eens uitvoerig beschreef voor DUIC – het beste voorbeeld van brutalisme in Utrecht. Haan: “In dat gebouw zijn allemaal verschillende betontechnieken gebruikt. Zo zie je in het beton ook allemaal verschillende structuren terugkomen. Het is een kunstwerk op zich.”

Tekst loopt door onder afbeelding

[caption id=”attachment_410633” align=”alignnone” width=”1600”] Androclusgebouw, Yalelaan[/caption]

Er worden ook twee bouwwerken uit Utrecht in het boek aangehaald die als brutalistisch bestempeld hadden kunnen worden, maar die door later aangebrachte wijzigingen ‘verminkt’ zijn. Een daarvan is de Katreinetoren bij station Utrecht Centraal. Dit pand uit 1974 was een betonnen kolos maar werd tegen de eeuwwisseling ingepakt in glas. Den Boer: “Het idee was nog wel dat men door het glas het ‘originele’ gebouw kon zien, maar daar is niks van terechtgekomen.” Het andere verminkte gebouw is het voormalige MTS aan de Brandenburchdreef, dat tegenwoordig een schoolgebouw is van het ROC. “Het gebouw staat er nog, maar is verminkt doordat het beschilderd is in verschillende kleuren en er grote fotoprints aan hangen. Ik denk dat ze het gebouw wat wilden opleuken, maar dat is gigantisch mislukt.”

Tekst loopt door onder afbeelding

[caption id=”attachment_410634” align=”alignnone” width=”1600”] Voormalig kantoor van Regionaal Ziekenfonds Midden Nederland, Vliegend Hertlaan[/caption]

Populair

Dan toch nog even terugkomend op dat Koude Oorlog-gevoel. Daar kan auteur Martijn Haan goed over meepraten. Hij is gefascineerd door landen van het voormalige Oostblok en de voormalige Sovjet-Unie en schrijft daar onder meer over op zijn eigen website Oostblog.info. Hij is geboeid door socialist landscapes. “In het Oostblok vertellen de architectuur en ruimtelijke ordening ook de geschiedenis van de regio.” Toen corona de wereld trof kon Haan niet meer naar het buitenland reizen, dus begon hij in Nederland op pad te gaan. “En dan langs bouwwerken die in de volksmond vaak Oostblokgebouwen worden genoemd. Vooral als brutalistische gebouwen minder goed onderhouden zijn - wat we toch associëren met het Oostblok – krijgen ze dat label opgeplakt. ”

Tekst loopt door onder afbeelding

[caption id=”attachment_410635” align=”alignnone” width=”1600”] Hugo Kruytgebouw, Padualaan[/caption]

Hoewel sommige mensen wellicht niet vrolijk worden van ‘Oostblokgebouwen’ neemt brutalisme sterk in populariteit toe. Den Boer: “Net als retro kleding en retro meubels blijken brutalistische gebouwen het ook goed te doen op sociale media als Instagram. Ze wijken af, zijn opvallend door de bijzondere vormen en het ruwe betongebruik. Jongere mensen hebben wellicht ook niet de afkeur voor dit soort gebouwen opgebouwd die vroeger wel bestond, uit de tijd dat het allemaal verloederde en slecht onderhouden werd. Het roept nu juist een bepaalde nostalgie op.” Haan vertelt verder: “In populaire cultuur wordt de term brutalisme ook veel meer gebruikt. Je ziet het nu ook terug in andere design-toepassingen, zoals brutalistische webdesign maar ook terug in televisieseries zoals recent in Arcadia. Ik ben al heel lang lid van de Facebookgroep The Brutalism Appreciation Society en de afgelopen twee jaar zijn er 40.000 mensen bijgekomen. Het is echt aan het groeien.”

BRUUT | Atlas van het brutalisme in Nederland is gemaakt door Arjan den Boer, Martijn Haan, Bart van Hoek, Martjan Kuit en Teun Meurs