Een les voor de toekomst: evaluatie aanleg van de Uithoflijn

De Uithoflijn. Foto: Robert Oosterbroek
De Uithoflijn. Foto: Robert Oosterbroek

Na ruim negen jaar en zo’n 498 miljoen euro is het project rondom de aanleg van de Uithoflijn in de slotfase beland. Door middel van een evaluatie op basis van gesprekken met verschillende betrokkenen bij het project, blikt de organisatie terug op het project: wat ging goed en waar ging het mis?

Het Bestuur Regio Utrecht (BRU) besloot in 2011 tot het aanleggen van een tramlijn tussen station Utrecht Centraal en de Uithof (inmiddels Science Park Utrecht). In 2012 volgde het definitieve besluit door het BRU en de gemeente Utrecht. Het project zou 425 miljoen euro kosten en de tram moest in het eerste kwartaal van 2018 gaan rijden.

De aanleg van de Uithoflijn kon beginnen. Sinds december 2019 rijdt de tram. Afgelopen jaar zijn er nog verbeteringen aangebracht. Anno 2020 nadert het einde van het project, de tram en de infrastructuur zijn zo goed als af. In vele opzichten was project Uithoflijn een les voor de toekomst.

Tekst gaat verder onder afbeelding Eindrapport

Het eindrapport over het project Uithoflijn is gemaakt door organisatieadviesbureau Berenschot. Zij spraken daarvoor 31 personen die betrokken waren bij de Uithoflijn en bestudeerden de documentatie. Berenschot stelt in het eindrapport voorop dat de Uithoflijn een ‘ingewikkeld project’ was. Het bureau geeft aan dat er verschillende zaken goed zijn gegaan, maar de meeste aandacht - van zowel regionale als landelijke media - ging naar de ontwikkelingen in het project die niet goed gingen.

Kundig en betrokken

In de eindrapportage somt het adviesbureau kort en bondig op wat er goed ging binnen de projectorganisatie. Volgens het rapport werkten de verschillende partijen in veel van de gevallen goed samen, binnen een logische organisatiestructuur. Daarbij is er goed rekening gehouden met de verschillende belanghebbenden. Binnen het project werd er gewerkt met plannen gericht op bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie. De betrokkenen laten weten tevreden te zijn met de werkwijze, concludeert het rapport.

De medewerkers van de projectorganisatie Uithoflijn zaten samen op een locatie, apart van de opdrachtgevers. Ook dat was een goede keuze, volgens Berenschot. Bovendien werkten er volgens het bureau vele kundige en betrokken mensen mee aan het project.

Tekst gaat verder onder afbeelding Werk aan de Uithoflijn in de zomer van 2017. Foto: Bas van Setten

Overgang naar provincie

Het adviesbureau besteedt uitgebreid aandacht aan de punten die bij het aanleggen van de Uithoflijn minder goed gingen. Het project Uithoflijn kwam een belangrijk leermoment tegen in 2015, toen het BRU werd opgeheven. Dit was het gevolg van landelijk beleid, met het doel om het bestuur van Nederland ‘compacter’ te maken: naast het Rijk moesten alleen gemeenten en provincies als bestuursorganen overblijven.

De provincie Utrecht nam daarop de taken van het BRU over. Op deze overgang, bleek later, was de provincie niet voorbereid. Het leidde tot nieuwe verhoudingen tussen de politiek, het bestuur en de ambtenarij.

Onduidelijkheden

Volgens het eindrapport waren er binnen het project veel zaken onduidelijk. Zo waren er geen duidelijke kaders en afspraken voor het project; medewerkers wisten daarom niet goed wat er bij het project Uithoflijn hoorde en wat niet. Ook was het niet altijd helder wie ergens verantwoordelijk voor was.

Veel van de onduidelijkheden ontstonden bij de verantwoordelijkheid voor zaken als het inkopen van materialen, de aanleg van de tramrails en een tramremise, en de bijkomende verkeersregelingsinstallaties zoals spoorwegovergangen, slagbomen en stoplichten.

De projectorganisatie van de Uithoflijn had aanvankelijk te weinig oog voor met name dat laatste, de randvoorwaardelijke projecten, stelt het adviesbureau. Dit verbeterde nadat de projectorganisatie de hulp van Deloitte en Horvat & Partners inschakelde voor advies over de organisatie van het project.

Tekst gaat verder onder afbeelding Archief: aanleg van de Uithoflijn

Slechte samenwerking

Op enkele onderdelen, noemt het rapport, verliep de samenwerking tussen zowel organisaties als tussen personen slecht. De oorzaak hiervan lag in verschillende factoren. Er waren twee opdrachtgevers (de gemeente en de provincie), er waren veel raakvlakken met de ontwikkeling van het stationsgebied en ook waren er veel belanghebbenden bij het project betrokken.

Berenschot stelt dat er momenten aan te wijzen zijn waarop de samenwerking slecht verliep vanwege een ‘wederzijds wantrouwen’ tussen personen. Dit gebeurde op vrijwel alle niveaus binnen het project, hoog en laag. Het duurde in relatief veel gevallen lang voordat deze conflicten werden opgelost of bijgelegd.

Media-aandacht

Ook speelde de negatieve media-aandacht een niet geringe rol in de aanleg van de Uithoflijn. Zowel lokale media, waaronder DUIC, als landelijke media publiceerden regelmatig kritische artikelen. De betrokkenen die meewerkten aan het eindrapport laten weten dat dit een grote impact had op het project en de medewerkers.

Zo verschenen enkele medewerkers met voor- en achternaam in de artikelen. Ook schetsten de media volgens de betrokkenen een beeld dat niet overeenkwam met de werkelijkheid. Zij die aan het eindrapport meewerkten lieten weten dat het de taak van organisaties zelf was om deze onwaarheden recht te zetten. Dat gebeurde in veel gevallen niet of te laat.

Ook noemt het rapport dat het vanuit het project te weinig werd gedaan aan proactieve media-aandacht. Dit had volgens de betrokkenen kunnen helpen om ook de successen van het project beter in beeld te brengen.

498 miljoen

De Uithoflijn ging uiteindelijk rijden op 16 december 2019, een feestelijk moment voor de organisaties. De balans werd halverwege 2020 opgemaakt. De eindstand van de totale kosten voor het project Uithoflijn, inclusief de trams, werden ingeschat rond de 498 miljoen euro.