DUIC in data: Milieuzone effect of niet? Wij zochten het uit!

Verkeer
Diesels van voor 2001 mogen het Utrechtse centrum vanaf 2015 niet meer in. Voor inwoners van de gemeente Utrecht was er daarom een sloopregeling. Liet je je oude dieselauto slopen, dan kreeg je gemiddeld 1500 euro van de gemeente. 2400 Utrechters hebben gebruik gemaakt van deze sloopregeling, iets meer dan de helft van de 4500 in Utrecht geregistreerde oude diesels. Kosten? Ongeveer 3.6 miljoen euro.De milieuzone in open data
Dan zijn we nu toegekomen aan de hoofdvraag: heeft de milieuzone effect gehad? Om dit te analyseren hebben we gebruik gemaakt van open data van het meetnet van de gemeente Utrecht. Dat is open data, maar met enige tekortkomingen. Er zijn een veertigtal meetpunten in de stad, naast drie van het RIVM (landelijk meetnet). De kaart van de milieuzone is beschikbaar als open data. De kaart van de milieuzone is beschikbaar als open data. De meetpunten van Utrecht meten alleen stikstofdioxide (NO2). En ze leveren slechts een keer iedere vier weken een gemiddelde waarde op. De stations van RIVM leveren ieder uur een waarde op, van NO2, PM10 (fijnstof) en ozon. Soms ook van PM2.5. Helaas staan de meetpunten van het RIVM allen ruim buiten de milieuzone en zijn dus niet te gebruiken voor de vergelijking. Milieudefensie heeft samen met bewoners in 2015 nog metingen georganiseerd waarvan de resultaten hier te vinden zijn. Van de meetpunten van de gemeente Utrecht was de data van een groot aantal onbruikbaar. Soms zaten er teveel gaten in de metingen. Een aantal meetstations werd tussentijds verwijderd. En er kwamen wel nieuwe stations bij, maar die hebben nog te kort data om voor onze lange termijn vergelijking te gebruiken. Tot slot komen de metingen van Utrecht ruim een maand na de gemeten periode pas online. Een overzicht van meetpunten is hieronder zichtbaar: Om ontwikkelingen op het vlak van milieu in de stad te volgen is echt veel meer nodig dan dit. De invloed van evenementen, weer of lokale maatregelen zijn niet te volgen. Verbanden leggen tussen het milieu in de stad en de gezondheidssituatie in wijken is onmogelijk.De meetresultaten van fijnstof op drie punten zijn te weinig om een zinnige uitspraak te doen. Fijnstof treedt namelijk erg lokaal op. Daarnaast moeten de gegevens niet alleen maandelijks beschikbaar komen en moeten meetpunten niet verplaatst of verwijderd worden. Want dan zijn de lange termijn effecten niet meer te meten. De gemeente Utrecht zou dus kunnen overwegen om meer te gaan meten (en meer informatie vrij te geven) om het beleid te maken en evalueren.De milieuzone heeft effect
Gelukkig leverde de beschikbare data nog net voldoende informatie op om een goede vergelijking te maken van de ontwikkeling binnen en buiten de milieuzone. [caption id=”attachment_148793” align=”alignnone” width=”754”]
[caption id=”attachment_148792” align=”alignnone” width=”753”]
In deze grafiek is het lopende jaargemiddelde stikstofdioxide ten opzichte van de periode 20112012
afgezet. De afwijking en trend wordt op deze manier goed zichtbaar. De meetpunten zijn gegroepeerd in buiten de milieuzone, de rand van de milieuzone en binnen de milieuzone.[/caption] Wanneer we kijken naar de tweede grafiek en trends gaan analyseren zien we de veranderingen beter. Vanaf 2014 is een duidelijke dalende trend ingezet, de Utrechtse lucht wordt dus steeds schoner! Wat zijn hier de verklaringen voor? Luchtvervuiling komt niet alleen van wegverkeer, maar kan ook ontstaan door de industrie, landbouw en zelfs natuur. Denk bijvoorbeeld aan vuurwerk, bouw en sloopwerkzaamheden, kolencentrales of natuurbranden. Ongeveer 73% van het fijnstof in Nederland komt zelfs vanuit het buitenland over gewaaid. Er vanuit gaande dat industrie, landbouw en natuur ongeveer evenveel luchtvervuiling zijn blijven veroorzaken zijn wij op zoek gegaan naar lokale verklaringen. Wij vonden er drie. De eerste verklaring heeft te maken met schonere bussen in de regio Utrecht waarmee UOV vanaf 2014 is gaan rijden. Deze nieuwe Euro VI dieselbussen zijn 85 tot 95 procent schoner dan de EuroIII bussen die ze hebben vervangen. De nieuwe bussen stoten 38 procent minder stikstofdioxide en 85 procent minder fijnstof uit dan de EuroVEEV stadsbussen die nog deel uitmaken van de Utrechtse busvloot. In de grafiek is duidelijk te zien dat vanaf 2014 de lucht minder stikstofdioxide bevat. De tweede verklaring heeft te maken met schonere auto’s. Vrachtwagens, bestelbusjes, brommers en personenauto’s worden na verloop van tijd vervangen. Nieuwere auto’s zijn over het algemeen zuiniger dan oude auto’s, tenzij ze sjoemelsoftware van Volkswagen bevatten. Het vervangen van auto’s gaat redelijk gestaag en langzaam. Maar zorgt over het algemeen wel voor een dalende trend. De laatste verklaring heeft te maken met de milieuzone. Tot en met 2014 konden Utrechters hun oude en relatief vervuilende dieselauto laten slopen in ruil voor de eerder genoemde gemeentelijke sloopvergoeding. Die 2400 gesloopte dieselauto’s zorgen uiteraard voor een geleidelijke daling van de luchtvervuiling. Vanaf het moment dat de milieuzone van kracht werd in 2015 heeft de daling doorgezet. De relatieve daling van stikstofdioxide in de lucht is nergens zo groot als binnen de Utrechtse milieuzone. De milieuzone heeft dus effect! Voor het eerst voldoet het centrum van Utrecht aan de EU normen aangaande de uitstoot van stikstofdioxide.
Het is dus de afgelopen jaren een stuk gezonder geworden om in het centrum van Utrecht te wonen. Maar is daarmee de kous af? Naast de maximale EU normen voor luchtvervuiling zijn er ook adviesnormen van de De Wereldgezondheidsorganisatie. Zo liggen de adviesnormen van de WHO op ongeveer de helft van de EU normen. Het voldoen aan de norm is dus het maximaal toelaatbare. Over fijnstof (PM 10) kan echter nog geen uitspraak gedaan worden omdat deze niet binnen de milieuzone gemeten wordt, het meest schadelijke ultrafijnstof (PM 2,5) wordt bijna helemaal niet gemeten.
De gemeenteraad laat het thema echter niet los. De scooter en brommer zijn nu onderwerp van discussie. Wethouder Lot van Hooijdonk wil dat er vanaf 2020 geen brommers met verbrandingsmotoren het stadscentrum inkomen. Brommers maken 3 tot 5 procent van het wegverkeer uit. Zij stoten 1 procent van de totale stikstofdioxide uit en 5 procent van de totale uitstoot aan fijnstof (PM 10). Tweetaktbrommers, een kwart van alle brommers, zorgen echter voor de helft van deze uitstoot. Fijnstof is vooral lokaal een probleem en de waarde op het fietspad kan door brommers voor fietsers te hoog liggen. Maar om het probleem echt in kaart te brengen, moeten we dit eerst goed gaan meten!
Intussen kun jij deze discussie in de gemeenteraad ook via open data volgen. De Utrechtse raadsinformatie is namelijk beschikbaar als open data. Zo mis je geen enkele raadsstuk of motie over de toekomst van jouw brommer in het centrum.
[poll id=”3”]
afgezet. De afwijking en trend wordt op deze manier goed zichtbaar. De meetpunten zijn gegroepeerd in buiten de milieuzone, de rand van de milieuzone en binnen de milieuzone.[/caption] Wanneer we kijken naar de tweede grafiek en trends gaan analyseren zien we de veranderingen beter. Vanaf 2014 is een duidelijke dalende trend ingezet, de Utrechtse lucht wordt dus steeds schoner! Wat zijn hier de verklaringen voor? Luchtvervuiling komt niet alleen van wegverkeer, maar kan ook ontstaan door de industrie, landbouw en zelfs natuur. Denk bijvoorbeeld aan vuurwerk, bouw en sloopwerkzaamheden, kolencentrales of natuurbranden. Ongeveer 73% van het fijnstof in Nederland komt zelfs vanuit het buitenland over gewaaid. Er vanuit gaande dat industrie, landbouw en natuur ongeveer evenveel luchtvervuiling zijn blijven veroorzaken zijn wij op zoek gegaan naar lokale verklaringen. Wij vonden er drie. De eerste verklaring heeft te maken met schonere bussen in de regio Utrecht waarmee UOV vanaf 2014 is gaan rijden. Deze nieuwe Euro VI dieselbussen zijn 85 tot 95 procent schoner dan de EuroIII bussen die ze hebben vervangen. De nieuwe bussen stoten 38 procent minder stikstofdioxide en 85 procent minder fijnstof uit dan de EuroVEEV stadsbussen die nog deel uitmaken van de Utrechtse busvloot. In de grafiek is duidelijk te zien dat vanaf 2014 de lucht minder stikstofdioxide bevat. De tweede verklaring heeft te maken met schonere auto’s. Vrachtwagens, bestelbusjes, brommers en personenauto’s worden na verloop van tijd vervangen. Nieuwere auto’s zijn over het algemeen zuiniger dan oude auto’s, tenzij ze sjoemelsoftware van Volkswagen bevatten. Het vervangen van auto’s gaat redelijk gestaag en langzaam. Maar zorgt over het algemeen wel voor een dalende trend. De laatste verklaring heeft te maken met de milieuzone. Tot en met 2014 konden Utrechters hun oude en relatief vervuilende dieselauto laten slopen in ruil voor de eerder genoemde gemeentelijke sloopvergoeding. Die 2400 gesloopte dieselauto’s zorgen uiteraard voor een geleidelijke daling van de luchtvervuiling. Vanaf het moment dat de milieuzone van kracht werd in 2015 heeft de daling doorgezet. De relatieve daling van stikstofdioxide in de lucht is nergens zo groot als binnen de Utrechtse milieuzone. De milieuzone heeft dus effect! Voor het eerst voldoet het centrum van Utrecht aan de EU normen aangaande de uitstoot van stikstofdioxide.



