DUIC in data: Milieuzone effect of niet? Wij zochten het uit!

Afbeelding

De data op een rijtje

Als je echt alles wilt weten over Utrecht, dan zal je de data in moeten duiken. Gelukkig geeft de gemeente steeds meer data vrij via opendata.utrecht.nl én heeft DUIC nu een vrijwillig datateam, de DataDUICers. Zij vertalen in een reeks verhalen Uteregse open data naar normaal Nederlands. In deze tweede aflevering: De kruitdampen van het vuurwerk zijn nog maar net opgetrokken en de lucht ruikt al een stuk schoner. Maar hoe schoon is de lucht in Utrecht nu eigenlijk en wat is het effect van de milieuzone op de luchtkwaliteit? Wij vonden het antwoord op deze vraag. Commotie, zo is de discussie over de milieuzone van de afgelopen maand wel samen te vatten. Sinds 2015 mogen dieselauto’s van voor 2001 het Utrechtse centrum, stationsgebied en Jaarbeurszone niet meer in, op straffe van een boete. Het Utrechtse stadsbestuur zegt hierover: het is nodig voor luchtkwaliteit en gezondheid van onze inwoners. Tegenstanders vinden het automobilistje pesten en twijfelen aan de effectiviteit van de maatregel. In december mengde de Tweede Kamer zich in het debat. Kamerlid Barbara Visser (VVD) diende een motie in om milieuzones te verbieden. Deze motie werd aangenomen met steun van onder andere VVD, PVV en SP. Visser betwijfelde of een milieuzone effectief was en wilde er daarom zo snel mogelijk vanaf. De dag erna liet minister Schultz (Infrastructuur en Milieu) weten milieuzones niet te verbieden, dit was een gemeentelijke aangelegenheid. Ze zei echter wel toe geen landelijk milieuzone bord toe te laten. Gemeente en Rijk buitelen over elkaar heen en strooien met verschillende feiten en termen. Hoe zit het met luchtvervuiling in Utrecht? Wat betekent dit voor de Utrechter? En heeft de milieuzone het beoogde effect? Het duizelde ons nogal, dus wij doken de data in.

Verkeer

Diesels van voor 2001 mogen het Utrechtse centrum vanaf 2015 niet meer in. Voor inwoners van de gemeente Utrecht was er daarom een sloopregeling. Liet je je oude dieselauto slopen, dan kreeg je gemiddeld 1500 euro van de gemeente. 2400 Utrechters hebben gebruik gemaakt van deze sloopregeling, iets meer dan de helft van de 4500 in Utrecht geregistreerde oude diesels. Kosten? Ongeveer 3.6 miljoen euro. image00-1 Waarom is al die moeite gedaan? Omdat oude dieselauto’s bovenmatig veel stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM) uitstoten. Zo draagt een klein aantal auto’s bij aan een groot deel van de luchtvervuiling. Stikstofdioxide en fijnstof zijn schadelijk voor de gezondheid en in de binnenstad van Utrecht komen zoveel verkeersbewegingen bij elkaar dat de waarden boven de Europese normen uitkomen (zie kader). image06-1 pm2_5_graphic_lg-1

De milieuzone in open data

Dan zijn we nu toegekomen aan de hoofdvraag: heeft de milieuzone effect gehad? Om dit te analyseren hebben we gebruik gemaakt van open data van het meetnet van de gemeente Utrecht. Dat is open data, maar met enige tekortkomingen. Er zijn een veertigtal meetpunten in de stad, naast drie van het RIVM (landelijk meetnet). De kaart van de milieuzone is beschikbaar als open data. De kaart van de milieuzone is beschikbaar als open data.
De meetpunten van Utrecht meten alleen stikstofdioxide (NO2). En ze leveren slechts een keer iedere vier weken een gemiddelde waarde op. De stations van RIVM leveren ieder uur een waarde op, van NO2, PM10 (fijnstof) en ozon. Soms ook van PM2.5. Helaas staan de meetpunten van het RIVM allen ruim buiten de milieuzone en zijn dus niet te gebruiken voor de vergelijking. Milieudefensie heeft samen met bewoners in 2015 nog metingen georganiseerd waarvan de resultaten hier te vinden zijn. Van de meetpunten van de gemeente Utrecht was de data van een groot aantal onbruikbaar. Soms zaten er teveel gaten in de metingen. Een aantal meetstations werd tussentijds verwijderd. En er kwamen wel nieuwe stations bij, maar die hebben nog te kort data om voor onze lange termijn vergelijking te gebruiken. Tot slot komen de metingen van Utrecht ruim een maand na de gemeten periode pas online. Een overzicht van meetpunten is hieronder zichtbaar:
Om ontwikkelingen op het vlak van milieu in de stad te volgen is echt veel meer nodig dan dit. De invloed van evenementen, weer of lokale maatregelen zijn niet te volgen. Verbanden leggen tussen het milieu in de stad en de gezondheidssituatie in wijken is onmogelijk.De meetresultaten van fijnstof op drie punten zijn te weinig om een zinnige uitspraak te doen. Fijnstof treedt namelijk erg lokaal op. Daarnaast moeten de gegevens niet alleen maandelijks beschikbaar komen en moeten meetpunten niet verplaatst of verwijderd worden. Want dan zijn de lange termijn effecten niet meer te meten. De gemeente Utrecht zou dus kunnen overwegen om meer te gaan meten (en meer informatie vrij te geven) om het beleid te maken en evalueren.

De milieuzone heeft effect

Gelukkig leverde de beschikbare data nog net voldoende informatie op om een goede vergelijking te maken van de ontwikkeling binnen en buiten de milieuzone. [caption id=”attachment_148793” align=”alignnone” width=”754”]In deze grafiek is het lopend jaargemiddelde stikstofdioxide te zien in absolute getallen. De waarden staan voor microgram per kubieke meter (µg/m3) In deze grafiek is het lopend jaargemiddelde stikstofdioxide te zien in absolute getallen. De waarden staan voor microgram per kubieke meter (µg/m3)[/caption]
[caption id=”attachment_148792” align=”alignnone” width=”753”]In deze grafiek is het lopende jaargemiddelde stikstofdioxide ten opzichte van de periode 2011­2012 afgezet. De afwijking en trend wordt op deze manier goed zichtbaar. De meetpunten zijn gegroepeerd in buiten de milieuzone, de rand van de milieuzone en binnen de milieuzone. In deze grafiek is het lopende jaargemiddelde stikstofdioxide ten opzichte van de periode 2011­2012
afgezet. De afwijking en trend wordt op deze manier goed zichtbaar. De meetpunten zijn gegroepeerd in buiten de milieuzone, de rand van de milieuzone en binnen de milieuzone.[/caption] Wanneer we kijken naar de tweede grafiek en trends gaan analyseren zien we de veranderingen beter. Vanaf 2014 is een duidelijke dalende trend ingezet, de Utrechtse lucht wordt dus steeds schoner! Wat zijn hier de verklaringen voor? Luchtvervuiling komt niet alleen van wegverkeer, maar kan ook ontstaan door de industrie, landbouw en zelfs natuur. Denk bijvoorbeeld aan vuurwerk, bouw­ en sloopwerkzaamheden, kolencentrales of natuurbranden. Ongeveer 73% van het fijnstof in Nederland komt zelfs vanuit het buitenland over gewaaid. Er vanuit gaande dat industrie, landbouw en natuur ongeveer evenveel luchtvervuiling zijn blijven veroorzaken zijn wij op zoek gegaan naar lokale verklaringen. Wij vonden er drie. De eerste verklaring heeft te maken met schonere bussen in de regio Utrecht waarmee U­OV vanaf 2014 is gaan rijden. Deze nieuwe Euro VI dieselbussen zijn 85 tot 95 procent schoner dan de Euro­III bussen die ze hebben vervangen. De nieuwe bussen stoten 38 procent minder stikstofdioxide en 85 procent minder fijnstof uit dan de Euro­V­EEV stadsbussen die nog deel uitmaken van de Utrechtse busvloot. In de grafiek is duidelijk te zien dat vanaf 2014 de lucht minder stikstofdioxide bevat. De tweede verklaring heeft te maken met schonere auto’s. Vrachtwagens, bestelbusjes, brommers en personenauto’s worden na verloop van tijd vervangen. Nieuwere auto’s zijn over het algemeen zuiniger dan oude auto’s, tenzij ze sjoemelsoftware van Volkswagen bevatten. Het vervangen van auto’s gaat redelijk gestaag en langzaam. Maar zorgt over het algemeen wel voor een dalende trend. De laatste verklaring heeft te maken met de milieuzone. Tot en met 2014 konden Utrechters hun oude en relatief vervuilende dieselauto laten slopen in ruil voor de eerder genoemde gemeentelijke sloopvergoeding. Die 2400 gesloopte dieselauto’s zorgen uiteraard voor een geleidelijke daling van de luchtvervuiling. Vanaf het moment dat de milieuzone van kracht werd in 2015 heeft de daling doorgezet. De relatieve daling van stikstofdioxide in de lucht is nergens zo groot als binnen de Utrechtse milieuzone. De milieuzone heeft dus effect! Voor het eerst voldoet het centrum van Utrecht aan de EU normen aangaande de uitstoot van stikstofdioxide.

Gezond wonen in Utrecht

kader-1 Het is dus de afgelopen jaren een stuk gezonder geworden om in het centrum van Utrecht te wonen. Maar is daarmee de kous af? Naast de maximale EU normen voor luchtvervuiling zijn er ook adviesnormen van de De Wereldgezondheidsorganisatie. Zo liggen de adviesnormen van de WHO op ongeveer de helft van de EU normen. Het voldoen aan de norm is dus het maximaal toelaatbare. Over fijnstof (PM 10) kan echter nog geen uitspraak gedaan worden omdat deze niet binnen de milieuzone gemeten wordt, het meest schadelijke ultrafijnstof (PM 2,5) wordt bijna helemaal niet gemeten. De gemeenteraad laat het thema echter niet los. De scooter en brommer zijn nu onderwerp van discussie. Wethouder Lot van Hooijdonk wil dat er vanaf 2020 geen brommers met verbrandingsmotoren het stadscentrum inkomen. Brommers maken 3 tot 5 procent van het wegverkeer uit. Zij stoten 1 procent van de totale stikstofdioxide uit en 5 procent van de totale uitstoot aan fijnstof (PM 10). Tweetaktbrommers, een kwart van alle brommers, zorgen echter voor de helft van deze uitstoot. Fijnstof is vooral lokaal een probleem en de waarde op het fietspad kan door brommers voor fietsers te hoog liggen. Maar om het probleem echt in kaart te brengen, moeten we dit eerst goed gaan meten! Intussen kun jij deze discussie in de gemeenteraad ook via open data volgen. De Utrechtse raadsinformatie is namelijk beschikbaar als open data. Zo mis je geen enkele raadsstuk of motie over de toekomst van jouw brommer in het centrum. [poll id=”3”]

Gebruikte data

Voor de analyse van de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de data van http://utrechtmilieu.nl/meetnet/. Onderaan de pagina is de mogelijkheid om een CSV bestand van alle beschikbare data van alle meetpunten te downloaden. CSV is een comma gescheiden bestand met data dat je in spreadsheetprogramma’s zoals Excel kan openen. Om een CSV op in Microsoft Excel op een Mac te openen moet je het hernomen naar een .txt bestand. In de tabellen zie je o.a. de volgende waarden: ­ Puntid: het nummer van het meetpunt. In het meetpunten bestand kan je daar meer informatie over zien. Metingen in tweevoud. Deze gegevens zijn op de volgende manier gebruikt voor de tabellen van het lopende jaargemiddelde: 1. In het geval dat er 2 waarden staan is gemiddelde van deze waarden berekend. Als er maar één waarde stond is die overgenomen. Deze zijn in een nieuwe kolom gezet. 2. Uit de begindatum zijn het jaar en maand gehaald van de meting, de formule daarvoor is =100*JAAR(B2)+MAAND(B2) 3. Vervolgens zijn van de waarden (punt 1), de maanden (punt 2) en de meetpunten een draaitabel gemaakt 4. Hierna is de data opgeschoond: alleen de stations waarvan de data compleet is, is gebruikt. Zo zijn er in de Utrechtse binnenstad 12 meetpunten, maar slechts 5 meetpunten hebben voldoende én complete data om bruikbaar te zijn voor analyse. 5. De volgende stap was het groeperen van de meetstationsin de volgende groepen: a. meetpunten buiten de stad, b. meetpunten op de rand van de stad, c. meetpunten binnen de stad. 6. Van deze meetpunten is vervolgens de gemiddelden genomen. 7. Deze gemiddelden zijn vervolgens genormaliseerd: het gemiddelde van de eerste 2 jaar als is als referentiekader genomen van het totaal van de groep. Deze referentiewaarde wordt op 1 gezet. 8. Alle andere metingen worden gerelateerd aan die referentiewaarde. Het lopende jaar gemiddelde is daarbij genomen, oftewel de waardes over het gehele jaar ipv over een specifieke maand. De gedachte hier achter is dat er in de winter (mn. december en januari) veel grotere pieken zijn dan in de zomer. De jaargemiddelden die er dan ontstaan maken de grafiek een stuk leesbaarder omdat de pieken en dalen afgevlakt worden. Nu is de trend te zien, niet de pieken per jaar. 9. Daar wordt vervolgens een grafiek van gemaakt.

De DataDUICers

Sebastiaan ter Burg – open content producent en open data adviseur Tom Kunzler – projectleider cultuur en transparantie bij de Open State Foundation Stephan Okhuijsen – Datagraver zoekt, structureert en analyseert data Frank Verschoor – open data gangmaker bij The Green Land