De renovatie van het Anatomiegebouw is klaar: ‘We hebben onze ziel en zaligheid in het pand gestopt’

Het Anatomiegebouw. Foto's: Robert Oosterbroek
Het Anatomiegebouw. Foto's: Robert Oosterbroek

De rails waarop de kadavers de collegezaal werden ingereden liggen er nog. Ook de snijzaal ziet er nagenoeg hetzelfde uit als op historische foto’s. Het Anatomiegebouw is na drie jaar van renovatie weer klaar voor gebruik. Het gebouw is van de binnen- en buitenkant in oude glorie hersteld.

Op het Veeartsenijterrein langs de Biltsche Grift staat het Veterinair Anatomisch Instituut, kortweg Anatomiegebouw. Het gebouw werd eerder het ‘vergeten broertje’ van het voormalige postkantoor op de Neude genoemd. Het Anatomiegebouw is namelijk door dezelfde architect, Joseph Crouwel ontworpen. Ondertussen kunnen we van een vergeten broertje niet meer spreken, het gebouw is bij veel Utrechters bekend geworden.

De geschoolde Nederlandse diergeneeskunde start in 1821 met de oprichting van de Rijksveeartsenijschool in een landgoed aan de Biltstraat in Utrecht. De huidige eigenaar van het gebouw, Sebastiaan Tesink, vertelt: “In het begin was er alleen maar aandacht voor landbouwdieren, die hadden natuurlijk economisch nut. Honden en katten zag je toen nog niet.” Het onderwijs breidde zich steeds verder uit en in 1921 werd het Veterinair Anatomisch Instituut gebouwd. In dit gebouw werd de anatomie, dat als de basis van het vak wordt gezien, onderwezen en verder bestudeerd.

Op 2 januari 1984 vertrok de faculteit Diergeneeskunde naar de Uithof en de gebouwen aan het Veeartsenijpad kregen verschillende nieuwe bestemmingen. Terwijl Tesink in het grote hal van het gebouw staat wijst hij om zich heen: “In de jaren na de sluiting van dit pand zijn hier judolessen gegeven en is het gebruikt als een opslag. De snijzaal werd gebruikt door een kinderdagverblijf en de collegezaal door een theatergroep. Veel van het gebruik was van tijdelijke aard en de staat van het pand ging achteruit.”

De gemeente besloot in 2015 het gebouw van de hand te doen. Ondernemer Sebastiaan Tesink heeft jarenlange ervaring met veterinair farmaceutische bedrijven. “Wij geven onder andere her- en bijscholing aan dierenartsen. Dus toen wij zagen dat dit pand te koop stond, met al die geschiedenis, vonden wij het de ideale plek voor ons bedrijf.” Het gebouw werd van de gemeente gekocht en er werd een plan gemaakt; het gebouw moest getransformeerd worden naar cursus- en collegeruimtes en tien appartementen.

‘We hebben bijna elk steentje opgeknapt en schoongemaakt’

Duizenden dakpannen

Een jarenlange renovatie stond voor de boeg: “Het pand was in slechte staat. We hebben bijna elk steentje opgeknapt en schoongemaakt, en we wilden het gebouw zoveel mogelijk in originele staat behouden. Dus geen wanden doorbreken of bijbouwen als dat echt niet noodzakelijk was.” Terwijl Tesink door het gebouw loopt somt hij op wat er allemaal gebeurd is: “We hebben duizenden dakpannen, die nu niet meer gemaakt worden, moeten zoeken. Uiteindelijk konden we een partij uit Groningen laten komen. Ook waren er een heleboel bakstenen beschadigd, die waren ook niet meer verkrijgbaar. We hebben ze zelf allemaal zelf laten bakken.” Ook de prachtige glazen koepel ziet er weer mooi uit. Hij wist naar boven: “Ruim duizend manuren zitten er alleen al in deze koepel, alle panelen zijn eruit gehaald en alle glaasjes zijn opgeknapt.  Het dak was doorgezakt, maar ziet er nu weer top uit.”

Aangekomen bij het trappenhuis vertelt hij verder: “Hier zaten 1600 kapotte ruitjes in.” Er is een hoop gerenoveerd, maar het pand is volgens Tesink wel zo veel mogelijk in de originele staat gelaten: “In de collegezaal lopen bijvoorbeeld nog de rails waarmee de kadavers naar binnen werden gereden. De professor rookte toen nog pijp om de stank te verdrijven. Met het kadaver werd de anatomie van het dier besproken. Zo werd er toentertijd lesgegeven.” Ook aan de buitenkant van het gebouw is er een hoop gedaan, zo zijn alle dierenkoppen gerestaureerd en hangt boven de ingang van het gebouw weer de originele boog die er jaren had gehangen. “Die hebben we in bruikleen gekregen van het Universiteitsmuseum.”

De vlonder

Buiten het gebouw, aan de oever van de Biltsche Grift, ligt een punt van discussie. Een nieuw gebouwde vlonder kon op kritiek rekenen van buurtbewoners die het groen niet wilden zien verdwijnen. Tesink legt uit waarom er een vlonder werd gebouwd: “Omdat veel van onze bezoekers van buiten de stad komen en wij natuurlijk ook niet te veel auto’s in de wijk willen, vonden wij het een goed idee om onze gasten te laten parkeren in garage De Grifthoek en ze dan op te halen met een bootje. Dat is leuk voor onze gasten en het scheelt enorm qua parkeerdruk in de wijk. We waren ons niet van bewust dat er een vergunning voor nodig was.” Enkele omwonenden zijn juist minder blij met de vlonder, zij zien die graag verdwijnen. Omdat de vlonder zonder vergunning is gebouwd, is ook de gemeente betrokken geraakt.

Het geschil is ondertussen hoog opgelopen. De gemeente heeft eerder aangifte gedaan tegen de bouwer van de vlonder en geëist dat de situatie in oude staat hersteld moet worden. Tesink laat weten dat ze nog in bezwaar gaan. “Daarnaast begrijpen wij ook dat we de verbouwing voor veel overlast heeft gezorgd. Maar we hebben onze ziel en zaligheid in het pand gestopt en we hebben juist met heel veel liefde en passie het gebouw opgeknapt. We zijn blij dat de verbouwing van het gebouw nu in ieder geval klaar is.”

‘De professor rookte pijp om de stank te verdrijven’

De eerste bezoekers van het gebouw waren ook buurtbewoners: “Op 1 september hebben we open huis gehouden, er kwamen zo’n 150 buurtbewoners langs. Een week later mocht iedereen langskomen tijdens Open Monumentendag Utrecht. De reacties waren positief.”

Monumentendeskundige Arjan den Boer, die vaak over het gebouw geschreven heeft voor DUIC was een van de bezoekers, hij schreef: “Het Anatomiegebouw is werkelijk prachtig gerenoveerd.” Freek Moolenaar, manager van het Anatomiegebouw, vertelt: “Het gebouw is een mooie plek voor scholings- en cursusdagen voor allerlei beroepsgroepen en onderwijsinstellingen. In de collegezaal is plek voor 120 mensen en kunnen we ook livestreamen. De oude snijzaal heeft ruimte voor 80 mensen, maar is ook geschikt voor kleinere groepen.  De afgelopen maand hebben we al voornamelijk scholingsdagen gehad op het gebied van diergeneeskunde, voor hun is het natuurlijk een mooie historische locatie. Het is vooral mooi om te zien als er een dierenarts is die hier vroeger zelf nog echt les heeft gehad, al worden die nu wel een dagje ouder.”